De Brexit Adjustment Reserve (BAR), zoals het fonds officieel heet, zal gespijsd worden met 5 miljard euro aan Europees geld (in constante prijzen 2018). Als het van het Europees Parlement afhangt, zal 4 miljard euro daarvan in twee gelijke schijven van 2 miljard over de 27 EU-landen verdeeld worden in 2021 en 2022, als prefinanciering. De resterende 1 miljard euro wordt in 2025 toegekend. Over de brexit-gerelateerde kosten en investeringen waarvoor geld uit het fonds mag worden aangesproken, moeten het Europees Parlement en de lidstaten het nog eens worden. Maar de parlementscommissie Regionale ontwikkeling stemde dinsdagavond wel al in met de verdeling van de miljarden die de lidstaten eind april reeds afklopten.

Uitgedrukt in constante prijzen heeft België uitzicht op alles samen 353.330.180 euro. In lopende prijzen - dus met inflatie meegerekend - komt dat neer op iets minder dan 375 miljoen euro. Ierland is met 1,064 miljard euro de grootste begunstigde van het fonds, voor Nederland (810 miljoen), Frankrijk (672 miljoen), Duitsland (591 miljoen) en België (353 miljoen). Dat het parlement nog voor de eigenlijke onderhandelingen met de Raad instemt met de verdeling, is logisch, legde de Belgische rapporteur Pascal Arimont (van de Duitstalige CSP) woensdag uit. In de bepaling van de verdeelsleutel is heel wat werk gekropen, "deze cijfers komen niet uit de lucht vallen", zei hij.

De Brexit Adjustment Reserve (BAR), zoals het fonds officieel heet, zal gespijsd worden met 5 miljard euro aan Europees geld (in constante prijzen 2018). Als het van het Europees Parlement afhangt, zal 4 miljard euro daarvan in twee gelijke schijven van 2 miljard over de 27 EU-landen verdeeld worden in 2021 en 2022, als prefinanciering. De resterende 1 miljard euro wordt in 2025 toegekend. Over de brexit-gerelateerde kosten en investeringen waarvoor geld uit het fonds mag worden aangesproken, moeten het Europees Parlement en de lidstaten het nog eens worden. Maar de parlementscommissie Regionale ontwikkeling stemde dinsdagavond wel al in met de verdeling van de miljarden die de lidstaten eind april reeds afklopten. Uitgedrukt in constante prijzen heeft België uitzicht op alles samen 353.330.180 euro. In lopende prijzen - dus met inflatie meegerekend - komt dat neer op iets minder dan 375 miljoen euro. Ierland is met 1,064 miljard euro de grootste begunstigde van het fonds, voor Nederland (810 miljoen), Frankrijk (672 miljoen), Duitsland (591 miljoen) en België (353 miljoen). Dat het parlement nog voor de eigenlijke onderhandelingen met de Raad instemt met de verdeling, is logisch, legde de Belgische rapporteur Pascal Arimont (van de Duitstalige CSP) woensdag uit. In de bepaling van de verdeelsleutel is heel wat werk gekropen, "deze cijfers komen niet uit de lucht vallen", zei hij.