Opinie

Abderrahim Lahlali

‘Door alleen Vlaams Belang-kiezers te willen terugwinnen, riskeert Conner Rousseau zichzelf tegen te komen’

‘Conner Rousseau kaapt, zuiver omwille van electorale redenen, het legitiem te voeren debat over de leefbaarheid en de verloedering van sommige wijken door bevolkingsgroepen tegen elkaar af te zetten’, schrijft advocaat Abderrahim Lahlali. ‘De burgers verdienen veel beter.’

Op 7 mei 2022 is het twintig jaar geleden dat Hendrik Vyt op een laffe manier zijn twee Marokkaanse onderburen, Ahmed Isnasni (47 jaar) en Habiba El Hajji (45), doodschoot en zelf stierf tijdens de brand die hij vervolgens aanstak. Uit een RTBF-reportage uitgezonden in het programma ‘Au Nom de La Loi‘ blijkt dat deze Schaarbeekse 79-jarige man enkele jaren voordien het volgende verklaarde ‘Les Marocains ont envahi Schaerbeek. Ce sont eux qui y font la loi. Seul le Vlaams Blok peut nous sauver. Si ça ne change pas, je préfère mourir.’

Het is wrang om net nu geconfronteerd te worden met de uitspraak van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau, die het gevoel heeft niet in België te zijn wanneer hij door Molenbeek rijdt. Meer nog, ook het Brusselse onderwijs is volgens hem al deels gearabiseerd vermits sommige Brusselse leerkrachten in het Arabisch zouden lesgeven. We zijn nog maar een klein stapje verwijderd van de uitspraken van Hendrik Vyt. Maar Conner Rousseau stelt zich net tot doel om het Vlaams Belang-electoraat terug te winnen door fors de nadruk te leggen op integratie, talenkennis en verplichte kinderopvang. De uitspraken van Rousseau zijn echter niet alleen problematisch maar druisen ook in tegen de basisbeginselen van een succesvol integratiebeleid.

Conner Rousseau’s illustere naamgenoot, de Franse verlichtingsfilosoof Jean-Jacques Rousseau , had het over ‘Du contract social‘. Volgens J-J Rousseau is er een horizontaal contract gesloten tussen de burgers, waarbij men elkaars vrijheden erkent alsook de begrenzing ervan. Bij het tweede (verticale) contract staan de burgers een deel van hun vrijheden af aan het staatsgezag. Zo beslisten we bijvoorbeeld als samenleving om het recht niet in eigen handen te nemen maar uit te besteden aan een onafhankelijke rechtspraak. Bij J-J Rousseau komt de sociale cohesie dus tot stand door consensus, daarom ook wel het consensusmodel genoemd.

Door alleen Vlaams Belang-kiezers te willen terugwinnen, riskeert Conner Rousseau zichzelf tegen te komen.

De Vooruit-voorzitter wil daarentegen de sociale cohesie bewerkstelligen vanuit de (absolute) macht van de staat en heeft er geen bezwaar tegen om het conflict op te zoeken want hij benoemt naar eigen zeggen nu eenmaal de feiten. Hij pleit namelijk voor een van overheidswege georganiseerde ‘sociale mix’ zonder specifiek te duiden hoe hij dit wil verwezenlijken. Tegelijk biedt Conner Rousseau geen antwoord op de vraag hoe de fundamentele rechten, zoals het recht op een gezinsleven en op een vrije keuze van opvoeding, gevrijwaard kunnen worden. Misschien wil hij de Europese en mensenrechtenverdragen schorsen teneinde zijn plannen te kunnen realiseren, sommigen van zijn collega’s zullen daar in elk geval niet rouwig om zijn.

Het betoog van Conner Rousseau is niet alleen problematisch in het licht van deze rechten, hierdoor wordt bovendien ook de omvolkingstheorie van Renaud Camus genormaliseerd. Bij deze extreemrechtse theorie gaat men uit van een doelbewuste ‘grote vervanging’ van de inwoners van onze steden en wijken door migranten waardoor het blanke ras uiteindelijk zal verdwijnen.

Conner Rousseau kaapt, zuiver omwille van electorale redenen, het legitiem te voeren debat over de leefbaarheid en de verloedering van sommige wijken door bevolkingsgroepen tegen elkaar af te zetten. De burgers verdienen veel beter.

‘Leefbaarheid’ gaat deels over de beleving van mensen. Mede is hierdoor ‘leefbaarheid’ een subjectief begrip, dat zich niet gemakkelijk laat vangen in harde cijfers. Dat het moeilijk is om de leefbaarheid betrouwbaar te meten wil niet zeggen dat er geen problemen of risico’s zijn. Ook zonder cijfers zijn de problemen die zich voordoen op het gebied van leefbaarheid zichtbaar en voelbaar, Conner Rousseau zou zich hierin beter eerst verdiepen vooraleer zijn oneliners te lanceren. Eerstelijnshulpverleners zoals straathoekwerkers, jeugdwerkers en wijkagenten die werkzaam zijn in kwetsbare buurten zijn de best geplaatsten om de evolutie van de leefbaarheid van de buurten te monitoren. Lineaire besparingen in 2019 (met inwerkingtreding vanaf januari 2020) door de Vlaamse regering in het jeugdwerk en het sociaal-cultureel werk, zonder een voorafgaande dialoog, getuigen van een kortzichtig en contraproductief beleid. Deze praktijkmensen die zich dag in dag uit uitsloven teneinde tegemoet te komen aan de besognes van de burgers om zo de leefbaarheid van de buurt de versterken, verdienen juist meer ondersteuning en erkentenis. Ook de herwaardering van de wijkinspecteur, die de hoeksteen vormt van een naar de gemeenschap gerichte politie (‘Community policing’) en als dusdanig een belangrijke plaats moet innemen in de preventieve werking van de basispolitiezorg, is van essentieel belang.

Wat het Brussels onderwijs betreft, vraagt het structureel personeelstekort om stevige maatregelen. Het tienpuntenplan van de Vlaamse onderwijsminister getuigt van een gebrekkige improvisatie. In Nederlandstalige Brusselse scholen dreigen namelijk sluitingen door een lerarentekort. Alvorens het te hebben over de taalkwaliteit van de kinderen- wat ook belangrijk is – zou de bevoegde overheid er eerst voor moeten zorgen dat er voldoende gekwalificeerd onderwijspersoneel voorhanden is.

Wat de veiligheidsbeleving bij burgers betreft, moeten beleidsmakers de standpunten van burgers over onveiligheid begrijpen en hen ook betrekken bij het ontwikkelen van een lokaal veiligheidsbeleid. Essentieel is wel dat samenlevingsproblemen geobjectiveerd moeten worden in plaats van te spreken vanuit een buikgevoel. Zo ging de onderzoeksjournaliste Hind Fraihi in 2005 twee maanden ‘undercover’ in Molenbeek. De journaliste legde op basis van haar gefundeerde recherche een parallelle samenleving bloot met moslimfundamentalisten, vrouwenonderdrukkers en radicale imams. Haar bevindingen resulteerden in een aangrijpend boek (2006). De toenmalige (lokale) beleidsmakers hebben de kolossale fout begaan Fraihi’s onbevooroordeelde bevindingen te nuanceren, wat jaren later leidde tot een exodus van Syriëstrijders en aanslagen op Europese bodem.

Rousseau hanteert daarentegen het klassieke hondenfluitje door met gratuite ‘flinkse’ oneliners de aan het Vlaams Belang verloren ‘kiezers’ terug naar de socialistische stal te proberen halen. Voor alle duidelijkheid: het VB-aanhang doen slinken kan ik als democraat enkel maar toejuichen. Maar het debat moet wel gestoeld zijn op feiten en de voorstellen moeten de basisrechten respecteren, quod non.

Dat een politicus een welbepaald electoraat wil aanspreken is natuurlijk een geoorloofd doel. Uit onderzoek van University College Dublin en van de Universiteit van Amsterdam (2019) blijkt helaas dat partijen die van politieke lijn veranderen, ook het taalgebruik gaan wijzigen. Dat Conner Rousseau in het gecontesteerde Humo-interview Bart De Wever (N-VA) de lof toezwaait is, met de verkiezingen van 2024 in het achterhoofd, niet toevallig.

Maar wanneer politici, onder het mom van ‘de zaken benoemen’, willen scoren met polariserende oneliners (‘Molenbeek is buitenland’) en ongefundeerde beweringen (‘schoollessen in het Arabisch’), wordt de doos van Pandora geopend. Cafépraat door toppolitici is een gevaarlijke politieke tendens die op middellange termijn risico’s inhoudt voor de democratie. Zo zullen ontgoochelde burgers die het gevoel hebben dat er niets verandert aan de vooropgestelde samenlevingsproblemen hun heil zoeken bij anti-liberale of anti-democratische groeperingen. Of erger nog: ze zullen misschien het recht in eigen handen willen, net zoals Hendrik Vyt twintig jaar geleden deed.

Kenza Isnasni, dochter van de door hem vermoorde Ahmed Isnasni en Habiba El Hajji, betreurde recentelijk nog dat te veel aandacht gaat naar ‘des discours qui nous divisent, qui sèment la terreur‘. Zij voegde hieraan toe: ‘Il y a tellement de belles énergies. Il faut réussir à voir la beauté de l’humanité, la mettre en avant, lui laisser sa place‘. Een mooie boodschap voor Conner Rousseau, die ik oproep om het samenlevingsdebat op een ernstige en integere wijze te voeren. Niet alleen VB-kiezers terugwinnen, maar ook de bevolkingsgroepen verbinden en alle burgers zonder onderscheid het gevoel geven dat ze erbij horen zou tenslotte ook een taak van een socialistische voorzitter moeten zijn. Zoniet, riskeert hij zichzelf tegen te komen, net zoals het geval was bij die andere voormalige socialistische voorzitter die een eenzijdig ongenuanceerd beleid voerde en hierdoor de Antwerpse sjerp verloor.

Partner Content