Lukas De Vos

De engel des doods

Lukas De Vos Europakenner

Het tweede boek van het verknipte duo Colomba Caselli en Dante Torre is één grote achtervolging op een nog innerlijk verminktere seriemoordenares.

Smelt van medelijden, of kots van gruwel. Het tweede boek van het verknipte duo Colomba Caselli, een zwaar getraumatiseerde maar eigenzinnig slimme politiecommissaris, en Dante Torre, de “man van de silo” die hypergevoeligheid en inzicht koppelt aan verslaving om een bedrukkend verleden achter zich te laten, is één grote achtervolging op een nog innerlijk verminktere seriemoordenares. Zij noemt zichzelf Giltiné. Een omineuze naam, die van een Litouwse doodsgodin. Zo handelt ze ook, als onafwendbaar monster, dat de doodskus geeft aan wie zij achtervolgt. Ze is mager en snel, en kent geen medelijden. Haar taak is het levens af te snijden.

Het duurt even voor de lezer die symbolische taak doorheeft. Want het complot dat Dazieri na Dood de Vader (2014) opzet (een tiran van wie Dante het slachtoffer werd, en dat nu doorgetrokken wordt met een al dan niet bestaande broer), is van een enorme complexiteit. Dazieri weeft privébewaking (contractors) met pavloviaanse doctrines (“Hij deed het niet alleen met honden” “Experimenteerde hij met mensen?” “Kinderen (…) Hij maakte een gat in hun wangen waardoor hij kunstmatige fistels creëerde (…) Dus niks Nobelprijs 1923”), de opvang van weeskinderen na Tsjernobyl met fnuikende jeugdherinneringen.

Dazieri tekent met sadisme de aangeleerde ongevoeligheid op, die van de mens een robot maakt.

Dat plot ontwikkelt zich langzaam en kronkelig, zoals een eerste aanslag al laat vermoeden. Met blauwzuur wordt een heel compartiment uit de Top-wagon van de sneltrein naar Rome uitgemoord. Een afleidingsmaneuver, zo blijkt, en het zal niet het laatste zijn. Wat drijft Giltiné, die blijkbaar lijdt aan een (ingebeelde) huidziekte? Welke wraak heeft zij in haar achterhoofd? En waarom? Giltiné was het nikszeggende Meisje uit de Doos, een Sovjetbunker zonder lichtinval waar mannen, vrouwen, kinderen gemend en gedisciplineerd worden tot de dood erop volgt. Of de ontsnapping, als die al mogelijk is zonder hulp van binnenuit.

Dante, bang voor zijn schaduw en zijn verleden, en Colomba (“de duif”), uitgespuwd door haar dienst, behalve door haar trouwe luitenanten, de “drie Amigos”, volgen, met reukzin en logica, een vaag spoor om de lijst van moorden op te doen houden, zeker als een collega van Colomba ook voor de bijl gaat. Het zoontje dat overleeft en krampachtig de mond gesloten houdt, braakt de boodschap voor Colomba uit: hij spuwt een dodelijke, gele schorpioen uit die zich gedeisd hield zo lang hij in een vochtige, donkere omgeving zat. Een laatste waarschuwing.

Dazieri tekent met onvoorstelbaar sadisme de aangeleerde ongevoeligheid op, die van de mens een robot maakt. Die van een slachtoffer met een Stockholmsyndroom de gelijke van zijn beulen maakt, een kille moordenaar. Die de dubbele aard van de mens in de verf zet: hij kan naar de ene of de andere kant overslaan. De politie beschouwt zichzelf als een regulerende dam, niet zonder corruptie, maar ten minste als een ordenend systeem.

Wie daarbuiten treedt, zoals Dante en Colomba, is een utopist. Hij of zij gelooft dat de maatschappij gered kan worden van haar perversies. Het zijn maar tijdelijke overwinningen. Je kunt de kop van een draak afhakken, maar intussen groeien er drie nieuwe koppen aan het ondier. Want “ooit bestonden er wetten tussen dieven. De belangrijkste verbood dat mensen zoals hij zaken deden met mensen zoals Sasha. Maar de oude tijden zijn stof, en de oude wetten zijn minder waard dan stof. Hij zal Maksims bazen gebruiken tegen zijn eigen vijanden, en Maksim zal hem gebruiken om de belangen van zijn bazen te beschermen. Dat is besloten”. Inzet is, zoals gebruikelijk, verraad. De dertig zilverlingen. Maar wie leep genoeg is keert tijdig zijn of haar kar.

Er bestaan geen onschuldige levens, hooguit efemere verschijnselen. En het is het noodlot dat bepaalt of je geraakt wordt of niet.

Dood de Engel (de Engel is natuurlijk Giltiné of het Meisje “dat nooit huilde”) is een adembenemende zoektocht naar rechtvaardiging, van zichzelf, van de ander, van elke daad die gesteld wordt, van ongehoorzaamheid (aan de wetten van de onderwereld evengoed als aan de geplogenheden van een politiecorps). Giltiné is in alle opzichten de giftige slang van de legenden, al is zij daar niet verantwoordelijk voor. Dazieri heeft alle begrip voor wraak, hoe onredelijk en wreed die ook mag overkomen. De overbodigheid van handlangers, huurlingen (“die geen spionnen zijn”) of hooguit in-de-weg-lopers gaat hand in hand met de zelfvernietiging waarnaar elke dubbelagent op zoek is. Wat blijft is medelijden, omdat elke dader een slachtoffer is. En omgekeerd.

Wat blijft is een blitse, hete ademstoot van oncontroleerbare driften en drijfveren, pavloviaanse reflexen die bewijzen dat de mens een produkt is van maatschappelijke dwangmatigheden. Een aangeboren eigenschap is hem totaal vreemd. Die illusieloosheid wordt nog het best gesymboliseerd door het motto van de Sex Pistols waarmee Dazieri zijn thriller opent: “I am an antichrist, I am an anarchist, don’t know what I want, but I know how to get it, I wanna destroy the passerby”. Er bestaan met andere woorden geen onschuldige levens, hooguit efemere verschijnselen. En het is het noodlot (de fixatie van de doodsgodin) dat bepaalt of je geraakt wordt of niet.

Wat blijft is een sombere, wanhopige tekening van de mens als kwetsbaar wezen. Kwetsbaar in de zin van laf, verraderlijk, onbeschermd, hebberig en ruw. De mens kan zichzelf niet verdedigen tegen onmeetbaar geweld en slavernij. Hij kan zich hooguit aanpassen aan de normen die tijdelijk gangbaar zijn. Liefst zonder die normen te begrijpen. Alleen onderwerping telt, ultieme mimicri, aanpassing aan het machtsvertoon van dat ogenblik. Alleen zo overleeft hij. Zonder eer, zonder doorzicht, zonder kans op verlossing.

In die zin is Dood de Engel een dodenzang voor de vrije wil. Zelfs de hoofdpersonen worden gedreven door iets wat sterker is dan menselijkheid: genoegdoening. Wraak. Op het verleden. Op de regels die eigenmachtig ingrijpen aan banden leggen. Op de harteloze grillen van de autoritaire samenleving. Kouder dan dit is ondenkbaar.

Wat Dazieri beklemtoont is de verborgen onderlaag van het menselijk bestel. Een ijslaag van zielloze zelfvervulling. Zoals Dante Alighieri Lucifer in de negende hellekring laat ingevroren liggen, zo bevriest elk gevoel in de mens als hij meegesleept wordt in een posse. Het ultieme inzicht komt maar als de vermeende bondgenoot zichzelf onthult als een berekende killer. Al loopt de waarheid nog zo snel, de leugen achterhaalt haar wel. Met dat besef kan Colomba haar derde avontuur tegemoetgaan – als dat zo spannend is als de eerste twee delen, dan dient de geschiedenis van het spannende boek dringend herschreven.

Partner Content