Concurrentie in vaccinland. De Britse autoriteiten hebben woensdag een vaccin geautoriseerd terwijl dat in de Europese Unie pas op het einde van de maand gepland staat. Volgens de Britse minister van Volksgezondheid Matt Hancock een gevolg van de brexit. Maar volgens June Raine, hoofd van het Britse Medicines and Healthcare products Regulatory Agency (MHRA), klopt die versie van de feiten niet. Hoe zit de vork precies aan de steel?
...

Concurrentie in vaccinland. De Britse autoriteiten hebben woensdag een vaccin geautoriseerd terwijl dat in de Europese Unie pas op het einde van de maand gepland staat. Volgens de Britse minister van Volksgezondheid Matt Hancock een gevolg van de brexit. Maar volgens June Raine, hoofd van het Britse Medicines and Healthcare products Regulatory Agency (MHRA), klopt die versie van de feiten niet. Hoe zit de vork precies aan de steel? HongarijeOp 1 februari verliet het Verenigd Koninkrijk formeel de Europese Unie. Maar tot het einde van het jaar loopt een transitieperiode waarin de Britten moeten bijdragen aan het Europese budget, geen vertegenwoordiging meer genieten in de Europese instellingen en de Europese regels moeten blijven volgen. Ook de afspraken van het zogenaamde Europees Regelgevend Systeem voor Geneesmiddelen zijn tot op het einde van het jaar over het Kanaal van kracht. Binnen dat systeem werkt de Europese Unie momenteel via de zogenaamde centrale procedure. Farmaceutische bedrijven dienen één enkele vergunningsaanvraag in bij het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA). Het EMA - het hoofdkwartier is door brexit van Londen naar Amsterdam verhuisd - voert het nodige onderzoek en verleent vervolgens advies aan de Europese Commissie. Die laatste beslist uiteindelijk of het geneesmiddel een vergunning krijgt en dus op heel de Europese markt in handel mag gebracht worden. Normaal neemt dat proces enkele jaren in beslag, maar gezien de noodzaak aan een vaccin past het EMA een versnelde procedure toe. UitzondernigEen Europese richtlijn voorziet echter een uitzondering die álle lidstaten in het Europees Regelgevend Systeem voor Geneesmiddelen in het leven kan roepen in het geval van een acute noodzaak. Het gaat weliswaar om een beperkte en tijdelijke autorisatie, niet om een goedkeuring. 'De lidstaten kunnen tijdelijk toestemming verlenen voor de distributie van geneesmiddelen waarvoor geen vergunning voor het in de handel brengen is verleend (...)', klinkt het. Het Verenigd Koninkrijk heeft die richtlijn in nationale wetgeving omgezet en gebruikt die momenteel om een nog snellere procedure te hanteren dan de rest van de Europese lidstaten. Maar dat had het land ook perfect gekund zonder de brexit: ook Hongarije gebruikt die bepaling om het Russische Sputnik-vaccin reeds toe te dienen. Vraag is wel of de aanpak van het Verenigd Koninkrijk wel de meest veilige is. De Britse autoriteiten zijn meer dan drie weken na de Europese Unie de data van Pfizer/BioNTech beginnen analyseren. Tot aan het moment van de goedkeuring hebben ze nog niet alle beschikbare gegevens bestudeerd. Volgens Guido Rasi, de voormalige voorzitter van het Europees Geneesmiddelenagentschap nemen de Britten daarmee een risico. 'Je zou een robuuste controle van alle beschikbare data verwachten, maar de Britse regering heeft dat niet gedaan zodat ze konden beweren dat ze eerder zijn dan de Europese Unie', klonk het op de Italiaanse radio. BelgiëWaarom doet bijvoorbeeld België dat niet? Ons land is meegestapt in een gemeenschappelijke Europese aankoop voor vaccins waar het Verenigd Koninkrijk niet aan wenste deel te nemen. Door die schaalvergroting wil de Unie gunstigere contracten met de producenten afdwingen. Die gezamenlijke aankoop voorziet dat de lidstaten op hetzelfde moment bestellingen kunnen plaatsten op basis van het bevolkingsaantal. Het is echter aan de lidstaten zelf om in onderling overleg met de producenten afspraken te maken over onder meer het tijdsstip van de leveringen. Voor België staat dat momenteel gepland op 5 januari, terwijl verwacht wordt dat het EMA eind december zijn zegen zal geven. Bovendien zou een alleingang zorgen voor fragmenatie in de Unie. Wanneer bijvoorbeeld Nederland sneller zou vaccineren en versoepelen terwijl dat in België nog niet het geval is, dan zou er in de Europese Unie opnieuw een lappendeken aan maatregelen ontstaan waarbij het besmettingsrisico van land tot land grondig verschilt. De lidstaten hebben daarom min of meer besloten om zich solidair met elkaar op te stellen en zo de werking van de interne markt te beschermen.