Boris Johnson lijkt bloedserieus: zonder een nieuw akkoord verlaat het Verenigd Koninkrijk op 31 oktober de EU op de hardst mogelijke manier. De Britse premier heeft bijkomende budgetten vrijgemaakt en aarzelt geen seconde om zijn boodschap kracht bij te zetten. Johnson hoopt met die strategie de Unie alsnog op de knieën te dwingen met twee hefbomen: zonder akkoord zal ook de Unie de economische gevolgen voelen en volgen er onvermijdelijk nieuwe grenscontroles tussen Ierland en Noord-Ierland.

Maar die schijnbare zelfzekerheid van Johnson is op weinig gebaseerd. Ondanks de aanhoudende kritiek op voormalig premier Theresa May hebben Johnson en co. zelf geen werkbaar plan om de huidige impasse te doorbreken. Een tijdelijke backstop, technologische oplossingen aan de Noord-Ierse grens of minideals per economische sector zijn langs beide kanten van het Kanaal politiek onhaalbaar. Dat weet Johnson maar al te goed. Waar is het hem dan wel om te doen?

De excentrieke premier is er vooral op uit om zijn machtspositie in het Verenigd Koninkrijk te verstevigen. Nu hij zich heeft opgewerkt tot het hoogste politieke échelon is hij niet zomaar van plan om zijn premierschap snel af te geven. Daarom wil Johnson nieuwe verkiezingen uitschrijven om een absolute meerderheid in Westminster te bemachtigen, aldus zijn speciale adviseur Dominic Cummings. Op dit moment moet hij het immers stellen met de gedoogsteun van de Noord-Ierse unionisten van de DUP.

En in hoofde van Johnson en zijn adviseurs kan het parlement maar weinig beginnen tegen zijn plan om richting verkiezingen te trekken.

Als de Queen zich met de brexit moet moeien, kent de Britse crisis haar gelijke niet.

Verplicht uitstel?

Maar houdt die electorale strategie wel steek? Niet noodzakelijk. De oppositie kan in samenwerking met dissidente Conservatieven een wetsvoorstel uitwerken dat Johnson ertoe verplicht om de brexit uit te stellen als hij vóór de ultieme deadline 31 oktober nog steeds geen akkoord heeft gevonden met de Unie.

Dat dat uitstel op het laatste nippertje het Britse bedrijfsleven in een grote onzekerheid stort én het VK ertoe verplicht om langer bij te dragen aan het EU-budget, moeten die partijen er dan wel bijnemen.

Bovendien zal Johnson dat signaal kunnen negeren, of - sluwer nog - het manoeuvre aangrijpen om nog vóór de deadline vervroegde verkiezingen uit te schrijven en beargumenteren dat het Britse parlement de uitslag van het referendum van 2016 niet respecteert. Zijn harde toon zou de Brexit Party van brexithardliner Nigel Farage overbodig maken en de Conservatieven een meerderheid in het Lagerhuis kunnen opleveren.

Al schuilt hier een addertje onder het gras voor Johnson. Een nieuwe stembusgang die plaatsvindt voor de deadline van 31 oktober betekent in de praktijk een tweede referendum over de brexit. Wint Johnson die niet, dan is zijn premierschap waarschijnlijk ten einde.

Wantrouwensstemming

De oppositie heeft natuurlijk nog een ander wapen in handen: de wantrouwensstemming. De Labourpartij heeft al aangekondigd dat ze een motie van wantrouwen zal indienen. Wanneer het Britse parlement op drie september terugkeert uit vakantie zal voorzitter Jeremy Corbyn niet lang wachten om de daad bij het woord te voegen.

Heeft zo'n wantrouwensstemming kans op slagen? De huidige minderheidsregering heeft na de recente verkiezingsnederlaag in kiesdistrict Brecon en Radnorshire nog maar één parlementslid op overschot. Enkele gematigde conservatieve parlementsleden, waaronder Ken Clarke en Dominic Grieve, hebben reeds aangekondigd dat ze een harde brexit willen vermijden en tégen Johnson zullen stemmen. Anderzijds huizen er in de Labourpartij enkele brexiteers die de plannen van de Britse premier best kunnen smaken. Kortom, het is lang niet gezegd dat een wantrouwensstemming de nodige meerderheid achter zich kan scharen.

© Philippe Baert

Maar stel nu dat ze toch lukt. Dan volgt er al meteen een nieuwe horde. Volgens de procedure heeft een zittende premier na een motie van wantrouwen twee weken de tijd om het parlement alsnog te overtuigen van het tegendeel. In dat laatste geval blijft alles simpelweg bij het oude.

Als dat echter niet lukt, blijven er in diezelfde veertien dagen nog twee andere opties over.

Labour hoopt dat een meerderheid in het parlement een Labourregering steunt. Maar dat gaat niet gebeuren.

Ofwel steunt het parlement een regering van nationale eenheid met een gematigd compromisfiguur aan het hoofd. De plaatsvervanger van Johnson zou dan een nieuwe stembusgang of een tweede referendum uitschrijven, gecombineerd met een nieuw uitstel van de brexitdatum.

Ofwel steekt Labour iedereen de loef af en steunt de meerderheid van het parlement een socialistische minderheidsregering met Corbyn als nieuwe eerste minister. Een evenzeer onwaarschijnlijke piste, niet in het minst omdat de partijvoorzitter zelfs in eigen rangen niet populair is.

Politieke crisis van formaat

Maar laten we ervan uitgaan dat Johnson de wantrouwensstemming verliest, na twee weken niemand heeft kunnen overhalen en de andere partijen intussen een alternatieve regering op de been hebben gebracht. Dan komt het Verenigd Koninkrijk pas echt in een crisis terecht die haar gelijke niet kent.

Alles heeft te maken met de interpretatie van de zogenaamde Fixed-term Parliament Act, een wet uit 2011 die politieke procedures in zulke situaties voorschrijft. Volgens een strikte interpretatie van die wet moet de zittende premier - in dit geval Johnson - niet verplicht opstappen.

Besluit Johnson inderdaad om aan te blijven, dan komt de sleutel bij het Britse staatshoofd te liggen. Die zal moeten kiezen tussen Johnson (ontslaan of niet ontslaan?) en zijn door het parlement voorgedragen opvolger (erkennen of niet erkennen?). Maar het Britse koningshuis heeft allerminst de traditie om zich met zulke patstellingen te bemoeien, zeker nu het politieke klimaat in het Verenigd Koninkrijk enorm gepolariseerd is.

En hier stopt het nog niet. Want stel dat noch Johnson noch een tegenkandidaat een meerderheid achter zich krijgt, dan volgen er automatisch nieuwe verkiezingen - er moeten minstens 25 werkdagen tussen de ontbinding van het parlement en de nieuwe stembusgang zitten. Johnson heeft de eer om die datum zelf te prikken, liefst ná 31 oktober, de dag van de brexit. Tenzij Queen Elizabeth II, opnieuw zij, dat plan niet aanvaardt en eist dat de verkiezingen vroeger plaatsvinden.

U begrijpt het, het is een kluwen waarin zelfs een kat haar jongen niet meer vindt. Voor één keer zal prins Charles blij zijn dat hij de troon nog niet heeft overgeërfd.