Opinie

Rolf Falter

‘Deze crisis opent perspectieven voor de vorming van een nieuwe regering’

Rolf Falter Historicus, auteur en hoofd van het Bureau van het Europees Parlement in België.

De coronacrisis haalt aan een pak dogma’s van de Wetstraat onderuit, schrijft Rolf Falter. ‘De volgende formateur moet eerst eens bij de Nationale Bank, de ECB en de Europese Commissie gaan horen wat inzake de centen kan en wat niet.’

Wie deze dagen het politiek slagveld in België overschouwt en geduldig wacht tot de mist van de waan van de dag is opgetrokken, zal het merken: er moet ergens een grote bom gevallen zijn, die een heel pak loopgraven gewoon heeft weggeveegd. En dat opent veel nieuwe perspectieven voor het beleid, en voor de vorming van een nieuwe federale regering.

Eerste vaststelling: het budgettair monster dat al veertig jaar lang boven alle overheidsbeslissingen spookt, is een pak groter geworden, maar tegelijk vervaagt zijn identiteit zodanig dat het bijna niet meer te zien is. Vooral heeft de waakhond een metamorfose ondergaan. De Europese Centrale Bank (ECB) pompt massaal geld in de economie, met al minstens 870 miljard euro (het equivalent van ongeveer 5 procent van het bbp van de EU) op het boodschappenlijstje.

De Europese Commissie heeft als één van haar eerste corona-maatregelen het Stabiliteits- en Groeipact tijdelijk opgeheven. Zij gaat op grote schaal gebruik maken van de ‘leverage’ – de sinds 2014 aangewende techniek waarbij wat herschikte eigen middelen, aangevuld met investeringen van de Europese Investeringsbank en dan een veelvoud van privé-investeringen op basis van leningen met lage intrestvoeten, projecten financieren die qua omvang vele malen de jaarlijkse begroting van heel de EU overtreffen.

De totale overheidsschuld in ons land zal waarschijnlijk naar 130 tot 150 procent van het bbp evolueren, maar met de lage rentevoeten is dat voorlopigv geen probleem. Andere Europese landen gaan ook de club van 100-plussers bijtreden, met Italië als voorzitter (naar 180 procent, het percentage dat eind 2009 de Griekse crisis startte). Japan, met 250 procent, leert dat je daar mee weg kan komen, en de Verenigde Staten gaan dat voorbeeld volgen. Inmiddels signaleert econoom Paul De Grauwe dat als na acht jaar geldpompen nog altijd geen inflatie opduikt, je evengoed kan proberen, mits strenge voorwaarden tegen roekeloze herhaling, een deel van de schulden gewoon te laten absorberen door de ECB.

Om een lang verhaal kort te maken: de volgende formateur moet eerst eens bij de Nationale Bank, de ECB en de Europese Commissie gaan horen wat inzake de centen kan en wat niet. En dan zelf creatief (maar verantwoordelijk) aan het werk gaan. Denk aan wat Vlaanderen met Oosterweel deed: omvangrijke harde economische investeringen buiten begroting houden, zoals we overal deden voor 1990, omdat je – in dit geval dankzij de tol – quasi zeker bent dat ze zichzelf gaan terugverdienen, zij het niet in dat ene begrotingsjaar, maar over tien jaar. Eens je zoiets doet creëer je terug ademruimte voor beleid.

Deze crisis opent perspectieven voor de vorming van een nieuwe regering.

CO2-uitstoot

Is dat dan een vrijbrief voor spendeerdrift? Dat hoeft niet, integendeel zelfs. Is het overduidelijk dat we nu op Keynesiaanse wijze even de budgettaire teugels fors moeten vieren, en dat we aan de inkomstenzijde een bijkomende klap gaan moeten verwerken, dan moet je meteen het perspectief op termijn daaraan vastknopen en duidelijk maken waar je terug een budgettair rustpunt kan bereiken. Enkel op die manier kan je het economisch vertrouwen wekken dat je ook nodig hebt om het herstel in te luiden. Maar precies het feit dat het speelveld nu open ligt, met schaken tussen korte en lange termijn, maakt dat de onderhandelingsruimte nu oneindig veel breder is dan voorheen.

Tweede vaststelling: wie pleitte voor meer geld in de sociale zekerheid heeft zijn oogst al binnen. De uitgaven dit jaar gaan door de immens verhoogde (tijdelijke) werkloosheid gemakkelijk met een paar procenten stijgen. Wat de balans zal zijn in de gezondheidszorg voor dit jaar is even afwachten – beduidend meer corona-patiënten, maar ook weken uitstel van de meer behandelingen – maar wat zeker is, is dat daar investeringen gewenst en nodig zullen zijn, bijvoorbeeld in meer opvangcapaciteit en goede medische reserves voor een eventuele volgende pandemie. Dat geld zal nu nog relatief gemakkelijk te vinden zijn, maar ook hier is – voor het vertrouwen op termijn – een oefening nodig over de financiering op een horizon van 10 jaar. Men heeft nu wat tijd om een goed plan uit te denken, wat meteen ook toelaat eens alle bestaande ideeën voor de verdere financiering van gezondheidszorg – met al lang verwachte stijgende kosten de komende twintig jaar – door te praten. Misschien creëert men zo zelfs ruimte om de sociale bijdragen zelf verder te verlagen, in ruil voor andere inkomsten, wat goed zou zijn voor de rendabiliteit van de bedrijven. De financiering transparanter maken, zodat de burger zelf beseft wat de stijgende kosten zijn, kan ook helpen.

Derde vaststelling: door de neveneffecten van de corona-schok liggen heel wat nieuwe perspectieven op tafel. Plots zijn de files verdwenen, is de luchtkwaliteit zoveel beter, is er een pak minder CO2-uitstoot, kunnen en moeten we ver weg van de top-down structuren bewijzen dat telewerken even efficiënt kan zijn, leren we dat open space-bureaus kweekvijvers van bacteriën en virussen kunnen worden, gebeuren er in het onderwijs dingen die zolang onbespreekbaar waren, leren hopelijk ook mannen die zich daar nog niets van aantrokken hun kinderen bijhouden en opvoeden. Dat klinkt onder meer als een dikke opportunity knocks voor slapende vakbonden, naast het feit dat behoorlijk wat laagbetaalde beroepen hier in de frontlijn van de strijd tegen corona hebben gestaan. Kan dit eindelijk de mogelijkheid geven om de loopgraven van het sociaal overleg, die vastliggen op basis van een wet van 1948, te verlaten en op een nieuwe manier te praten tussen de sociaaleconomische actoren van een land, de overheid inbegrepen?

Ook het klimaatverhaal ziet er overigens een stuk anders uit: we leren nu dagelijks dat inspanningen om de CO2 te verminderen perfect haalbaar zijn, ook al moeten we daarom niet noodzakelijk de opgespannen prognoses halen waarvan we nu ook beginnen te vermoeden dat ze eigenlijk utopisch zijn. En wat met de woonsector? Is niet gebleken dat het in de voorsteden en dorpen een stuk gemakkelijker was dan in de stad om thuis te blijven en aan social distancing te doen? Moeten we dan toch terug nadenken over vele betere en nieuwe woningen, in een markt die bijna vastgereden was in speculatieve prijsstijgingen, over-reglementering tot in het absurde, bij afwezigheid van elke verdere overheidsimpulsen?

Blijft het belangrijkste punt: de economie. Ondanks al het geldpompen gaan daar brokken vallen. Kleine en grote bedrijven gaan over kop gaan, mensen gaan hun job verliezen. Hopelijk blijft de schade beperkt. Afwachten ook wat de wereldeconomie oplevert: komen de drie grote blokken relatief ongeschonden uit de crisis – en dan vooral China dat voor het eerst in dertig jaar een echte recessie moet slikken – en in welke mate gaan ze nadien de globalisering terugschroeven? Vrijhandel, vrij verkeer, arbeidsverdeling op wereldschaal staan nog meer op de tocht dan voor corona. Ze blijken ons, na de weldaden van de jaren tachtig en negentig, bankcrisissen, ongecontroleerde migratie, fiscale fraude op wereldschaal en pandemieën te hebben opgeleverd.

Negen ministers van Volksgezondheid, waarvan twee derde enkel in Franstalig België, is toch wel wat veel.

Confederale logica

En wat met de online handel, die wint uit de crisis, maar waar Nederlanders dat zoveel beter blijken te doen dan wij? Wat met het duurzaam toerisme, waar het waarschijnlijk nog lang zal duren eer een onwaarschijnlijke 33 miljoen bezoekers per jaar opnieuw naar alleen al Venetië afzakken? Dat gaat allemaal veel economische stuurmanskunst vergen, met veel vermogen om voortdurend bij te sturen. Ga er maar van uit dat de overheid weer een grotere rol gaat spelen in de economie – liefst ook op efficiëntere en meer transparante wijze dan nu – en dat het voor elk land weer nuttig wordt minstens een beetje collectief na te denken wat we als sterke punten van onze economie kunnen uitbouwen. Planning heette dat vroeger, en dan liever volgens de methodes van vader Eyskens dan die van wijlen de Sovjetunie met haar Vijfjarenplannen.

Wat ons tot het laatste punt brengt: de herordening van onze instellingen voor meer efficiënt bestuur. Negen ministers van Volksgezondheid, waarvan twee derde enkel in Franstalig België, is toch wel wat veel. Kunnen we daar nu vier gewesten uit distilleren, zonder meer? Tegelijk leerden we dat de Nationale Veiligheidsraad – die niet in de grondwet vermeld wordt – wel een hiërarchie der normen kan opleggen in crisistijden. En lijkt het mij geheel logisch zoveel mogelijk bevoegdheden op het terrein bijeen te brengen op één niveau (het gewestelijke gezien de jongste verkiezingsuitslag) en dan op het einde van de rit te bekijken hoe we de coördinatie beter organiseren op federaal en hoeveel solidariteit we overhouden. Dat hoeft niet meteen helemaal uitgewerkt te zijn, maar hoort wel al in deze legislatuur thuis.

Toegegeven, het is allemaal wat genereus geformuleerd, en kan morgen alweer voorbarig en achterhaald lijken, zoals dat in crisistijden altijd het geval is. Maar hebt u overigens ergens de term ‘links’ of ‘rechts’ horen vallen? Niet voor de eerste keer blijken die in acute crisistijden zeer relatief te zijn, en is het beste recept een goede combinatie van ideeën uit beide. Wat meteen de toekomstige coalitie aanduidt: een goede mix, met een echte meerderheid, van wat we als de ‘centrumkant’ kunnen omschrijven van de huidige coalities in de regio’s. Een tikkeltje rechts in Vlaanderen, maar niet noodzakelijk zo rechts als de Vlaamse regering, een tikkeltje links in Franstalig België, maar niet noodzakelijk zo links als in Wallonië of Brussel. Lukt dat niet, dan is enkel nog een (minder wenselijke) confederale coalitie van noord en zuid mogelijk. Al de rest is, in de gegeven omstandigheden, een recept voor permanente instabiliteit in sowieso moeilijke tijden.

Deze tekst verscheen eerder op de blog van Rolf Falter.

Partner Content