De Commissie besprak de stand van de begrotingsonderhandelingen woensdag tijdens haar wekelijkse college. Na afloop kwam commissaris van Begroting Günter Oettinger naar de perszaal afgezakt om de boodschap voor de onderhandelaars van de Raad en het parlement toe te lichten. 'De tijd dringt, het is nodig dat iedereen nu aan een compromis werkt', zei de Duitser. 'Op een moment waarop zich grote uitdagingen aandienen, kan Europa zich geen uitstel van zijn langetermijnbegroting veroorloven.'

Het was Oettinger zelf die 16 maanden geleden een ontwerp voor de begroting 2021-2027 op tafel legde. Die bedraagt in het Commissievoorstel 1,114 procent van het bruto nationaal inkomen van de 27 Europese lidstaten (het Verenigd Koninkrijk buiten beschouwing gelaten), minder dan de 1,16 procent van de lopende meerjarenbegroting. Maar, zo richtte Oettinger zich expliciet tot de lidstaten, veel vet zit er niet meer op de soep. 'Ik hoor sommige landen pleiten voor een begroting van 1 procent van het bruto nationaal inkomen, maar daarmee zullen we de taken die ons toevertrouwd worden niet kunnen uitvoeren. In dat geval zullen we nog meer moeten snijden in bijvoorbeeld ons landbouw- en ons cohesiebeleid', zei Oettinger, verwijzend naar landen die traditioneel veel Europese subsidies genieten maar er wel mee voor pleiten dat de EU zich een bescheiden budget aanmeet.

Donderdag neemt het Europees Parlement een resolutie aan over de meerjarenbegroting. De volksvertegenwoordigers zullen daarin een lans breken voor een begroting ten belope van 1,3 procent van het gezamenlijke bni van de lidstaten. Oettinger hoopt dat het parlement en de lidstaten tegen het einde van dit jaar een akkoord kunnen bereiken over de meerjarenbegroting. Dat moet Europa de ruimte geven om alle programma's tegen 1 januari 2021 op te starten.