Na het faillissement: Gent Jazz, het hoofd en de benen

© Belga
Bart Cornand
Bart Cornand Redacteur Knack

Het faillissement van de vzw achter Gent Jazz schokt de muziekwereld. Jazzrecensent Bart Cornand neemt persoonlijk afscheid.

Dochters van tien zitten vol vragen. De ene al wat confronterender dan de andere. Hoe oud was je toen je haar op je tenen kreeg? Was mama jouw eerste liefje? Heb jij de Tweede Wereldoorlog meegemaakt? Het ene antwoord is al wat langer dan het andere, maar ze krijgt er altijd een. Al had ze me laatst in de auto even in de hoek. “Papa, waarom hou jij zo veel van jazz?” Omdat, welja, dat weet je toch, je heet niet voor niets Toots. Omdat… Achter ons werd geclaxonneerd. “Omdat jazz muziek is voor het hoofd en voor de benen”, probeerde ik. Gezien haar leeftijd sloeg ik een verdieping over.

Cerebraal en visceraal: Gent Jazz was het twintig jaar lang allebei. Ik zou u kunnen vertellen over het hogere – hoe Toots Thielemans en Frank Vaganée tijdens de allereerste editie door Autumn Leaves ritselden. Hoe Brad Mehldau in 2009 zelfs volgens zijn manager het diepste concert van zijn carrière speelde. Hoe in 2013 en 2019 de twee concertdagen die werden gecureerd door John Zorn een uitputtingsslag werden, waarna het publiek elkaar zat aan te kijken met een blik vol verwondering – zo vervullend kan muziek voor het hoofd zijn.

Cerebraal en visceraal: Gent Jazz was het 21 jaar lang allebei.

Maar maakt u zich geen illusies: achter de schermen van een festival gaat het er bepaald carnaal aan toe. In 2003 interviewde ik backstage pianist Joe Zawinul, die met zijn Syndicate op bezoek was. Dat jaar was een topeditie met Herbie Hancock, Jason Moran en Wayne Shorter. Gul overliep de Oostenrijker hun kwaliteiten. Tot het gesprek op een pianist kwam die we vanwege de discretie Keith J. zullen noemen. Alsof we op een knopje hadden gedrukt, ontstak Zawinul in een minutenlange tirade over techniek en pretentie. Hij sprong op, trok me bij mijn hemdskraag naar zich toe en schreeuwde: ‘Als je dit durft op te schrijven, snij ik je fucking keel over. En ik weet hoe dat moet: ik was vroeger boer.’ Zawinul overleed in 2007, ik denk dat ik het er maar op waag.

Vijf jaar later. ‘Wat vind je van mijn panty’s?’ vroeg ze. Het was smoorheet in de kleedkamer van een zangeres die we vanwege de discretie Melody G. zullen noemen. Ze ging op het randje van haar stoel zitten en trok traag haar rok op. Tot op haar heupen. ‘Het kantwerk loopt helemaal door tot boven’, zei ze een beetje overbodig. ‘Gisteren speelden we in Montreux. Alles liep mis: de microfoon viel uit, ik hoorde mezelf niet in de monitors… Tussen twee nummers door kwam de stagemanager naar me toe, en hij fluisterde in mijn oor: “Prince staat te kijken in de coulissen.” Weet je wel hoe benauwd ik het toen kreeg?’ Ja, dat wist ik.

Maar het meest fysieke moment van de voorbije twee decennia was veel tederder dan dat. De eerste jaren van Gent Jazz kon je als journalist niet alleen vanuit de coulissen toekijken, maar ook van achter het podium. Tussen de glooiingen van het zwarte doek keek je zo het podium op, de zaal in. Toen gebeurde het. Na een Cubaans dansfeest van een uur schuifelde de Buena Vista Social Club van het podium. Aan de coté jardin schopte zangeres Omara Portuondo haar schoenen uit, klaar voor een bisnummer. In slow motion stapte ze naar de uiterste rand van het podium, en daar zette ze in a capella, zonder microfoon, Besame mucho in. Een hoofd vol geschiedenis en paar blote voeten die blijven dansen, ook al zijn ze 75 jaar oud. Dát was Gent Jazz.

In het boek ‘Gent Jazz 2002-2022’, red. Karel Van Keymeulen, blikken programmatoren, muzikanten en medewerkers terug op de geschiedenis van het festival. Snoecks, 240 blz., 35 euro.


Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content