Doelman Hendrik van Crombrugge: ‘Kompany die zegt dat je brains hebt: daar word je warm van’

Hendrik van Crombrugge © Photo News

Bescheiden en belezen: Hendrik van Crombrugge toont dat niet elke voetballer een wandelend cliché is. In het moeilijke seizoen van Anderlecht houdt de Leuvense doelman zich knap staande. ‘Ik was geen talent zoals Yannick Carrasco of Thorgan Hazard. Ik vond niet dat ik van hun carrière mocht dromen.’

Wellicht is hij dit seizoen de beste speler bij Anderlecht, en zonder twijfel de meest constante. Hendrik Van Crombrugge zette probleemloos de stap van het bescheiden KAS Eupen naar recordkampioen Anderlecht. De zesentwintigjarige doelman is een laatbloeier. Bijna was hij verloren voor het voetbal. Als prille tiener werd Van Crombrugge opgepikt door de scouts van Sint-Truiden. Hij pendelde tussen de jeugdwerking van Standard en die van STVV, zonder dat iemand een supertalent in hem zag. Toen Mark Volders en Bram Castro zich blesseerden vroeg in het seizoen 2011-2012, zat STVV zonder keeper. In de derby tegen Racing Genk ging de achttienjarige Van Crombrugge met 3-4 de boot in. Een paar dagen later kocht Sint-Truiden een nieuwe doelman. Vijftien maanden later werd zijn contract ontbonden. De profcarrière wankelde.

Op een vrije dag bezoek ik graag archeologische sites, en ik heb het geluk dat mijn verloofde dat ook leuk vindt.

Een negentienjarige doelman die een half jaar zonder club zit. Een neutrale waarnemer denkt dan: het is voorbij.

Hendrik Van Crombrugge: Dat dacht iedereen. Voor een jonge vent met een voetbaldroom is zo’n verdict moeilijk te accepteren: dat het voorbij is nog voor het begonnen is. Mijn ouders zijn realistische mensen. Ze zeiden: ‘Hendrik, hou er rekening mee dat je het misschien niet waarmaakt.’ Met lichte dwang stuurden ze me terug naar de schoolbanken, maar ze vonden het te vroeg om de droom op te geven.

Wat daarna gebeurde, kan ik alleen omschrijven als stom geluk. Mijn vader kende iemand bij de jeugdwerking van KV Mechelen. Ik mocht meetrainen zonder contract. Het werd mijn redding. Ik vond opnieuw plezier in het voetbal. Via via versierde ik een test bij Eupen. Daarna ging het steil omhoog, en nu speel ik zowaar bij Anderlecht.

Die maanden zonder club waren frustrerend, maar het einde bij STVV was mentaal nog lastiger. Ze stuurden me naar de C-kern. Dat betekent: ‘We moeten je niet meer, zie dat je zo snel mogelijk opkrast.’ Een bittere pil. Ik heb in Sint-Truiden ook drie jaar op internaat gezeten. Wanneer je eraan gewend bent en erin meedraait, is dat het leukste wat een tiener kan meemaken, maar ik verging van de heimwee. Huilend werd ik elke week afgezet door mijn ouders – nu ik zelf vader ben, besef ik hoe zwaar dat voor hen geweest moet zijn.

In die donkere jaren heb ik een pact met mezelf gesloten: deze opofferingen moeten ergens toe leiden. Ik zou het maken, ik zou profvoetballer worden. Dat móést gewoon gebeuren.

Keepers zijn individualisten binnen een ploegsport. U speelt zelf een goed seizoen en krijgt veel lof, maar de ploeg presteert flauw. Welk gevoel overheerst?

Van Crombrugge: Over die lof heb ik al veel nagedacht. Ik ben van de club met de minste media-aandacht naar die met de meeste media-aandacht gegaan, maar ben ik vandaag werkelijk een betere doelman dan in Eupen? Ik hoop het, maar zeker weet ik het niet. De prestaties die ik bij Anderlecht lever, zouden bij Eupen gewoon minder weerklank krijgen. Door dit te zeggen breek ik een voetbaltaboe: van ons wordt verwacht dat we onze eigen verdiensten dik in de verf zetten. Goeie prestaties, ruim opgepikt door de media, leveren krediet op. Daar teren voetballers op wanneer het minder gaat. In onze branche ben je snel een held, en je wordt al even snel opnieuw een nul.

Ik had niet op zo’n moeilijk seizoen gerekend. Als je naar Anderlecht gaat, hoop je prijzen te pakken. Eindelijk te tonen wat je in je mars hebt. Dat doe ik ook, op een bepaalde manier, maar ik had toch liever minder in de picture gestaan. Wanneer de doelman zo veel bloemetjes krijgt, kun je dat interpreteren als kritiek op de ploeg in zijn geheel.

‘Qua puntenaantal zijn we gezakt, maar qua progressie geef ik ons 8 op 10’, zei u eind januari. Ik vond dat een krasse uitspraak.

Van Crombrugge: Ik ga nooit beweren dat dit een goed seizoen is, maar als je het vanaf de eerste speeldag analyseert, mogen we absoluut trots zijn. Anderlecht zat in de kelder, iedereen schreef ons af, en toch doen we tot het einde mee voor Play-off 1. Die kentering teweeg kunnen brengen: dat is een overwinning, hoe dan ook.

Anderlecht beleeft zijn slechtste seizoen sinds de Tweede Wereldoorlog, maar omdat er een stijgende lijn in zit, lijkt de sfeer binnen de club niet somber.

Van Crombrugge: Nee, de sfeer is zelfs bijzonder positief. De fans hebben hun ongenoegen geuit, wat hun goed recht is, maar ze blijven ons steunen. Je voelt dat ze geloven in het verhaal.

‘Ze steunen the process‘, zou kapitein Vincent Kompany zeggen.

Van Crombrugge: Die term wou ik vermijden. (lacht) We spelen met een team vol eigen jeugd en dat raakt een snaar bij de supporters. Die gasten zijn ketjes, hè, kinderen van de club: natuurlijk gun je hun het beste. Te meer omdat ze zich smijten. Niemand kan beweren dat die jonge kerels er niet alles aan doen. Dat is knap, onderschat niet wat op hen afkomt. Anderlecht-spelers hebben bij de jeugd jarenlang elke match met 7-0 gewonnen, bij wijze van spreken. Vandaag moeten ze bikkelen voor ieder punt. Als ze uit dit dal raken, hebben die kerels bagage voor de rest van hun carrière.

Met Vincent Kompany 'Ondanks zijn status is hij één van ons. Hij staat niet boven de groep.'
Met Vincent Kompany ‘Ondanks zijn status is hij één van ons. Hij staat niet boven de groep.’© BelgaImage

Hebt u er al een paar met de voeten op de grond moeten zetten? Je zou het begrijpen als zulke jongens beginnen te zweven. Ze verdienen meer dan heel hun familie samen.

Van Crombrugge: En iedereen benadert je plots als ‘die bekende voetballer’. Leraren, buurmeisjes, de postbode: sommigen vallen haast in zwijm. Geen gemakkelijke situatie, maar een profvoetballer moet dat leren, het hoort er gewoon bij. In deze kern zitten gelukkig geen zwevers. Zelfs onze bad boys zijn ideale schoonzonen.

Hoort Anderlecht bij de beste zes ploegen van het land?

Van Crombrugge: Intrinsiek wel, maar de waarheid ligt op het veld. Er was veel te doen over de verdediging, maar qua tegengoals horen we bij de topteams – en dat voor een ploeg die lang in de rechterkolom heeft gestaan. Anderlecht kent dit seizoen twee fundamentele problemen: we scoren te weinig en we zijn niet regelmatig genoeg. Dat laatste komt door een logisch gebrek aan ervaring.

Zeg dat wel. In sommige matchen was de oudste verdediger negentien jaar.

Van Crombrugge: Ik moet veel coachen en bijsturen, en vergeet niet: ook voor mij is dit mijn eerste seizoen bij een topclub. Zelf zit ik evengoed in een leerproces. Nu, die jonge kerels verdienen het dat we hen uit de wind zetten. We wijzen hen op fouten, maar alleen in besloten kring. Vergelijk het met kinderen opvoeden. Ze mogen fouten maken, zolang ze er maar uit leren. Met mijn zesentwintig jaar ben ik binnen deze ploeg een van de anciens, en in de kleedkamergesprekken voel ik een generatiekloof. Edgar Davids liep laatst stage op Anderlecht (de Nederlandse oud-international werkt aan een carrière als coach, nvdr). Voor mijn generatie is hij een voetbalidool. De jongeren wisten verdorie niet eens wie hij was.

De kracht van topteams is dat ze ook winnen wanneer het niet loopt, en dan komen we bij probleem twee: we scoren moeilijk.

Hebben ze u nog niet gevraagd: ‘Geef die aanvallers eens wat vertrouwen op training’?

Van Crombrugge: Dat is de vaste grap, ja. Als ik een bal laat glippen, roep ik: ‘ Boys, dat was puur om jullie vertrouwen te schenken!’ Ach, hoe minder je erover praat, hoe sneller zoiets betert, denk ik.

Met tien goals meer zat Anderlecht allang in Play-off 1 en was iedereen vol lof geweest over onze jonge ploeg. We lieten het liggen tegen Kortrijk, tegen Waasland-Beveren en tegen KV Mechelen: drie kleinere clubs waartegen we thuis 0-0 speelden. Ik denk niet dat het ons vandaag nog zou overkomen. Sinds de winterstop is Anderlecht een andere ploeg. Op Cercle Brugge speelden we een draak van een match, maar we wonnen wel. En oké, dan krijg je kritiek omdat het spel niet goed was, maar in een ander seizoen zouden ze zeggen: een club die zijn zwakke matchen wint, speelt kampioen.

Als het Play-off 2 wordt, zullen jullie er toch het beste van moeten maken.

Van Crombrugge: Uiteraard. Natuurlijk is het minder aantrekkelijk dan Play-off 1, maar het gaat wel om profmatchen, met reële belangen. Voor onze jonge ploeg is dit een uitgelezen kans om ervaring op te doen. Het vervelende is dat veel tegenstanders aan Play-off 2 beginnen zonder ambitie, en dat maakt het niet simpel om zelf wél het vuur brandend te houden. Maar wij zijn profs en je kunt via Play-off 2 Europees voetbal halen. We zijn het aan onze fans verplicht om die prijs te pakken.

Natuurlijk is Play-off 2 minder aantrekkelijk dan Play-off 1, maar het gaat wel om profmatchen, met reële belangen.

U had het net over Edgar Davids. Was Vincent Kompany voor u ook zo’n voetbalidool?

Van Crombrugge: Ik weet al waar je naartoe wilt, want die vraag kreeg ik vaak: ben je niet geïntimideerd door de figuur Kompany? En dan halen journalisten de statistiek boven dat we minder wonnen als Vincent erbij was. Maar met statistieken kun je alles bewijzen.

Kijk, Vincent is natuurlijk geen jongen zoals alle andere. Tegenstanders, fans, het bestuur, spelers: iedereen benadert hem met enorm veel respect. Het is normaal dat je in het begin afstand voelt, want hij betekent iets. Maar die barrière is snel vervaagd. Ondanks zijn status is hij erg relaxed in de omgang. Hij is één van ons. Een speler met een sterke mening, maar hij staat niet boven de groep.

Klopt het dat u 7 kilometer loopt per match? Dat is erg veel voor een doelman. Lionel Messi komt amper aan 7,9 kilometer.

Van Crombrugge: Dan bestaat er toch íéts waarin ik op Messi lijk. (lacht) Bedankt voor het weetje, dat deel ik morgen in de kleedkamer. Mensen denken: doelmannen staan er louter om ballen te pakken, maar onze taak is geëvolueerd. Je moet anticiperen, het spel lezen, meedenken in de opbouw. Een keeper die meevoetbalt, is een man extra in balbezit.

U bent een voetballer zonder Twitter- of Facebookaccount: de laatste der Mohikanen.

Van Crombrugge: Sinds kort zit ik wel op Instagram. Mijn makelaars drongen daarop aan: ‘Voor de exposure.’

Is het de bedoeling dat u zo sponsors lokt of de interesse wekt bij andere clubs?

Van Crombrugge: Geen idee. Hen leek het verstandig en ik hoef dat account zelf niet te beheren, dus ze doen maar. De meerwaarde van sociale media heb ik nooit begrepen. Wat interesseert het mij dat voetballer X lekker gegeten heeft of dat hij met zijn gezin aan het zwembad ligt? Verbeter me als ik mis ben, maar de meeste posts op de sociale media lijken mij tijdverlies.

U staat bekend als geschiedenisliefhebber. Welke tijdvak boeit u het meest?

Van Crombrugge: Vooral dat van de Romeinen. Daar kan ik boeken over blijven verslinden, en nóg leuker is het als je tussen de geschiedenis kunt staan. Op een vrije dag bezoek ik graag archeologische sites, en ik heb het geluk dat mijn verloofde dat ook leuk vindt.

Ik kan de lezers van Knack een geweldig boek aanraden: Romeinse sporen van Herman Clerinx. Daar staan gps-coördinaten in van plekken in de Benelux waar je resten van Romeinse cultuur kunt zien. Dan zet ik me op zo’n grafheuvel, tuur in de verte en vraag me af hoe het er tweeduizend jaar geleden aan toeging. Toen ik bij Eupen speelde, heb ik de regio Trier-Aken helemaal doorploegd, nu richt ik me meer op Vlaanderen. Je zou het misschien niet zeggen maar veel voetballers vinden dat interessant. Ik krijg er vaak vragen over. Op Anderlecht noemen ze me ‘Wikipedia’. Een leuke bijnaam, maar eigenlijk heb ik liever dat ze ‘de Encyclopedie’ zeggen. Op Wikipedia schrijft iedereen wat hij wil, geef mij maar de betrouwbaarheid van het gedrukte woord.

Geschiedenis en archeologie liggen ver van het voetbal. Dat heb ik nodig, even iets anders. Ik weet dat je van archeologie moeilijk kunt leven, maar als ik hardop droom: het zou geweldig zijn als ik daar na mijn carrière iets mee kan doen.

Hebt u spijt dat u niet hebt kunnen studeren?

Van Crombrugge: Toch wel. Het trok me aan, maar ik heb het bewust afgeblokt. Je hebt voetballers die wel een diploma halen, gespreid over acht jaar of zo. Dat is knap, maar ik vond: ofwel doe je iets voor honderd procent, ofwel doe je het niet. En de voetbaldroom ging voor.

Uw voornaam schijnt te verwijzen naar hertog Hendrik I van Brabant, die leefde van 1165 tot 1235. Hij stond bekend als ‘de Krijgshaftige’ en verwierf faam tijdens de kruistochten.

Van Crombrugge: Mijn zussen en broers hebben allemaal namen in dat genre: Machteld, Joris, Lieven en Marnix. Ik ben blij met mijn naam. Het is een stijlvolle naam, gereserveerd voor koningen. Van de Saksen, over het Heilige Roomse Rijk tot de Tudors: allemaal noemden ze hun monarchen Hendrik, Heinrich of Henry. Het zwarte schaap onder de Hendrikken is natuurlijk Henry VIII, de Britse koning met zijn zes vrouwen van wie hij er twee liet onthoofden. Ik kan mijn verloofde geruststellen: daar spiegel ik me niet aan. (lacht)

Doelman Hendrik van Crombrugge: 'Kompany die zegt dat je brains hebt: daar word je warm van'
© BELGAIMAGE

Terug naar de sport: hoe schat u uw kansen in om mee te gaan naar het Europees Kampioenschap?

Van Crombrugge: Ik heb 33,33 procent kans. Ik, Matz Sels en Koen Casteels strijden om de plek als derde doelman. Casteels heeft een streepje voor. Hij krijgt in onze pers weinig aandacht, maar Koen heeft in de Bundesliga echt wel iets opgebouwd.

Wie de derde man ook wordt, spelen zal hij niet. Toen Thibaut Courtois doorbrak, wist je dat de nationale ploeg voor tien jaar goed zat, en Simon Mignolet zou nog perfect meekunnen in de Premier League. Hoe Mignolet zich bij Club presenteert, daar neem ik mijn pet voor af. Zo hongerig, gemotiveerd en geconcentreerd: wow.

Het is een eer om geselecteerd te worden voor de nationale ploeg, maar mijn prioriteit ligt bij Anderlecht. Dat is onder deze omstandigheden normaal: Courtois en Mignolet zijn ongenaakbaar. Je moet je plaats kennen.

Bent u via de Rode Duivels op de radar gekomen bij Vincent Kompany? Hij duwde door voor uw transfer.

Van Crombrugge: Dat zal wel hebben meegespeeld, ja. Het gesprek toen ik mijn contract tekende, herinner ik me goed. ‘Je bent geen dommerik en ik heb brains nodig in mijn project.’ Vincent Kompany die zoiets zegt, daar zou elke voetballer warm van worden. (lacht)

Die selecties voor de nationale ploeg zijn voor mij belangrijk geweest. Ik was het doelmannetje van Eupen en kreeg schouderklopjes van Dries Mertens en Jan Vertonghen. Ik surf nog altijd op het vertrouwen dat ik tijdens die eerste trainingen heb opgedaan.

U was bij de jeugd ook international: de reservekeeper van de generatie van Mats Rits en Romelu Lukaku, toen dé twee grote talenten.

Van Crombrugge: Een héél goeie groep. Yannick Carrasco, Thorgan Hazard en Hannes Van der Bruggen speelden er ook. Ik voelde me toen, als tiener, niet van hun niveau. Ik vond niet dat ik van hun carrière mocht dromen.

Moet een keeper perfectionist zijn of moet hij kunnen relativeren?

Van Crombrugge: Beide, maar relativeren is nóg belangrijker. Perfectie streef je na, maar de perfecte match bestaat niet. Een veldspeler kan zwarte wedstrijden spelen en witte, maar ook grijze. Hij kan als het ware opgaan in de ploeg. Maar waar kan een keeper zich verstoppen? Achter de paal? (lacht) Daarom is relativeren belangrijk: een foutje betaal je waarschijnlijk cash. Ik heb het meegemaakt tegen KV Oostende: een terugspeelbal die ik slecht verwerk en de bal hangt tegen de touwen. Shit happens. We blijven mensen.

Hoelang maalt zo’n blunder door uw hoofd?

Van Crombrugge: Dat is een knop die je moet omdraaien, liefst direct. Ik heb die match nog drie, vier belangrijke reddingen gedaan. Dat lukt niet als je aan het treuren bent over die flater. Ik was in die weken bezig aan een goeie reeks. De analisten zwaaiden met lof: ‘Met Van Crombrugge heeft Anderlecht een geweldige zaak gedaan.’ Het is menselijk dat je diep van binnen iets geruster wordt. De concentratie verslapt – en dan staat de man met de hamer klaar.

Hebt u iemand die u met de voeten op de grond zet?

Van Crombrugge: Mijn ouders doen dat, mijn verloofde zeker ook. Ik heb sowieso een nuchter karakter, en dat ik even zonder club heb gezeten, heeft me nederiger gemaakt dan de gemiddelde voetballer. Ik besef dat het op een haar na voorbij was. Jongens bij wie het vanaf hun tienerjaren op rozen loopt, benaderen het anders. Eigenlijk is dat ook normaal.

Hendrik Van Crombrugge

– 30 april 1993: geboren in Leuven

2011: maakt zijn profdebuut bij STVV

2013: STVV beëindigt zijn contract, een transfer naar KAS Eupen volgt

2016: promoveert met Eupen naar eerste klasse

2019: eerste selectie voor de nationale ploeg, transfer naar Anderlecht

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content