Aan de orde komen 'alle openliggende kwesties' tussen de twee Balkanlanden met als doel een uitgebreide en juridisch bindende overeenkomst te bereiken over de normalisering van de betrekkingen tussen Servië en Kosovo.

Het is de tweede keer in korte tijd dat Hoti en Vucic elkaar in persoon treffen. In juli kwamen ze voor het eerst sinds ruim anderhalf jaar weer in Brussel bijeen voor een door de Europese Unie al sinds 2011 gefaciliteerde dialoog.

Kosovo werd in 2008 officieel onafhankelijk, wat door een groot aantal landen wordt erkend. Servië daarentegen beschouwt het etnisch in meerderheid Albanese Kosovo als een onderdeel van Servië en als bakermat van de Servische natie en de Servisch-orthodoxe kerk.

Tot 1989 had Kosovo beperkte autonomie binnen Servië, tot de Servische president Slobodan Milosevic daar een einde aan maakte. De Albanese bevolking van Kosovo verzette zich hier aanvankelijk vreedzaam tegen, maar nam met de oprichting van het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UÇK) in 1996 de wapens op tegen Servië.

Als reactie trok het Servische leger in 1998 Kosovo binnen. Belgrado werd in binnen- en buitenland al snel beschuldigd van etnische zuivering. Westerse mogendheden grepen in en dwongen met zware bombardementen op Servië de aftocht af van de Servische troepen.

Aan de orde komen 'alle openliggende kwesties' tussen de twee Balkanlanden met als doel een uitgebreide en juridisch bindende overeenkomst te bereiken over de normalisering van de betrekkingen tussen Servië en Kosovo. Het is de tweede keer in korte tijd dat Hoti en Vucic elkaar in persoon treffen. In juli kwamen ze voor het eerst sinds ruim anderhalf jaar weer in Brussel bijeen voor een door de Europese Unie al sinds 2011 gefaciliteerde dialoog. Kosovo werd in 2008 officieel onafhankelijk, wat door een groot aantal landen wordt erkend. Servië daarentegen beschouwt het etnisch in meerderheid Albanese Kosovo als een onderdeel van Servië en als bakermat van de Servische natie en de Servisch-orthodoxe kerk. Tot 1989 had Kosovo beperkte autonomie binnen Servië, tot de Servische president Slobodan Milosevic daar een einde aan maakte. De Albanese bevolking van Kosovo verzette zich hier aanvankelijk vreedzaam tegen, maar nam met de oprichting van het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UÇK) in 1996 de wapens op tegen Servië. Als reactie trok het Servische leger in 1998 Kosovo binnen. Belgrado werd in binnen- en buitenland al snel beschuldigd van etnische zuivering. Westerse mogendheden grepen in en dwongen met zware bombardementen op Servië de aftocht af van de Servische troepen.