Recensie ‘Slagzij’ van Jørn Lier Horst & Thomas Enger: ‘het leven als strop’

. © GF
Lukas De Vos
Lukas De Vos Europakenner

De tragiek van het leven in Scandinavië is het leven zelf. Er hangt een waas van zwaarmoedigheid en schuld over de thrillers, die leven eerder gelijkstellen met het noodlot dan met een bevrijdende samenleving.

De tragiek van het leven in Scandinavië is het leven zelf. Er hangt een waas van zwaarmoedigheid en schuld over de thrillers, die leven eerder gelijkstellen met het noodlot dan met een bevrijdende samenleving. Allicht speelt de fataliteit van het protestantisme een sturende rol. De voorbeschiktheid om als mens hoe dan ook ten onder te gaan.

In het derde deel van de lotgevallen die de sombere gescheiden politie-inspecteur Alexander Blix en de tussen aantrekking en afstoting wroetende journaliste – of liever nieuwsblogster – Emma Ramm ondergaan, gaat het van kwaad naar erger. Er staat een brokkelige muur tussen beiden: geheimhouding en bronnenbescherming. Maar juist intiemere vriendschap doet de mortel in die muur verglazen en afschilferen. Blix en Ramm verhouden zich als Steed en Emma Peel in De Wrekers, maar dan in een tobberige sfeer. Het is de misdaad die hen tot nauwe samenwerking dwingt. Nieuwsgierigheid opent de dood van Pandora.

Dat was al zo in de twee vorige delen, Nulpunt (2018) en Rookgordijn (2019). In het eerste moeten Blix en Ramm, die ontdekt wat er met een bekende atlete is gebeurd nadat ze afwezig bleef op de voorstelling van haar autobiografie. De aanzet tot seriemisdadigheid, en vooral tot de illusie van narcistische neerbuigendheid bij de dader. In het tweede zaait een bomaanslag op oudjaar paniek, zeker als Blix een oude bekende tussen de gewonden vindt. Daar komt de rode lijn al naar boven dat het verleden bepaalt wat vandaag tot misstanden leidt. Want de gewonde is moeder van een tien jaar eerder verdwenen meisje, een zaak die nooit is opgelost. Dat wordt dus graven in een onfris verleden. En dat schakelt nog een versnelling hoger in Slagzij, als de lezer al weet dat Blix twintig jaar eerder de moeder van Emma doodschoot. Terecht, maar daar gaat het niet om, wel om het feit dat dit nu tegen hem zal gebruikt worden, nu hij een dommekracht heeft neergelegd met vier schoten in de rug om zijn ontvoerde dochter Iselin te bevrijden die op het punt staat te verstikken aan een opgelierde strop. Twee, drie dodelijke confrontaties maken de speurder sowieso verdacht. Ethisch ongeschikt zelfs.

Het boeiende is de nauwgezette, om niet te zeggen acribische maar gehakte manier waarop de eerste tien hoofdstukken de enerverende, uitputtende ondervraging van Blix door Brogerland, zijn collega, moet ondergaan. De herhalingen, de platitudes, de voorspelbare protocollen, zij zijn een gesel voor Blix, die het minder om de voorschriften gaat, dan om een pragmatisch resultaat. Vooral omdat zijn dochter ongewild betrokken was in de moord op een andere collega van Blix, die standrechtelijk thuis is doodgeschoten, kogel in het voorhoofd. Van die Sofia Kovic was hij de mentor, en de vunzige verwrongen geest van misdaadonderzoekers tracht daar automatisch een liefdesrelatie aan te koppelen. Maar wat was Kovic op het spoor buiten de haar toegewezen opdrachten? Alweer een vermissing uit het verleden? Een ruimer verband? En wat betekent de foto in haar lade van haar afstudeergroep waarop nog enkele collega’s staan?

De sfeer is trouwens onmiddellijk vergiftigd als Emma moet toegeven dat zij niet op Iselin bleef wachten terwijl die haar trauma’s moet vertellen bij psychiater Neumann. Dat woekerende wantrouwen ondermijnt alle stabiliteit, maatschappelijk, psychologisch, emotioneel, elke mens is een slagschip in een storm dat elk ogenblik slagzij kan maken, en tot geweld overgaat, tegen de ander of tegen zichzelf.

Het is niet dat Horst en Engel al vroeg geen zaadjes van verdenking zaaien, het gaat om het wezen van de onbetrouwbare want zwakke zondige mens. Als je zelfs niet op beloften van vrienden kunt terugvallen, jezelf niet in bedwang kunt houden, wat is de mens dan nog? De mist die Horst en Engel van in den beginne laten opdoemen trekt nooit helemaal op. De mist is de onzekerheid, de onmogelijke opdracht elkaar te verstaan. En die wandaden uitlokt, soms met de beste bedoelingen, soms uit pure wraakgevoelens: ‘Neem je wraak, dan zijn het geen gevoelens meer. Dan handel je op basis van gevoelens en overtreed je de wet. En dan (…) verschijnen mensen als ik om je een halt toe te roepen’, zegt Brogerland – met Blix vormt hij communicerende vaten want op het einde, als de echte moordenaar en Blix elkaar van aangezicht tot aangezicht oppoken, komt dat definitieve verdict in volle sterkte terug: moord of zelfmoord, maar bestraffing is onontkoombaar.

‘Blix had er vaak over nagedacht wat hij zou doen als zijn eigen leven in gevaar was. Vlak voordat het helemaal, volkomen stil werd. Of hij bang zou zijn, of zou huilen. Of hij om zijn leven zou smeken of dat hij de dood gewoon welkom zou heten. Nu hij hier zo stond, in de loop van een pistool kijkend, voelde hij helemaal niets. Hij dacht zelfs niets’. Dat is het nulpunt van elk mensenleven: onthechting, overgave, duisternis. Het opdoeken van elke moraal, van elke ‘deugd’ waarvoor moed, onverzettelijkheid of rechtvaardigheid moeten doorgaan.

Slagzij is het besef dat elk oordeel kafkaiaans is. Kaduuk. Summa ius, summa inuria. Er zit ook een pervers kantje aan de kouwelijke afhandeling van het boek: de lezer sympathiseert, maar overtreedt daarmee zijn eigen richtsnoer, de humane geboden. Daarop speelt, bijna dwangmatig, de voormalige speurder Horst zonder mededogen. Want Horst, de auteur van een brede waaier Wisting-romans, peilt naar de individuele ziel. Enger, van zijn kant, zelf de schrijver van een rauwe reeks rond Henning Juul, trekt de scala mogelijkheden open naar de samenleving, en vermenigvuldigt de persoonlijke schuld door onverwachte neveneffecten.

Het lijkt alsof het duo Noorwegen beschouwt als een wat naief gebleven, te kapittelen samenleving, zoals de dominees een strikt evangelische Bijbelinterpretatie oplegden aan de Sami in Lapland. Vooral Lars Laestadius zette midden de 19e eeuw de toon door zijn kruistocht tegen alcoholmisbruik en gedwongen jeugdopvoeding in christelijke internaten. Lag bij Laestadius nog de nadruk op het openlijk belijden van zonden én vergeving, dan is dat laatste weg gefilterd bij Horst en Enger. De onaantastbaarheid van leerstelsels heeft schipbreuk geleden, ontkerstening en existentialisme hebben de poort wagenwijd opengezet voor nihilisme. De politie heeft de dominee vervangen. De wet de kerk. Slechtheid is des mensen. Ze ligt als een strop rond de nek van de zondaar. Die elke mens is. Het is de herinnering die het ethisch beeld van de dode etst. Maar of dat met de waarheid overeenstemt valt zeer te betwijfelen. En, vooral, nooit meer na te gaan.

Jørn Lier Horst & Thomas Enger, Slagzij. Amsterdam, A.W. Bruna 2022, 319 blz. (Slagside, 2020).

Partner Content