25 procent van de Britten vindt dat brexit goed uitpakt

Bij het referendum op 23 juni 2016 werden er 33.577.342 bolletjes aangekruist. In totaal stemde 51,89 procent van de Britten voor de brexit en 48,11 procent tegen. Met regelmaat worden er in het Verenigd Koninkrijk nieuwe peilingen georganiseerd om te kijken hoe de Britten vandaag zouden stemmen. Vijf jaar later zou de uitslag van het referendum er nauwelijks anders uitzien. Uit de meest recente rondvraag, afgenomen bij 2.119 Britten, blijkt dat momenteel 51 procent opnieuw voor toetreding zou stemmen en 49 procent tegen - een verschil dat vermoedelijk binnen de onduidelijke foutenmarge valt en dus niet significant is. Het wijst erop dat het Verenigd Koninkrijk over de kwestie nog steeds tot op het bot verdeeld is.
...

Bij het referendum op 23 juni 2016 werden er 33.577.342 bolletjes aangekruist. In totaal stemde 51,89 procent van de Britten voor de brexit en 48,11 procent tegen. Met regelmaat worden er in het Verenigd Koninkrijk nieuwe peilingen georganiseerd om te kijken hoe de Britten vandaag zouden stemmen. Vijf jaar later zou de uitslag van het referendum er nauwelijks anders uitzien. Uit de meest recente rondvraag, afgenomen bij 2.119 Britten, blijkt dat momenteel 51 procent opnieuw voor toetreding zou stemmen en 49 procent tegen - een verschil dat vermoedelijk binnen de onduidelijke foutenmarge valt en dus niet significant is. Het wijst erop dat het Verenigd Koninkrijk over de kwestie nog steeds tot op het bot verdeeld is. Volgens een peiling van Ipsos Mori meent 35 procent van de Britten dat de brexit de levensstandaard slechter heeft gemaakt, terwijl 17 procent aangeeft dat het beter is geworden. Uit een recente rondvraag van peilingbureau YouGov blijkt dat slechts 25 procent van de Britten vindt dat de brexit voorlopig goed of zeer goed uitpakt, terwijl 38 procent het omgekeerde denkt. 25 procent geeft aan dat de uitstap noch goed noch slecht is. Wel blijkt dat de Britten overwegend achter hun keuze uit 2016 blijven staan. Van de Leave-stemmers is 45 procent (erg) tevreden over de manier waarop de brexit tot op heden uitdraait. Slechts 16 procent is dat niet of helemaal niet. Bij het andere kamp, Remain, is de afkeur nog meer uitgesproken: 66 procent is (erg) ontevreden en slechts acht procent (erg) tevreden. Opvallend: 42 procent van de Britten meent dat de brexit de aanpak van de coronacrisis heeft verbeterd. Zelfs bij diegenen die voor Remain hebben gestemd zijn er daarvan overtuigd. In het Verenigd Koninkrijk heeft een groter aandeel van de bevolking een eerste en tweede prik gekregen dan het Europese gemiddelde. Rechtstreeks heeft de brexit echter niets te maken met de snelheid van de vaccinatiecampagne. Ook België had op eigen houtje kunnen beslissen om vaccins sneller toe te laten of om op eigen houtje vaccins aan te kopen. Wel is het waarschijnlijk dat het Verenigd Koninkrijk er vorig jaar door de aanstaande brexit voor heeft gekozen om op zichzelf verder te gaan. 45 procent meent dat brexit nog niet done is'Get Brexit Done!' De slogan van Brits premier Boris Johnson liet er eind 2019 weinig twijfel over bestaan. Stem op mij en maak komaf met die ellenlange onderhandelingen over de brexit, luidde de boodschap. De moegetergde Britten namen het met plezier aan. Maar ondanks Johnsons verkiezingsoverwinning en de goedkeuring van het terugtrekkingsakkoord was de brexit helemaal niet over. Er volgde intense gesprekken over de toekomstige relatie die uiteindelijk uitmondden in een handels- en samenwerkingsakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk. Het akkoord sprak echter boekdelen. 'Het akkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie is veeleer een beginpunt van een nieuwe en meer gespannen relatie dan het einde van het lidmaatschap en de transitieperiode', schreef Knack in een analyse. Dat blijkt nu de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk op sommige vlakken nog steeds overhoop liggen over de implementatie van de gemaakte afspraken. Is de brexit done? Als je het aan de Britten vraagt niet. Slechts twaalf procent is ervan overtuigd dat de toekomstige relatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk voor het grootste deel vastligt. 45 procent meent daarentegen dat er nog veel openstaande vragen zijn die de komende jaren nog een heleboel onderhandelingen zullen vergen. Weinig verrassend is men daar vooral in het Remain-kamp van overtuigd. Voorafgaand aan het brexitreferendum was het Verenigd Koninkrijk de lidstaat waarvan de ministers het minst deelnamen aan de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie. Uit een recente paper blijkt dat de Britse ministers tussen 2004 en 2014 slechts aan 49 procent van de tien raadsformaties deelnam. Tussen 2004 en 2009 bedroeg dat aandeel nog 55 procent, de vijf jaar nadien slechts 44 procent. Dat is het laagste percentage van alle Europese lidstaten. België staat met 74 procent op de zesde plaats. Het bevestigt de theorie dat het Verenigd Koninkrijk nog tijdens zijn lidmaatschap weinig betrokken was bij de Europese Unie en het op politiek niveau niet altijd even goed besefte waar het precies aan deelnam. Met andere woorden: het kende zowel de kosten als de baten van het Europees lidmaatschap onvoldoende. Dinsdag liet David Frost, brexitminister in de regering van premier Boris Johnson, in het Britse parlementaire comité voor Buitenlandse Zaken nog optekenen dat het 'onderhandelen als lidstaat helemaal anders is als onderhandelen als derde land.' Een verschil, aldus Frost, dat 'we niet volledig geïnternaliseerd hadden'. Wie als Brit langdurig in de Europese Unie verblijft of als Europese burger in het Verenigd Koninkrijk, mag dat sinds het einde van de transitieperiode op 1 januari 2021 niet zomaar. Belgen die in het Verenigd Koninkrijk wonen moeten namelijk een (voorlopige) verblijfsstatus aanvragen om wettelijk in orde te zijn. Hetzelfde geldt voor Britten die in België komen wonen. De Belgische regering heeft daarvoor een termijn van een jaar voorzien. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi stuurde eind vorig jaar een brief om Britten in België ertoe aan te zetten de zogenaamde M-kaart, die recht geeft op een verblijf van vijf jaar, aan te vragen. Volgens inschattingen van de Europese Commissie wonen er ongeveer 22.400 Britten op Belgisch grondgebied. Twee maanden geleden hadden er slechts 900 Britten een aanvraag ingediend. Volgens de meest recente cijfers van Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) zijn er de eerste vijf maanden van dit jaar 1.586 M-kaarten uitgereikt. Wel, zo meldt het kabinet-Mahdi, hebben opvallend veel Britten de Belgische nationaliteit aangevraagd volgens de ambassade van het Verenigd Koninkrijk in België. Mensen met de Belgische nationaliteit moeten namelijk geen bijkomende verblijfsstatus hebben. En hoe zit het met de Belgen aan de andere kant van het Kanaal wonen? Die moeten namelijk voor 1 juli een verblijfsaanvraag indienen. Afhankelijk van het feit of iemand er al dan niet langer dan vijf jaar onafgebroken woont, kan de persoon in kwestie een voorlopige of definitieve verblijfsstatus krijgen. Exacte cijfers zijn daarover moeilijk te vinden. Bij het Belgische Consulaat-Generaal in het Verenigd Koninkrijk zijn er ongeveer 33.000 Belgen geregistreerd. Maar niet alle Belgen woonachtig in het Verenigd Koninkrijk hebben zich laten registreren. Volgens de Britse data zijn tot eind mei 40.840 aanvragen ingediend en kregen 38.570 Belgen een (voorlopige) verblijfsstatus. Indien eenzelfde persoon eerst een voorlopige status, en nadien, na het bereiken van een verblijf van 5 jaar, een definitieve aanvraagt, wordt dit als 2 aanvragen aangerekend. 'Brexit Bonanza!' Zo beschrijven de Britse kranten die de brexit steunen de voordelige economische gevolgen van de uitstap vaak. Maar die voordelen zijn in macro-economisch opzicht (voorlopig?) erg moeilijk te vinden. Reeds vorig jaar maakte de zakenkrant Bloomberg de inschatting dat de brexit het Verenigd Koninkrijk sinds het referendum 234 miljard euro heeft gekost. Dat is meer dan hetgeen het Verenigd Koninkrijk sinds zijn lidmaatschap bij de Europese Unie in 1973 aan de EU-begroting heeft bijgedragen. Niet onbelangrijk: na het akkoord van Fontainebleau in 1984 moest het Verenigd Koninkrijk minder betalen aan het Europese budget dan andere landen. De exacte kost van de brexit is echter moeilijk in te schatten, zeker omdat de economische gevolgen van de coronapandemie die van de uitstap doorkruisen. Daarom vergeleek hetTony Blair Institue de terugval van de Britse handel met de Europese Unie en met de rest van de wereld. Daaruit blijkt dat de handel met de Europese Unie in januari 2021 36 procent lager lag in vergelijking met 2019. Maar de handel met niet-Europese landen was slechts met 10 procent afgenomen. In februari bedroegen die percentages respectievelijk 25 procent en 6 procent. Voor het Instituut voldoende reden om 20 procent van de daling van januari aan de brexit toe te schrijven. Bovendien is de Britse pond sinds het referendum met ruim zes procentpunt gezakt ten opzichte van de dollar, terwijl de euro en de Deense kroon tussen de vier en de vijf procentpunt zijn gestegen. De gouverneur van de Britse Centrale Bank Andrew Bailey liet in het begin van dit jaar optekenen dat het Britse bruto binnenlands product met vier procent zou dalen door het handelsakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie, goed voor een jaarlijkse kost van tachtig miljard pond.