Kristian Thulesen Dahl kwam in 2012 aan het hoofd te staan van DF als opvolger van het extreemrechtse boegbeeld Pia Kjærsgaard. Tijdens het volgende partijcongres zal hij zijn functie opgeven, zo maakte hij woensdag bekend op een intern overleg.

De eurosceptische DF speelde lange tijd een grote rol op het Deense politieke toneel. Bij de Europese verkiezingen in 2014 haalde ze met 26,6 procent een recordaantal stemmen binnen. De partij verkeert echter al enkele jaren in crisis: bij de parlementsverkiezingen in 2019 kreeg ze amper 8,7 procent van de stemmen, tegenover 21,1 procent vier jaar eerder.

Ook dit jaar kreeg DF het tij niet gekeerd. Bij de lokale stembusgang van dinsdag zakte de partij zelfs onder de 5 procent, voor eerst in 20 jaar. Amper 4,1 procent van de kiezers schaarde zich achter DF, terwijl het in 2017 nog om 8,8 procent ging.

Waarnemers wijzen de teloorgang van DF onder meer toe aan de harde koers die de sociaaldemocratische regering van premier Mette Frederiksen vaart op het vlak van immigratie. Maar ook de opkomst van de nieuwe rechts-populistische partij Nieuwe Conservatieven speelt een rol: die haalde dinsdag 3,6 procent van de stemmen, tegenover 0,9 procent vier jaar geleden.

Ook de sociaaldemocraten kregen dinsdag overigens een klap te verwerken. De regeringspartij verloor 4 procentpunten tot 28,5 procent. De Conservatieve Volkspartij ging er fors op vooruit tot 15,2 procent.

Kristian Thulesen Dahl kwam in 2012 aan het hoofd te staan van DF als opvolger van het extreemrechtse boegbeeld Pia Kjærsgaard. Tijdens het volgende partijcongres zal hij zijn functie opgeven, zo maakte hij woensdag bekend op een intern overleg. De eurosceptische DF speelde lange tijd een grote rol op het Deense politieke toneel. Bij de Europese verkiezingen in 2014 haalde ze met 26,6 procent een recordaantal stemmen binnen. De partij verkeert echter al enkele jaren in crisis: bij de parlementsverkiezingen in 2019 kreeg ze amper 8,7 procent van de stemmen, tegenover 21,1 procent vier jaar eerder. Ook dit jaar kreeg DF het tij niet gekeerd. Bij de lokale stembusgang van dinsdag zakte de partij zelfs onder de 5 procent, voor eerst in 20 jaar. Amper 4,1 procent van de kiezers schaarde zich achter DF, terwijl het in 2017 nog om 8,8 procent ging. Waarnemers wijzen de teloorgang van DF onder meer toe aan de harde koers die de sociaaldemocratische regering van premier Mette Frederiksen vaart op het vlak van immigratie. Maar ook de opkomst van de nieuwe rechts-populistische partij Nieuwe Conservatieven speelt een rol: die haalde dinsdag 3,6 procent van de stemmen, tegenover 0,9 procent vier jaar geleden. Ook de sociaaldemocraten kregen dinsdag overigens een klap te verwerken. De regeringspartij verloor 4 procentpunten tot 28,5 procent. De Conservatieve Volkspartij ging er fors op vooruit tot 15,2 procent.