Opinie

Mark Eyskens

‘De politiek depolitiseren: geef de kiezer niet één stem, maar een veelvoud van stemmen’

Mark Eyskens Minister van staat

‘Elke nieuwe discussie over een mogelijke zevende staatshervorming en het herschikken van bevoegdheden tussen het federale en het regionale niveau moet worden voorafgegaan door het uitwerken van een efficiënte arbitragemethode van de belangenconflicten’, schrijft minister van Staat Mark Eyskens.

Zeer terecht lanceert de regering een bevraging bij alle belangstellenden in het land over de gewenste institutionele toekomst van België, de verbetering van de instellingen en het verminderen van de communautaire betwistingen. Een prima initiatief. Opvallend waren ook de recente voorstellen van de Open VLD wat betreft een grotere staatkundige doelmatigheid. Zo wordt voorgesteld om de beslechting of arbitrage van belangenconflicten tussen de verschillende beleidsniveaus – het federale en dat van de deelstaten – na overleg en bij ontstentenis van akkoord over te dragen naar de federale regering. Aldus zou een hiërarchie van de normen worden ingevoerd zoals in Duitsland bestaat onder het motto “Bundesrecht bricht Landesrecht”. In Duitsland wordt deze regel toegepast via een deliberatie van de Bundesrat, de Duitse senaat van de Länder.

De politiek depolitiseren: geef de kiezer niet één stem, maar een veelvoud van stemmen.

Het voorstel van de VLD is verdienstelijk want het legt de vinger op een van de grote pijnpunten van het Belgisch federalisme. Nog recentelijk is gebleken dat inzake de Green Deal, het zo noodzakelijke Europese klimaatbeleid, Vlaanderen veel minder ver wil gaan dan Brussel en Wallonië, zodat België op Europees vlak geen eensgezind standpunt kan innemen, moet zwijgen en dus “stom” – in beide betekenissen – aanwezig is op Europese ministerraden. In het verleden heeft de deelstaat Wallonië ooit een belangrijk handelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada – het zogenaamde Ceta-verdrag aanvankelijk niet goedgekeurd, waardoor België de Europese consensus afblokte. Wat in feite betekende dat ongeveer 3 miljoen Walen een zeer belangrijk commercieel akkoord voor 450 miljoen Europeanen tegenhield. Het is om dergelijke blokkeringen te vermijden dat inderdaad dringend een methode om de belangenconflicten op te lossen moet worden uitgewerkt. Het voorstellen van de VLD om deze taak toe te vertrouwen aan de federale regering is echter niet zonder gevaar. Het is perfect mogelijk dat een partij die lid is en van de federale regering en tevens van een deelstaatregering zich in de deelstaatregering uitspreekt tegen een bepaalde regeling en dan verplicht wordt om dezelfde regeling in de federale regering goed te keuren. Een spreidstand stand die in veel gevallen zal leiden tot de val van de federale regering en dus de instabiliteit van de federale regeringen zal vergroten. Wat zeker niet gewenst is.

Een hoge federale raad

Zelf pleit ik sinds geruime tijd voor een oplossing van de arbitrageconflicten via een op te richten Hoge Federale Raad – HFR -, die de huidige uitgeleefde Senaat zou vervangen. Deze HFR zou echter niet enkel bestaan uit politici. Het is al lang mijn overtuiging dat een efficiënte oplossing van de communautaire problemen een zekere depolitisering van deze problemen vereist. Althans een veel geringere inmenging van de politieke partijen. De HFR zou dus, naar mijn gevoel, slechts voor één derde bestaan uit verkozen parlementairen uit de federale en regionale parlementen, voor nog een derde uit vertegenwoordigers van de zogenaamde burgerlijke samenleving, het middenveld en belangrijke maatschappelijke sectoren en ten slotte voor een laatste derde uit experten die vanuit hun wetenschappelijke kennis de doelmatigheid van bepaalde oplossingen zouden kunnen analyseren. Deze HFR zou de gerezen belangenconflicten beoordelen en beslechten en zou meteen ook de bevoegdheid krijgen om zelf adviezen uit te brengen over de communautaire voorstellen, gedaan in de schoot van onze diverse regeringen en parlementairen vergaderingen. De HFR ten slotte zou ook op eigen houtje zelf communautaire voorstellen kunnen doen met het oog op het verbeteren van de efficiëntie van het Belgisch federalisme, en die overmaken aan de bevoegde parlementen en regeringen in het land. Met welke gekwalificeerde meerderheid de Hoge Federale Raad zijn beslissingen zou nemen dient verder te worden uitgewerkt.

Alvast is het al lang mijn overtuiging dat elke nieuwe discussie over een mogelijke zevende staatshervorming en het herschikken van bevoegdheden tussen het federale en het regionale niveau prioritair moet worden voorafgegaan door het uitwerken van een efficiënte arbitrage methode van de belangenconflicten.

Diegenen die zich hiertegen verzetten hebben vaak de achterbakse gedachte dat de onwerkbaarheid van het Belgisch federalisme moet worden vergroot en aldus worden aangetoond dat België niet langer kan functioneren en bijgevolg dan maar moet worden opgesplitst. De vraag wat er dan met Brussel moet gebeuren en hoe na een Vlexit een republiek Vlaanderen lid kan worden van de Europese Unie, wordt hierbij zedig toegedekt.

Als het acute probleem van de conflictenarbitrage kan worden opgelost dank zij een doelgerichte grondwetsherziening na de verkiezingen van 2024 met de nodige tweederden meerderheid zal de politieke klasse bewezen hebben dat samenwerking moet kunnen en dat de democratie geroepen is om uiteindelijk na discussie en verkiezingen meningsverschillen te overstijgen en op te lossen. Steriele opposanten zouden dan ook de gelegenheid krijgen om zich definitief af te zonderen. Het cordon sanitair is immers een gordel waarmede men zich zelf omsnoert.

Presidentsverkiezingen in Frankrijk

Uit wat vorig weekend in Frankrijk is gebeurd met de herverkiezing van president Emanuel Macron dienen ook een aantal nuttige lessen te worden getrokken. Merkwaardig was een opvallende delegatie van het Vlaams Belang op de slotbijeenkomst van Le Rassemblement National, de uiterst rechtse partij van Marine Le Pen. Gelukkig waren de meeste aanwezigen op de bijeenkomst niet op de hoogte van de stellingen en het racistische verleden van de Vlaamse “eigen volk eerst”-partij, een boodschap die niet onmiddellijk van aard is om de Fransen en hun cultuur in Vlaanderen met open armen gastvrijheid aan te bieden.

De herverkozen Emanuel Macron kondigde in zijn openingstoespraak aan dat hij een andere methode van regeren gaat toepassen. De vraag wordt gesteld wat dat zou kunnen betekenen? Een gelijkaardig opzet moet wellicht ook voor België worden geformuleerd. De politieke onverschilligheid en vijandigheid zijn ook in dit land aanzienlijk en leiden tot polarisering in het voordeel van demagogische partijen, die het zich kunnen veroorloven aan de mensen te zeggen wat ze graag hebben maar nooit wat ze echt nodig hebben. Niet alleen de complexiteit van de Belgische staatsstructuur maar ook de versplintering van de politieke partijen en hun onderling bekvechten, gretig uitvergroot door de moderne media, creëren een voor de democratie gevaarlijke malaise. Dit verschijnsel teistert echter veel democratische landen en doet de vraag rijzen of de democratie nog wel de meest geëigende bestuursvorm is om de kolossale uitdagingen van morgen aan te pakken en op te lossen als daar zijn: de klimaatopwarming, het energiebeleid, de migratie, de volksgezondheid, de ongelijkheid, allerlei vormen van nieuwe armoede, het beheersen van nieuwe technologieën en hun gevolgen. Vandaag komt daar nog de toenemende inflatie bij, de begrotingsproblemen, de betaalbaarheid van de pensioenen en de grote ongerustheid over de oorlog in Oekraïne. De democratie, deze kolossale verworvenheid van de beschaving, mag zeker niet worden afgeschreven noch opgegeven. Haar werking moet evenwel sterk worden verbeterd.

Een nieuwe politiek is vereist die paradoxaal genoeg minder polariseert en politiseert via concurrerende politieke partijen maar meer oproept tot maatschappelijke samenwerking en de wenselijkheid van meer medemenselijkheid vooropstelt. Muren slopen en bruggen bouwen is de boodschap die de jeugd aanspreekt. Het nationalistisch discours roept op tot individueel en collectief egoïsme, door Darwin verheven tot drijfkracht van het zoölogisch leven terwijl de voorstanders van de klassenstrijd dan weer de persoonlijke vrijheid negeren.

Naar een paktendemocratie

Een bijkomend probleem voor politieke partijen die om de 4 à 5 jaar met de kiezers worden geconfronteerd, is lange termijndoelstellingen en oplossingen voor te dragen. Veel van de huidige uitdagingen vereisen beslissingen Nu om de problemen van Overmorgen en dus vaak van de volgende generatie op te lossen. De spanning tussen korte termijn en lange termijn- zorgen en -belangen is een beproeving voor de dagelijkse partijpolitiek.

Is dus de tijd niet gekomen voor verantwoordelijke politieke leiders van diverse partijen om na te denken over het afsluiten van toekomstpakten waarin gezamenlijke opties worden voorgesteld en aan de kiezers worden voorgelegd. Het zou gaan om legislatuur overschrijdende beleidspakten die onttrokken worden aan de dagelijkse politieke guerrilla. België heeft hiermee enige ervaring toen onder meer het schoolpact een einde maakte aan de schooloorlog in 1958. Het is niet de bedoeling om politieke partijen op te doeken of te karteliseren. Goede oplossingen, zeker op termijn, vloeien vaak voort uit het harmoniseren van meningsverschillen. Maar veel kiezers zullen opgelucht reageren als zij vernemen, ook op de vooravond van verkiezingen, dat sommige politieke partijen besloten hebben gezamenlijk voor bepaalde problemen gemeenschappelijke oplossingen te verdedigen. Het electoraal faciliteren van de “paktenmethodologie” zou er volgens mij kunnen in bestaan om elke kiezer niet één stem naar een veelvoud van stemmen, bijvoorbeeld 10, toe te kennen. Noemen we dit “punt-stemmen” waarbij de kiezer een genuanceerd oordeel kan uitspreken door zijn stemmen te spreiden over die partijen en kandidaten die hij in staat acht samen het algemeen belang en de toekomst te waarborgen.

Mark Eyskens

Partner Content