‘Schrijversleven’ van Annie Dillard: een fijn boekje dat deugd doet in een tijd van veel geschreeuw

Annie Dillard, het icoon van het Amerikaanse natuurproza, gaat in Schrijversleven op zoek naar de kern van haar metier, en uiteindelijk ook van zichzelf.

Niet lang geleden had ik twee postbodes aan de deur, mijn gewoonlijke en iemand in opleiding. ‘Kijk,’ zei de gewoonlijke, ‘dat is nu een man die hele dagen boeken leest.’ De postbode in opleiding keek naar mij, ik keek naar haar en ik zag alleen maar teleurstelling. Volgens Annie Dillard vergaat het schrijvers niet anders. Soms doen mensen nog wel even alsof, lezen we in Schrijversleven, maar ook dan negeren ze je al heel snel. Voor de roem hoef je het dus niet te doen. Maar waarvoor dan wel? Daar gaan de essays in Dillards boek over.

Dillard kennen we van Pelgrim langs Tinker Creek, waarvoor ze (net zoals de Amerikaan Henry David Thoreau dat in het midden van de negentiende eeuw deed rond zijn Walden Pond) op wandel ging in de buurt van Roanoke in Virginia, op zoek naar het transcendente in de natuur. Het boek kreeg in 1975 de Pulitzer Prize voor non-fictie en prijkt nog altijd in de Amerikaanse top 100 van de non-fictie. The Writing Life kwam anderhalf decennium en vijf boeken later en is nu vertaald als Schrijversleven.

De recensent van The New York Times vroeg zich af welke paddo’s Dillard bij het schrijven had genomen.

Een van de belangrijkste hoofdstukken in Pelgrim draagt de titel ‘Zien’. Want schrijven, zo zegt Dillard ook in deze essaybundel, kun je niet zonder eerst goed te observeren. En dat doet ze. Hoe vind je wilde honing? Door een bij vol stuifmeel te volgen. Raak je die bij kwijt, volg dan een andere, en indien nodig nog een, maar uiteindelijk zullen ze je naar hun nest brengen. Zo ook moet de schrijver zich laten leiden bij het schrijven van een boek, vindt Dillard. En wees bereid om radicaal in te grijpen, zoals een zeester haar eigen arm afstoot.

O jee, denkt u nu, bloemetjes en bijtjes. Maar dat klopt niet helemaal, want uiteindelijk, zo bouwt Dillard haar betoog op, doe je het natuurlijk allemaal alleen maar om jezelf beter te leren kennen. Je moet achter het zintuiglijke het spirituele ontdekken. Hier houdt ze dat allemaal netjes binnen de perken, in tegenstelling tot in haar vroeger werk, toen ze in de natuur een antwoord zocht op de theodiceevraag waarom die goede God het kwaad toeliet in Zijn schepping. De recensent van TheNew York Times vroeg zich toen af welke paddo’s ze bij het schrijven had genomen. Nee, in Schrijversleven, een klein, fijn boekje dat deugd doet in een tijd van veel geschreeuw, vindt Dillard dat spirituele warempel in de lijnen die een stuntvlieger achterlaat in de hemel.

Annie Dillard, Schrijversleven, Atlas Contact, 120 blz., 21,99 euro.

Partner Content