De N-VA ligt onder vuur. 'De kritiek komt van rechts', kopte Knack vorige week. De N-VA stelt sociaaleconomische én communautair teleur. Maar volgens De Standaard zijn er ook intern een hoop problemen. Op afdelingsniveau verlaten heel wat ontgoochelde leden het partijschip. 'Het kan de N-VA stemmen kosten', waarschuwt De Standaard.

De N-VA is momenteel de grootste pleitbezorger van het Belgische pacificatiemodel.

Julien Borremans

Recent nog was er ook nog de striemende kritiek van Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans. Daarbovenop is er het aanzwellend ongenoegen binnen een flink deel van de Vlaamse Beweging over de totale communautaire stilstand binnen de partij. Ook Bart De Valck, voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging - de politieke stal van Peter De Roover - spaart de roede niet.

'Het is als beslissen om toch door te wandelen in een richting waar er in de verte onweerswolken in de lucht hangen. Er kan narigheid van komen. Het perspectief om die te moeten trotseren, doet je minstens even stilstaan.' Veertien jaar later kan Bart De Wever zijn eigen goede raad maar beter ernstig nemen en even terugblikken naar één van zijn grootste bezielers.

Miroslav Hroch

In 1968 schreef de Tsjechische historicus Miroslav Hroch zijn standaardwerk: 'Social Preconditions of National Revival in Europe'. In dit boek onderzocht Hroch waarom sommige nationale bewegingen in de 19de eeuw wel succesvol waren, en andere niet. Hij concentreerde zich op 'kleine naties' die zich binnen een grotere staat ontwikkelden. 'De link met Vlaanderen binnen België ligt voor de hand', moet Bart De Wever hebben gedacht en hij verslond het werk.

Bart De Wever kan zijn eigen goede raad maar beter ernstig nemen.

In een dubbelinterview met David Van Reybrouck in De Standaard in 2011 zei de N-VA-voorzitter: 'Wat een inzicht! Nationalisme dat succesvol wil zijn, schreef Hroch, mag de natie niet als doel zien. Het moet de natie als middel zien om thema's aan te pakken waar grote groepen van wakker liggen: minder belastingen, strengere migratie, enzovoort. Als je die boodschap als politicus onderbouwd kunt brengen, is het bingo.' Als we de nationale beweging kunnen articuleren in sociaaleconomische termen die grote delen van de Vlaamse bevolking beroeren - zo moet De Wever hebben gedacht - dan hebben we een electorale bom in handen. Vervolgens bedde de flamboyante Antwerpenaar de N-VA in de conservatieve, liberale Vlaamse grondstroom in.

Drie fasen van nationalisme

Volgens Hroch verloopt de ontwikkeling van de nationale bewegingen in drie fasen: nationalisme ontstaat doorgaans als een culturele stroming onder de intelligentsia, die zich inzet voor een herwaardering van de eigen taal en cultuur. Deze culturele identiteit wordt vervolgens aangegrepen als aanleiding voor politieke agitatie, gericht op de verwerkelijking van een eigen natiestaat.

De N-VA loopt zich te pletter op de weerbarstige Belgische structuren.

De verdringing van de eigen nationale identiteit door de dominante, heersende groep vormt het bindmiddel. Hier ontstaat het nationalisme in de strikte zin. In de laatste fase verbreedt het zich tot een massabeweging. In deze fase voltrekt zich de voltooiing van de nationale ontvoogding. Er moet evenwel worden opgemerkt dat het bij de tweede fase van belang is om te kijken naar de sociaaleconomische analyse van de maatschappelijke en regionale samenstelling van nationale bewegingen. Welke sociaaleconomische en politieke thema's prijken bovenaan de agenda?

Het Belgische pacificatiemodel

De Vlaamse Beweging is nog steeds in de politieke agitatie - de tweede fase - blijven steken. En daarmee zijn we helaas al uitgepraat over de Vlaamse Beweging. Ze beperkt zich tot agitatie en is amper in staat om de verworven Vlaamse instellingen en bevoegdheden verder uit te bouwen. Ze weegt niet op de politieke agenda. De beweging bevindt zich in de marge en is niet in staat om tot een massabeweging uit te groeien, zoals dat bijvoorbeeld in Catalonië wel het geval is.

De Vlaamse Beweging bevindt zich in de marge.

Hoewel de elementen aanwezig zijn om een eigen natiestaat op te richten - een eigen verleden, een gedeelde taal en de modernisering van de nationale beweging - blijft Vlaanderen in het defensief zitten. De Wever wil de sprong naar de laatste fase wel nemen - de massabeweging met als inzet een eigen Vlaamse ruimte met eigen instellingen - maar zit deels nog in de tweede fase vast.

De partij van De Wever mag dan wel de grootste zijn, ze is niet (langer) in staat om de natiegedachte in brede lagen van de Vlaamse bevolking te laten doordringen. Integendeel! De N-VA is momenteel de grootste pleitbezorger van het Belgische pacificatiemodel. De partij is niet in staat om belangrijke communautaire vraagstukken op de agenda te plaatsen. Meer zelfs, ze is niet in staat om de Vlaamse instellingen verder uit te bouwen en loopt zich te pletter op de weerbarstige Belgische structuren. In 't Pallieterke is Jean-Marie Dedecker vernietigend: 'De Vlaamse regering is één van de grootste ontgoochelingen en blijft een veredeld Antwerps schepencollege.'

Hegemonie

Bovendien heeft De Wever zich verkeken op de weerbarstigheid van de Belgicistische en Franstalige hegemonie, die nog steeds de politieke agenda dicteren en een pak gewiekster zijn dan de Vlaamse 'piekeniers' te velde. De toenemende internationalisering van onze gemeenschap en de aanzwellende inwijking drukken het Vlaamse streven in het defensief.

De N-VA kan beter de rangen sluiten en ervoor zorgen dat de moeizaam verworven Vlaamse instellingen optimaal functioneren. Bart De Wever moet het communautaire verhaal in Vlaanderen laten weergalmen. Dat moet niet zozeer door een droge opsomming van een tienpuntenplan gebeuren, maar door een relaas te geven dat wortels heeft in de heersende sociaaleconomische en politieke thema's.

De partij moet veel meer buiten de beslotenheid van haar eigen partijgrenzen denken.

De N-VA moet tevens werk maken van een Vlaamse heersende klasse - waar zij deel van uitmaakt - die in termen van 'algemeen belang' denkt. Dit 'algemeen belang' is een extractie van de heersende verzuchtingen van alle bevolkingslagen. Pas dan kan De Wever denken aan een begin van een ontmanteling van de Belgische structuren, al zal daar ook nog heel wat strategisch denkwerk aan moeten vooraf gaan en zullen de nodige allianties met medestaanders moeten worden gesloten. Bovenal zal de partij veel meer buiten de beslotenheid van haar eigen partijgrenzen moeten denken.

De N-VA ligt onder vuur. 'De kritiek komt van rechts', kopte Knack vorige week. De N-VA stelt sociaaleconomische én communautair teleur. Maar volgens De Standaard zijn er ook intern een hoop problemen. Op afdelingsniveau verlaten heel wat ontgoochelde leden het partijschip. 'Het kan de N-VA stemmen kosten', waarschuwt De Standaard. Recent nog was er ook nog de striemende kritiek van Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans. Daarbovenop is er het aanzwellend ongenoegen binnen een flink deel van de Vlaamse Beweging over de totale communautaire stilstand binnen de partij. Ook Bart De Valck, voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging - de politieke stal van Peter De Roover - spaart de roede niet. 'Het is als beslissen om toch door te wandelen in een richting waar er in de verte onweerswolken in de lucht hangen. Er kan narigheid van komen. Het perspectief om die te moeten trotseren, doet je minstens even stilstaan.' Veertien jaar later kan Bart De Wever zijn eigen goede raad maar beter ernstig nemen en even terugblikken naar één van zijn grootste bezielers. Miroslav HrochIn 1968 schreef de Tsjechische historicus Miroslav Hroch zijn standaardwerk: 'Social Preconditions of National Revival in Europe'. In dit boek onderzocht Hroch waarom sommige nationale bewegingen in de 19de eeuw wel succesvol waren, en andere niet. Hij concentreerde zich op 'kleine naties' die zich binnen een grotere staat ontwikkelden. 'De link met Vlaanderen binnen België ligt voor de hand', moet Bart De Wever hebben gedacht en hij verslond het werk. In een dubbelinterview met David Van Reybrouck in De Standaard in 2011 zei de N-VA-voorzitter: 'Wat een inzicht! Nationalisme dat succesvol wil zijn, schreef Hroch, mag de natie niet als doel zien. Het moet de natie als middel zien om thema's aan te pakken waar grote groepen van wakker liggen: minder belastingen, strengere migratie, enzovoort. Als je die boodschap als politicus onderbouwd kunt brengen, is het bingo.' Als we de nationale beweging kunnen articuleren in sociaaleconomische termen die grote delen van de Vlaamse bevolking beroeren - zo moet De Wever hebben gedacht - dan hebben we een electorale bom in handen. Vervolgens bedde de flamboyante Antwerpenaar de N-VA in de conservatieve, liberale Vlaamse grondstroom in. Drie fasen van nationalismeVolgens Hroch verloopt de ontwikkeling van de nationale bewegingen in drie fasen: nationalisme ontstaat doorgaans als een culturele stroming onder de intelligentsia, die zich inzet voor een herwaardering van de eigen taal en cultuur. Deze culturele identiteit wordt vervolgens aangegrepen als aanleiding voor politieke agitatie, gericht op de verwerkelijking van een eigen natiestaat.De verdringing van de eigen nationale identiteit door de dominante, heersende groep vormt het bindmiddel. Hier ontstaat het nationalisme in de strikte zin. In de laatste fase verbreedt het zich tot een massabeweging. In deze fase voltrekt zich de voltooiing van de nationale ontvoogding. Er moet evenwel worden opgemerkt dat het bij de tweede fase van belang is om te kijken naar de sociaaleconomische analyse van de maatschappelijke en regionale samenstelling van nationale bewegingen. Welke sociaaleconomische en politieke thema's prijken bovenaan de agenda?Het Belgische pacificatiemodelDe Vlaamse Beweging is nog steeds in de politieke agitatie - de tweede fase - blijven steken. En daarmee zijn we helaas al uitgepraat over de Vlaamse Beweging. Ze beperkt zich tot agitatie en is amper in staat om de verworven Vlaamse instellingen en bevoegdheden verder uit te bouwen. Ze weegt niet op de politieke agenda. De beweging bevindt zich in de marge en is niet in staat om tot een massabeweging uit te groeien, zoals dat bijvoorbeeld in Catalonië wel het geval is. Hoewel de elementen aanwezig zijn om een eigen natiestaat op te richten - een eigen verleden, een gedeelde taal en de modernisering van de nationale beweging - blijft Vlaanderen in het defensief zitten. De Wever wil de sprong naar de laatste fase wel nemen - de massabeweging met als inzet een eigen Vlaamse ruimte met eigen instellingen - maar zit deels nog in de tweede fase vast. De partij van De Wever mag dan wel de grootste zijn, ze is niet (langer) in staat om de natiegedachte in brede lagen van de Vlaamse bevolking te laten doordringen. Integendeel! De N-VA is momenteel de grootste pleitbezorger van het Belgische pacificatiemodel. De partij is niet in staat om belangrijke communautaire vraagstukken op de agenda te plaatsen. Meer zelfs, ze is niet in staat om de Vlaamse instellingen verder uit te bouwen en loopt zich te pletter op de weerbarstige Belgische structuren. In 't Pallieterke is Jean-Marie Dedecker vernietigend: 'De Vlaamse regering is één van de grootste ontgoochelingen en blijft een veredeld Antwerps schepencollege.'HegemonieBovendien heeft De Wever zich verkeken op de weerbarstigheid van de Belgicistische en Franstalige hegemonie, die nog steeds de politieke agenda dicteren en een pak gewiekster zijn dan de Vlaamse 'piekeniers' te velde. De toenemende internationalisering van onze gemeenschap en de aanzwellende inwijking drukken het Vlaamse streven in het defensief. De N-VA kan beter de rangen sluiten en ervoor zorgen dat de moeizaam verworven Vlaamse instellingen optimaal functioneren. Bart De Wever moet het communautaire verhaal in Vlaanderen laten weergalmen. Dat moet niet zozeer door een droge opsomming van een tienpuntenplan gebeuren, maar door een relaas te geven dat wortels heeft in de heersende sociaaleconomische en politieke thema's. De N-VA moet tevens werk maken van een Vlaamse heersende klasse - waar zij deel van uitmaakt - die in termen van 'algemeen belang' denkt. Dit 'algemeen belang' is een extractie van de heersende verzuchtingen van alle bevolkingslagen. Pas dan kan De Wever denken aan een begin van een ontmanteling van de Belgische structuren, al zal daar ook nog heel wat strategisch denkwerk aan moeten vooraf gaan en zullen de nodige allianties met medestaanders moeten worden gesloten. Bovenal zal de partij veel meer buiten de beslotenheid van haar eigen partijgrenzen moeten denken.