In zijn boeiende boek Schaken met de macht benadrukt de voormalige topdiplomaat en minister van staat Frans van Daele dat het Europese project berust op de kunst van het haalbare. Daarin heeft hij gelijk. Maar als de uitkomst van de recente marathononderhandelingen in Brussel het hoogst haalbare is, dan ziet het er wederom niet fraai uit. De top, de langste in twintig jaar, is namelijk allerminst een stap op weg naar de versterking van het Europese project, laat staan een Europees Rubiconmoment in de richting van een federatie.
...

In zijn boeiende boek Schaken met de macht benadrukt de voormalige topdiplomaat en minister van staat Frans van Daele dat het Europese project berust op de kunst van het haalbare. Daarin heeft hij gelijk. Maar als de uitkomst van de recente marathononderhandelingen in Brussel het hoogst haalbare is, dan ziet het er wederom niet fraai uit. De top, de langste in twintig jaar, is namelijk allerminst een stap op weg naar de versterking van het Europese project, laat staan een Europees Rubiconmoment in de richting van een federatie. Ik realiseer me dat die kritiek moeilijk valt bij voorvechters van een sterk Europa en bij de diplomaten die wekenlang naar die top toe hebben gewerkt. Onze eigen ambassadeur bij de Europese Unie verwees met een knipoog naar Justus Lipsius, wiens naam het gebouw van de Europese Raad draagt, en besloot dat de wijsgeer 'best trots' zou zijn op het resultaat. Toch pleit de humanist Lipsius in zijn politieke traktaten vooral voor een kritische houding. Een van de doorbraken betrof het akkoord dat de Europese Unie geld zal lenen om het daarna, in de vorm van kredieten en giften, te verdelen onder de lidstaten. Dat betekende een ultieme verzoening tussen de spaarzame vier onder leiding van Nederland en de zuidflank onder leiding van Frankrijk. Emmanuel Macron onderstreepte meermaals dat het financiële reddingsplan een must is om in de toekomst een dijkbreuk van 'de populisten' te vermijden. Met dat noodplan wordt het paard echter opnieuw voor de kar gespannen. Het is op zich een goede zaak dat de financiële samenwerking verstevigd wordt, maar men heeft niet het minste benul hoe die giften en leningen landen als Italië uit het slop kunnen halen. De steunmaatregelen van de voorbije tien jaren hebben Italiaanse bedrijven amper aangemoedigd om meer te investeren of nieuwe arbeidskrachten aan te nemen. Investeringen in de gebrekkige publieke infrastructuur zijn verder gedaald. Het voorbeeld van Italië toont dat geld in een land pompen zonder perspectief op hervorming en kansen voor ondernemers gewoon niets oplevert. Dat soort beleid is daarom weinig behulpzaam in het beteugelen van publieke onvrede. De tevredenheid bij Italiaanse burgers over de levenskwaliteit kalft af. Hun wantrouwen in zowel de nationale als de Europese politieke instellingen is nog steeds ongezien hoog, ondanks het feit dus dat de Europese Centrale Bank alleen al voor ongeveer 350 miljard euro in het land pompte. Europese leiders zien solidariteit als een geldkwestie. Maar Italië en andere zwakke landen hebben niet alleen behoefte aan geld. Ze hebben vooral behoefte aan inspiratie en leiderschap. Behalve kordaat toezicht houden op de overheidsfinanciën kunnen sterke landen ideeën en begeleiding bieden om de krakkemikkige infrastructuur in de steden te moderniseren. En rijke consumenten in het noorden kunnen het Italiaanse vakmanschap wat meer erkennen. Ik denk dat we de Italiaanse economie en ondernemers meer steunen door hun kwaliteitsproducten te kopen dan door de overheid geld toe te stoppen. Dat is de kern van wezenlijke Europese solidariteit: niet zozeer geld toewerpen als naar een bedelaar, maar respect voor elkaars creativiteit, ondernemerschap en cultuur. Het betekent ook dat we die zwakkere landen beter beschermen tegen concurrentievervalsing en dumping van buitenaf. Het rijke noorden schiet er zelf niets mee op als het aan de ene kant geld blijft toestoppen, maar de arme consumenten in het zuiden weinig andere keuze laat dan dat geld grotendeels te besteden aan ingevoerde goederen. Europa wordt geleid met de instrumentele houding van een boekhouder, niet met de passie voor haar culturele veelzijdigheid en ook niet met toewijding aan haar kernwaarden. Dat laatste bleek uit de uitermate kleinhartige opstelling van de top ten aanzien van Polen en Hongarije. Ondanks aanhoudende berichten over corruptie en het uitkleden van de rechtsstaat blijven we hun politici rijkelijk voorzien van Europese steun. Angela Merkel merkte weliswaar op dat er weldra een procedure komt om de fondsen te verminderen indien een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten dat steunt, maar dat blijft een zeer vaag voornemen en er bestaan twijfels over de uitvoerbaarheid. Mevrouw Merkel en Raadsvoorzitter Charles Michel hebben misschien opnieuw een top gered, maar niet de geloofwaardigheid en de toekomst van het Europese project. Ik onthoud in dat opzicht een andere belangrijke les uit de memoires van Frans van Daele, namelijk dat de kunst van het haalbare betekenisloos is als je niet weet waar je naartoe wilt, zonder lotsverbondenheid, zonder trouw te blijven aan gedeelde waarden.