De nieuwe Ali Smith, een gothic novel over de Britse lockdown: ‘Schotland hangt aaneen van de griezelverhalen’

Ali Smith. © Gettyimages/Felicity McCabe
Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

De Schotse schrijfster Ali Smith houdt via haar boeken de vinger aan de pols van de Britse samenleving. Haar nieuwe roman Gezelschap leest dan ook als een horrorverhaal.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Dit artikel werd geschreven voordat Liz Truss op 20 oktober 2022 opstapte als Brits premier.

Al in 2016 noemde de Ierse schrijver Sebastian Barry haar een kanshebber voor de Nobelprijs voor de Literatuur, en met elk briljant boek schuift Ali Smith een stoeltje op in de wachtkamer. Ze gooide de afgelopen jaren hoge ogen met haar seizoenscyclus – vier boeken, elk vernoemd naar een seizoen, die in een ijltempo verschenen. Smith had ze evengoed naar de vier ruiters van de apocalyps kunnen vernoemen, want de cyclus is doordrenkt van de politieke rampen die het Verenigd Koninkrijk de afgelopen jaren teisterden. De asielcrisis, de Brexit, de opkomst van fake news, de klimaatverandering en covid: ze sluipen allemaal binnen in haar werk.

Als opstapje naar de Zweedse erkenning rijgt de Schotse de literaire prijzen aan elkaar. Ze is een vaste klant op de shortlist van de Man Booker Prize, en het mag geen toeval heten dat Zomer bekroond werd met de Orwell Prize, een Britse prijs die politieke boeken eert.

Het enige lichtje in de duisternis is dat de brexit de onafhankelijkheidstrijd van Schotland weer op de agenda heeft gezet.

Toch reageert ze terughoudend wanneer ze een ‘politiek schrijver’ wordt genoemd. ‘Dat is bijna een belediging’, zegt Smith. ‘Politici zijn seriële leugenaars geworden, terwijl fictie een zoektocht naar de waarheid betracht. De roman wil ook verbinden, louter door zijn vorm al: je smeedt verhalen aan elkaar. Tegenwoordig scheppen politici aan de lopende band vijandsbeelden. Ze zijn gebaat bij verdeling, in tegenstelling tot fictie, waarin je met je medemens in dialoog treedt. Je probeert de ander te leren kennen, je probeert te doorgronden wat het betekent om mens te zijn.’

Ook in haar recentste roman, Gezelschap, smeulen de politieke en sociale thema’s na, maar deze keer is het vooral de taal die het vuur oppookt. In de griezelige openingsscène wordt het hoofdpersonage Sandy tijdens de lockdown opgebeld door haar oude schoolvriendin Martina, die in opdracht van een museum een antiek smeedijzeren slot moest importeren. Op de luchthaven wordt Martina opgepakt en urenlang alleen in een verhoorkamer opgesloten. Daar hoort ze plots een stem die haar een taalraadsel toefluistert: curlew or curfew, wulp of avondklok? Het enigmatische telefoontje is het vertrekpunt van een lynchiaans horrorverhaal waarin Sandy wordt lastiggevallen door een middeleeuws spook, terwijl een tweeling haar uit haar huis probeert te pesten.

Gezelschap leest als een hedendaagse gothic novel, maar Ali Smith zelf blijkt een guitige vrouw. Wanneer ik haar in Amsterdam ontmoet, zit ze in de lobby van het Ambassade Hotel in een boek over Richard Nixon te bladeren. ‘Kun je je dat nog voorstellen: een president die ontslag neemt omdat hij een leugen verteld heeft? Dat waren nog eens tijden.’ Haar sarcasme werkt aanstekelijk. Ik feliciteer haar met de staat van genade die over het Verenigd Koninkrijk is neergedaald. Haar lach weergalmt door de lobby. Smith: ‘Geen plaag blijft ons gespaard. Geen idee hoelang Elisabeth Truss het zal volhouden als premier, maar ondanks haar geknoei moet je haar wel een ding nageven: ze doet geen moeite meer om te liegen. Boris Johnson liep finaal verloren in zijn leugenpaleis, maar daarvoor probeerde hij nog de schijn op te houden. Nu zijn de maskers afgevallen: de Conservatieven dienen enkel de rijke klasse, de rest van het gepeupel kan in de kou verrotten. Dat is tenminste helder.’

Was u verwonderd dat Truss het receptenboekje van Margaret Thatcher vanonder het stof haalde?

Ali Smith: Totaal niet. Voor de Conservatieven is Thatcher een godin, hun eigenste Jeanne d’Arc. Het kon Truss totaal niet schelen dat de pond crashte na de aankondiging dat ze de rijkste inkomens zou belonen met een belastingkorting. Ze gelooft heilig in trickle-down economics, ook al durft geen enkele ernstige econoom die theorie nog te verdedigen. Met Thatcher heeft Truss ook onbedoeld haar eerlijkheid gemeen. Thatcher heeft nooit gelogen. Ze zei dat ze de gemeenschap zou ontmantelen, dat ze de vakbonden zou breken, dat ze de mijnen zou sluiten, en ze hield woord. Dat kun je van de meeste politici van tegenwoordig niet zeggen.

Het enige voordeel van Truss is dat Labour omhoogschiet in de peilingen. Maar zelfs met Labour aan het roer moeten we nog heelhuids door de Brexit raken, en de grote storm moet nog komen. Er wordt veel gepalaverd over handelsakkoorden en onafhankelijkheid, maar niemand durft over de olifant in de kamer te praten: Noord-Ierland. Zullen de Goede Vrijdagakkoorden standhouden, of laait het oude geweld weer op? Ik steek er mijn hand niet voor in het vuur. Mijn enige hoop is de jongere generatie. Die heeft een periode van vrede gekend. Zij kan de leiders dwingen om dit geweldloos op te lossen. Misschien kan de droom van een verenigd Ierland eindelijk werkelijkheid worden.

Ali Smith, Gezelschap, Prometheus, 256 blz., 22,50 euro.
Ali Smith, Gezelschap, Prometheus, 256 blz., 22,50 euro. © National

De Brexit sluimert in uw seizoenskwartet altijd op de achtergrond. Had u dat debacle zien aankomen?

Smith: Helemaal niet. In die tijd lachte ik de mogelijkheid van een referendum weg. De Schotten eisten al jaren een referendum over onafhankelijkheid, en dat werd altijd op de lange baan geschoven. En nu zouden we plots in een handomdraai beslissen om uit de Europese Unie te stappen? Ik geloofde het niet, maar het was alsof de hele natie gebrainwasht was. Ik woonde op dat moment in Cambridge, waar de geesten zeer Europees gericht waren, dus ik dacht dat we het wel zouden redden. Tot ik voor een lezing naar Kent moest, en merkte hoe kwaad en opgehitst de mensen waren. De EU werd overladen met alle zonden van Israël. Iedereen geloofde blindelings de leugens die Nigel Farage en de zijnen spuiden. Zonder de bemoeienis van Brussel zou het Verenigd Koninkrijk het land van melk en honing worden! Er zouden miljoenen uitgespaarde ponden naar de National Health Service stromen! Allemaal sprookjes, natuurlijk, maar een groot deel van de uitgeperste bevolking bleek er vatbaar voor. De EU was de ideale zondebok. Blijkbaar leefde ik in een bubbel. Dat was ruw ontwaken. Het enige lichtje in de duisternis is dat de Brexit de onafhankelijkheidstrijd van Schotland weer op de agenda heeft gezet.

U zou voor Schotse onafhankelijkheid stemmen?

Smith: Ik ben geen nationalist, maar ja, ik zou voor onze onafhankelijkheid stemmen. We leven nu gedwongen samen, en we worden geregeerd door ministers die openlijk racistische praat uitslaan. Onlangs vertelde Suella Braverman, de minister van Binnenlandse Zaken, dat ze ervan droomde om een vliegtuig vol asielzoekers naar Rwanda te sturen. Dat is haar droom, kun je je dat voorstellen? Al die getraumatiseerde sukkelaars die naar hier zijn gevlucht, hopend op een beter leven, deporteren naar een land dat niet eens het hunne is. Dat soort xenofobie, dat soort eng nationalisme staat haaks op de open geest die nu door Schotland waait. Wij willen een progressief land zijn, waar iedereen, ongeacht ras, gender, religie en seksuele overtuiging, welkom is. De Schotse kiezer heeft ook massaal tegen de Brexit gestemd, dus dat kan een hefboom zijn om ons af te scheuren.

Voelt u zich een Schotse schrijfster?

Smith: Zo zou ik mezelf niet bestempelen. Wel ben ik blij dat ik ben opgegroeid met de boeken uit wat literatuurprofessoren ‘de tweede Schotse renaissance’ noemen. Schrijvers zoals Alasdair Gray hebben de roman opnieuw uitgevonden. Gray experimenteerde met vorm, genres, typografie en het was boeiend en leerzaam om te zien hoe vrij je mocht zijn als schrijver – elke aankomende auteur zou zijn roman Lanark moeten lezen. Hij heeft bergen verzet, en ik ben dankbaar dat ik in zijn schaduw mag staan.

Uw vier seizoenen zijn ook begonnen als een literair experiment. Wist u meteen dat het vier boeken zouden worden?

Smith: Ja, dat was de opzet. Ik heb het notoir lastig met deadlines, en ik was schandalig laat met het inleveren van mijn roman How to be Both. Ik overlaadde mijn redacteur met excuses, maar hij stelde me gerust: over zes weken ligt het in de rekken. Die snelheid verbaasde me, ik dacht dat het maanden duurde om een boek te drukken. Toen stelde ik hem een experiment voor: ik schrijf vier boeken, voor elk jaargetijde één, en jij brengt ze zo snel mogelijk op de markt. Het was een experiment met de tijd. Ik wilde de tijdgeest najagen, de werkelijkheid op de huid zitten.

Het was natuurlijk riskant. Je kunt je manuscripten niet eindeloos nalezen en bijwerken. Van de schrijftafel recht naar de boekhandel, dat was de opdracht. In wezen keer ik zo terug naar de oorsprong van de roman. Het woord ‘novel’ in het Engels verwijst naar ‘nieuw’, naar de traditie van Charles Dickens die elke dag een nieuw hoofdstuk van Oliver Twist in de krant publiceerde. Dickens wist dus zelf niet hoe zijn roman zou aflopen, hij moest het elke dag ontdekken. Daarom heeft Oliver Twist ook de structuur van een soap. Het boek zit ook vol cliffhangers. Hij moest de lezers nieuwsgierig houden zodat ze de volgende dag weer de krant zouden kopen.

Ali Smith: ‘Ik, een “politiek schrijver”? Dat is bijna een belediging. Politici zijn seriële leugenaars geworden.’ © Gettyimages/Felicity McCabe

Bent u tevreden over het resultaat?

Smith: Daar kan ik niet over oordelen. Dat zullen we pas over een paar decennia weten. Door de tijdsdruk heb ik die boeken niet herlezen, ook omdat ik wilde vermijden dat ik alsnog koudwatervrees zou krijgen. Soms moet ik op het podium fragmenten voordragen, en dat is altijd een vorm van zelfkwelling. Ik zie alleen maar de weeffouten, de foute zinnen, de gemiste mogelijkheden. Een auteur is altijd zijn slechtste lezer. Deze cyclus was een pure improvisatieoefening, een beetje zoals een jazzpianist elke avond weer een ander concert speelt. Soms is zo’n optreden ravissant, soms een catastrofe.

Gezelschap leest als een addendum bij de cyclus. Was u nog niet helemaal klaar met de thematiek?

Smith: Het boek zat al op mijn schouders toen ik nog aan Zomer bezig was, als een duiveltje dat me constant toefluisterde: ‘Schrijf mij, schrijf mij.’ Daarom denk ik dat Zomer ook mislukt aanvoelt, toch voor mij, maar ik moest de cirkel rondmaken. Opgeven was geen optie. Misschien is Sandy daarom zo lusteloos in het begin van Gezelschap: ik was zelf leeggeschreven. Maar toen kwam de pandemie en moesten we in lockdown, dus ik zat aan mijn bureau gekluisterd.

Ik zou het zelf geen coronaboek noemen, maar het virus heeft zeker mijn werk besmet. Epidemies zijn historisch gezien interessante periodes. De pest heeft bijvoorbeeld het Engelse landschap veranderd, omdat de ziekte de Inclosure Acts heeft bespoedigd. Gemeenschapsgronden werden plots privébezit, en vaak omheind om de verspreiding van de pest tegen te gaan. Als landbouwer moest je binnen dat afgebakende terrein blijven, en vreemdelingen werden niet getolereerd. In Gezelschap vertel ik over een vagebond die met een V gebrandmerkt wordt, want doelloos rondwandelen was plots een misdaad geworden. Klinkt herkenbaar, niet?

U houdt wel van een goed spookverhaal. Zowel in Gezelschap als in uw essaybundel Artful waren er geesten rond. Vanwaar de fascinatie?

Smith: Wel, ik ben Schotse, en onze natie hangt aaneen van de griezelverhalen. In de herfst en de winter wordt het snel donker, maar de duisternis is er niet helemaal zwart, het schemert altijd een beetje. Tel daar de mist bij en je fantasie slaat al snel op hol. Maar onze geschiedenis is ook akelig. Ik ben opgegroeid in Inverness, waar in 1746 de Battle of Culloden plaatsvond, de laatste veldslag tussen de Schotten en de Engelsen. Amper twaalf minuten duurde het gevecht, maar het was een slachtpartij. De bodem is doordrenkt van Schots bloed. Nu nog heb ik het gevoel dat het er spookt. Het is een heel akelige plek, ik snap niet dat mensen er willen wonen.

Ik ben opgevoed in een spooktaal. Mijn ouders spraken Gaelic, een taal die in de achttiende eeuw door de Engelsen verboden werd. Wie betrapt werd, werd opgesloten of standrechtelijk geëxecuteerd. Het werd een geheime taal, een taal die met uitsterven bedreigd was. Tegenwoordig staat Gaelic weer op het leerplan, maar het blijft een taal die de Engelsen probeerden te vermoorden.

Jij noemt Gezelschap een gothic novel, maar ik had niet het gevoel dat ik een griezelsprookje aan het schrijven was. Je hebt toch ook de beelden op het journaal gezien? Duizenden coronadoden, lijkkisten in verder verlaten straten, mensen die geen afscheid konden nemen van hun geliefden, mensen die in een vingerknip verdwenen. En dat allemaal door een onzichtbaar virus. Dat was echte horror.

Ali Smith

– 1962: geboren in Inverness

– 1980-1985: studeert Engelse taalkunde en literatuur (Aberdeen)

– 1985-1990: studeert literatuur aan Cambridge

– 1990-1992: doceert literatuur in Edinburgh, stopt om te herstellen van CVS

– 2001: wint de Costa Award voor Hotel World

– 2020: wint de Orwell Prize en de Europese Literatuurprijs voor Zomer

– 2022: publiceert Companion Piece, vertaald als Gezelschap

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content