Europa zinkt weg tussen de grootmachten, maar in plaats van een laatste krachtinspanning te leveren, een ultieme poging om zichzelf opnieuw overeind te trekken, vraagt het om een therapeutisch gesprek. De Amerikanen oefenen druk uit om front te vormen tegen China, maar de Europese hoofdsteden pleiten voor een nieuwe poging om middels dialoog de vrede te bewaren. Ons land heeft het zichzelf tot doel gesteld om bruggen te bouwen. In de Financial Times pleitte columnist Martin Wolf voor een nieuw engagement. De Europese instellingen willen gesprekken om internationale organisaties nieuw leven in te blazen en zo de rivaliteit tussen de grootmachten te verzachten. Europa praat zichzelf vooral in slaap.
...

Europa zinkt weg tussen de grootmachten, maar in plaats van een laatste krachtinspanning te leveren, een ultieme poging om zichzelf opnieuw overeind te trekken, vraagt het om een therapeutisch gesprek. De Amerikanen oefenen druk uit om front te vormen tegen China, maar de Europese hoofdsteden pleiten voor een nieuwe poging om middels dialoog de vrede te bewaren. Ons land heeft het zichzelf tot doel gesteld om bruggen te bouwen. In de Financial Times pleitte columnist Martin Wolf voor een nieuw engagement. De Europese instellingen willen gesprekken om internationale organisaties nieuw leven in te blazen en zo de rivaliteit tussen de grootmachten te verzachten. Europa praat zichzelf vooral in slaap. Het pleidooi voor dialoog lijkt nobel, zeker in vergelijking met de onbehouwenheid van Donald Trump en de onbuigzaamheid van pakweg Vladimir Poetin. Europa lijkt er zich zelfs een elan van morele superioriteit mee aan te meten, van beschaafdheid en fijngevoeligheid. Ook al zijn die bedoelingen soms oprecht, praten staat allerminst garant voor morele superioriteit. Mij schijnt het pleidooi voor gesprek thans vooral een poging om het gebrek aan moreel leiderschap te verdoezelen, de onwil om in het reine te komen met de diepe oorzaken van de wereldwijde impasse en het onvermogen er wat aan te doen. Nu we herdenken dat Europa driekwart eeuw geleden bevrijd werd van het juk van Adolf Hitler, is het gepast ons toch even opnieuw voor de geest te halen wat de Duitse dictator toeliet zijn rijk uit te bouwen, samenlevingen als de onze te onderwerpen en er zijn gruwelregime te installeren: dat was de illusie dat we met gesprekken en het tonen van inschikkelijkheid de vrede op het continent zouden kunnen bewaren. Als de opmars van het Duitse Rijk iets duidelijk maakt, dan is het dat inschikkelijkheid vaak de weg bereidt voor meer arrogantie. Machteloze samenlevingen die bruggen bouwen, worden onder de voet gelopen. Dialoog zonder strategie, zonder zicht op de finaliteit van de gesprekken is helaas vooral een uiting van bevreesdheid en een poging om een moeilijke werkelijkheid te ontvluchten. Dat betekent niet dat conflicten onontkoombaar zijn en dat we moeten hervallen in jingoïsme. Het betekent wel dat dialoog niet voldoende is om agressie te voorkomen. Als onze leiders al een gesprek moeten aangaan, dan eerst met hun eigen bevolking. Om te voorkomen dat we vroeg of laat weerloos gevangen komen te zitten in een nieuw grootmachtenconflict én om zo'n conflict te helpen voorkomen, is het belangrijk dat de Europese landen individueel en gezamenlijk voorkomen dat de machtsbalans in Eurazië verder wordt verstoord. De oorzaak van de hoogspanning is immers vooral dat wij zelf veel te lang hebben stilgezeten. We hebben op ons piekje van de internationale machtspiramide decennialang onze welvaart en vrede geconsumeerd, maar onvoldoende gedaan om hogerop te klimmen. Bijgevolg zijn andere grote spelers erg dicht genaderd. We concurreren steeds meer met dezelfde technologie, vissen steeds meer in dezelfde economische vijver en rusten ons steeds meer uit met evenwaardige wapens. Dat op zich zorgt dus al voor spanning. Wat die frictie nog groter maakt, is het feit dat de voornaamste concurrent, China, zo enorm groot is. Peking kan daar op zich niets aan doen, maar als China doorgroeit, terwijl andere grote landen als India achterop blijven en wij ter plaatse blijven trappelen, dan krijgt men effectief het beeld van een nieuwe Euraziatische supermacht waarvan we de goede bedoelingen allerminst als een gegeven kunnen beschouwen. De erkenning van die vervelende werkelijkheid noopt niet noodzakelijk tot een politiek van confrontatie of indamming. Veel doeltreffender is het ervoor te zorgen dat we samengroeien, dat het Westen doorstoot naar zijn vierde industriële revolutie, dat we India en Zuidoost-Azië perspectief bieden. We hoeven anderen niet de pas af te snijden als we zelf harder gaan lopen. Goed, daar heb je een doortastend handelsbeleid voor nodig en een inspanning om niet achterop te raken in militaire spitstechnologie, maar dat hoeft niet te escaleren tot een confrontatie. Het geeft ook aan dat machtspolitiek niet noodzakelijk protectionistisch hoeft te zijn, maar zelfs gekoppeld kan worden aan een progressieve visie voor de eigen samenleving. Vooruitgang is zelfs de beste manier om de machtsbalans te herstellen. Maar we moeten ophouden met doen alsof. We mogen mijnheer Trump roekeloos vinden, praten zonder plan is even roekeloos.