Na maandenlang onderzoek in negen lidstaten publiceerde The New York Times het voorbije weekeinde een artikel dat beschrijft hoe politici in landen als Hongarije en Tsjechië een deel van de landbouwfondsen misbruiken voor eigen gewin of dat van bevriende grootgrondbezitters. 'Scheefgetrokken door corruptie en zelfbediening' en 'uitgebuit door dezelfde antidemocratische kranten die de EU van binnenuit bedreigen', concludeert de Amerikaanse krant.

'De Commissie heeft geen enkele tolerantie voor fraude met Europese fondsen en dringt bijgevolg aan op een duidelijk engagement van de lidstaten om fraude te vermijden', zo reageerde een woordvoerder maandag op het artikel. Hij hamerde erop dat de nationale autoriteiten in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor het goede beheer van de Europese fondsen in hun land. Dat neemt volgens de zegsman niet weg dat de Commissie doet wat ze kan. Ze voert zelf audits uit, onder meer in Tsjechië en Hongarije. Eventuele aanwijzingen van misbruik of fraude worden doorgespeeld aan haar onafhankelijke antifraudedienst Olaf, dat verscheidene onderzoeken voert.

Tegelijkertijd stipte hij aan dat de Europese Rekenkamer de foutenmarge bij de directe betalingen in het landbouwbeleid vorig jaar op minder dan 2 procent heeft ingeschaald. Hoewel het aandeel al jaren vermindert, is het gemeenschappelijk landbouwbeleid met ongeveer 60 miljard euro per jaar nog steeds de grootste uitgavepost in de Europese begroting. De lidstaten en het Europees Parlement onderhandelen momenteel over de uitgaven tot 2027.

In dat kader heeft de Commissie voorgesteld om de uitbetaling van fondsen nauwer te linken aan goed management en respect voor de rechtsstaat. De Commissie verwacht ook veel van de Europese openbare aanklager, die vanaf volgend jaar gesjoemel met Europees geld zelf kan vervolgen en voor de rechter brengen.