De uitbraak van het coronavirus in enkele grote vleesbedrijven werpt een schaduw op de Duitse aanpak van de pandemie tot nog toe, maar tast het politieke kapitaal dat Angela Merkel de voorbije maanden weer opbouwde niet meteen aan. Haar laatste ambtstermijn loopt volgend jaar af en het was niet de bedoeling dat ze weer helemaal op het voorplan zou verschijnen. Nu Duitsland op 1 juli het roterende voorzitterschap van de Unie overneemt, komt dat in ieder geval Europa niet slecht uit.
...

De uitbraak van het coronavirus in enkele grote vleesbedrijven werpt een schaduw op de Duitse aanpak van de pandemie tot nog toe, maar tast het politieke kapitaal dat Angela Merkel de voorbije maanden weer opbouwde niet meteen aan. Haar laatste ambtstermijn loopt volgend jaar af en het was niet de bedoeling dat ze weer helemaal op het voorplan zou verschijnen. Nu Duitsland op 1 juli het roterende voorzitterschap van de Unie overneemt, komt dat in ieder geval Europa niet slecht uit. Met een eventuele tweede coronagolf, de economische gevolgen van de crisis, verkiezingen in Amerika en de gevolgen van de brexit in het vooruitzicht, kan Europa een stevig leiderschap gebruiken. Dat kan op dit moment alleen Merkel bieden. In een toespraak voor het Duitse parlement riep ze al op tot snelle actie en in een gesprek met de Franse krant Le Monde herhaalde ze zondag nog haar steun aan het Europese herstelplan van 750 miljard euro, dat voor een goed deel uit een gemeenschappelijk opgebouwde schuld zal bestaan. Europa moet lidstaten uit de brand helpen, zegt ze nu, of ze de hulp kunnen terugbetalen of niet. Dat is een verrassende, maar uitermate gewichtige wijziging in de Duitse politiek op dat vlak. Ze wortelt ook gewoon in het besef dat Duitsland en Europa niet zonder elkaar kunnen. Daarmee is de Unie het volgende half jaar in handen van twee Duitse vrouwen. Merkel en haar vroegere minister Ursula von der Leyen, die vorig jaar vooral door toedoen van de Franse president Emmanuel Macron voorzitster van de Europese Commissie werd. Dat wordt nog kwaad kersen eten voor Charles Michel, de voorzitter van de Europese Raad. Zeker in Duitse media klinkt ergernis over zijn optreden en de manier waarop hij en Von der Leyen elkaar voortdurend voor de voeten lopen. Michel kan er maar beter voor zorgen dat de Unie snel een nieuwe meerjarenbegroting krijgt en dat het herstelplan wordt aanvaard dat door de Commissie-Von der Leyen werd uitgewerkt. Er is daarvoor ook niet veel tijd: het plan moet in stelling worden gebracht als de economische gevolgen van de pandemie zichtbaar worden. Dat is voor Merkel belangrijk. Ze heeft goed begrepen dat een recessie en veel werkloosheid vooral populistische partijen aan stemmen helpen. Ook met de opkomst van China en de veranderde relatie met de Verenigde Staten is het in Europa tijd om de interne structuren van de Unie op een aantal vlakken te versterken en in te zetten op meer samenwerking en solidariteit. Gezien het verleden gooit Duitsland zijn gewicht in Europa niet graag opzichtig in de schaal. Dat kan nu even niet anders.