Opinie

Jurgen Goossens

‘Defederaliseren, herfederaliseren? Eerst de staatsstructuur vereenvoudigen’

Jurgen Goossens Postdoctoraal onderzoeker van het FWO (UGent) en docent staatsrecht (Erasmus Universiteit Rotterdam)

De hervorming van onze staat mag immers geen doel op zich zijn en wordt best niet overgelaten aan de politieke grillen van het moment, schrijft Jurgen Goossens.

De toekomst van onze Belgische (con)federale staat volop in de belangstelling. Hendrik Vuye en Veerle Wouters zijn het veld in gestuurd om het communautair project van N-VA vorm te geven. De liberalen op hun beurt kondigden – helemaal tegen de huidige stroom in – een plan BE aan voor meer België en dus een herfederalisering van bevoegdheden. Hevige kritiek van CD&V en N-VA op de plannen van de liberalen liet niet lang op zich wachten.

Laat ons hier even het politieke gewoel proberen overstijgen. De hervorming van onze staat mag immers geen doel op zich zijn en wordt best niet overgelaten aan de politieke grillen van het moment. Neen, een staatshervorming moet goed worden voorbereid en moet vooral ten dienste staan van de burger, die recht heeft op een efficiënte overheid. In plaats van het huidige debat over het verder defederaliseren of herfederaliseren van bevoegdheden zouden we beter eerst het labyrint van de Belgische staat vereenvoudigen. Daarbij moeten we het onderscheid tussen gemeenschappen en gewesten in vraag durven stellen.

Recentelijk is er duidelijk een communautair opbod tussen de politieke partijen. N-VA heeft enkele maanden geleden, ondanks de afspraak om deze legislatuur het communautaire te laten rusten, zijn voormalige fractieleider en professor staatsrecht Vuye de frontlinie ingestuurd. Ook Vlaams Minister-President Bourgeois riep op 11 juli op voor verdere stappen in de staatshervorming en meer bevoegdheden voor Vlaanderen. Het is duidelijk: N-VA kiest de vlucht vooruit. Ze zijn volop de verkiezingen van 2019 aan het voorbereiden en willen daarbij het communautaire blijkbaar hoog op de agenda plaatsen.

Met de hete adem van N-VA in de nek, stuurt nu ook Open Vld aan op verdere stappen. Daarbij gooit zij het – tot de verrassing van velen – volledig over een andere boeg. Terwijl artikel 1 van de N-VA partijstatuten duidelijk oproept tot een ‘onafhankelijke republiek Vlaanderen’, willen de liberalen méér België met onder andere een herfederalisering van bevoegdheden inzake mobiliteit, buitenlandse handel, energie en klimaat. Voor N-VA en CD&V blijkt dergelijke omgekeerde beweging een absoluut taboe.

Durf onderscheid gemeenschappen en gewesten in vraag te stellen

Vooraleer een nieuw rondje van bevoegdheidsoverdrachten wordt aangevat, moet eerst en vooral onze te ingewikkelde staatsstructuur worden aangepakt. Onze instellingen moeten dringend worden vereenvoudigd, zeker in Brussel. Weet u dat België, met zo’n 11 miljoen inwoners, niet minder dan 7 parlementen telt?! Het Belgische huis moet dus eerst verbouwd worden. Sommige muren moeten worden gesloopt, zodat we grotere en meer leefbare kamers krijgen. Pas daarna kunnen we opnieuw zaken op consistent wijze toewijzen aan een bepaalde kamer.

In Duitsland zijn de deelstaten de Länder, in Zwitserland de kantons en in de VS de staten. De indeling in deelstaten is duidelijk en strikt gebaseerd op territoriale grenzen. In België is de indeling van de deelstaten echter vooral ingegeven door een indeling naar materie en zijn er twee soorten deelstaten ontstaan. Op vraag van Wallonië werden gewesten opgericht met vooral economische, plaatsgebonden bevoegdheden, zoals ruimtelijke ordening. Op vraag van Vlaanderen echter werden gemeenschappen opgericht met persoonsgebonden bevoegdheden (in het begin voornamelijk taal, cultuur en onderwijs).

In de zesde staatshervorming werd de overheveling van de uitoefening van bepaalde persoonsgebonden (gemeenschaps-)aangelegenheden in Brussel, namelijk jeugdsanctierecht en gezinsbijslagen, voor het eerst niet aan de Vlaamse en de Franse Gemeenschap toegekend, maar aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel zelf. Het is duidelijk dat het onderscheid tussen gemeenschappen en gewesten in België onder druk komt te staan. Prof. Vande Lanotte (UGent) en Prof. Sottiaux (KUL) hebben dan ook terecht opgeroepen tot een evolutie naar een Belgische staat met drie of vier deelstaten.

Het Vlaams Parlement oefent nu al gemeenschaps- én gewestbevoegdheden uit, maar aan Waalse zijde zijn er bijvoorbeeld nog steeds 2 afzonderlijke parlementen. Hoewel het afschaffen van het onderscheid tussen gemeenschappen en gewesten heel wat politieke moed zal vergen, zou het de werking van de Belgische staat enorm vereenvoudigen. Vlaanderen en Wallonië zullen dan wel op politiek vlak hun rechtstreekse band met Brussel wat moeten durven loslaten.

Homogene bevoegdheidspakketten

Het proces van recente staatshervormingen in België kan doorgaans als volgt worden samengevat. De Vlamingen vragen meer bevoegdheden en de Walen zeggen ‘non’. Vervolgens maakt men van de onderhandelingen een uitputtingsslag en wacht men tot de druk te groot wordt. Op dat moment bereikt men een compromis op basis van de bekende Belgische wafelijzerpolitiek: geven en nemen. Dit resulteert vaak in symbolische ‘overwinningen’. Vlaamse politici zijn bijvoorbeeld blij dat een deel van de sociale zekerheid in de zesde staatshervorming werd overgeheveld (gezinsbijslagen), terwijl Waalse politici fier zijn dat de solidariteit voor de rest blijft behouden. De Vlamingen verkregen een uitbreiding van de gewestelijke fiscale autonomie, maar de Walen verkregen een overgangsmechanisme voor de komende 20 jaar zodat geen deelstaat structureel kan verarmen of verrijken.

Het is tijd voor een grondige, meer objectieve analyse van de voor- en nadelen van (de)centralisatie van bepaalde bevoegdheden. Daarna kunnen/zullen bepaalde bevoegdheden verder gedefederaliseerd worden en andere bevoegdheden geherfederaliseerd. Ook dit laatste mag geen taboe zijn. Denk bijvoorbeeld aan mobiliteit en buitenlandse handel. Hoewel het bereiken van homogene bevoegdheidspakketten op elk beleidsdomein in de praktijk onmogelijk is, zou dit wel de leidraad moeten zijn bij het verder ontwikkelen van onze bevoegdheidsverdeling.

Bezint eer ge begint

De communautaire stellingenoorlog is begonnen en de posities zijn ingenomen: meer Vlaanderen vs. meer België. Hoewel het zeker zijn merites heeft dat het communautaire debat over de bevoegdheidsverdeling recentelijk op gang werd gebracht, is het belangrijk dat elke partij nadenkt over de staatsstructuur zelf vooraleer men eisen gaat stellen over bevoegdheidsoverdrachten. Men moet ook intern reeds nadenken op welk vlak men water bij de wijn zou kunnen doen. Voor een staatshervorming is immers een 2/3 meerderheid vereist. Taboes zijn daarbij uit den boze en ook herfederalisering moet bespreekbaar zijn indien dit leidt tot een betere werking.

Aangezien de Senaat sinds de zesde staatshervorming een volwaardige deelstatenkamer is geworden en amper werk heeft, lijkt dit een geschikte plaats voor de deelstaten om in haar pluchen zetels op een serene manier toekomstige stappen voor te bereiden. Zo niet, kan men de deelstatenkamer beter opdoeken en haar rol laten vervullen door bijvoorbeeld een commissie in de Kamer of een orgaan dat enkel samenkomt als het nodig is.

Ten slotte zou het ook niet onlogisch zijn om onderhandelingen over een nieuwe staatshervorming in de toekomst los te koppelen van de regeringsvorming. Zo kan een vacuüm van 541 dagen zoals bij de 6e staatshervorming worden vermeden en kan men de tijd nemen om onderhandelingen grondig en sereen te voeren.

Partner Content