Anne-Laure Van Neer wint 25e Knack Hercule Poirotprijs: ‘Ouderen zijn zo heerlijk brutaal’

Een boek over euthanasie hoeft niet zwaarwichtig te zijn, bewijst Anne-Laure Van Neer met haar vierde thrillerkomedie. Joséphine breekt een lans voor een waardig levenseinde. Goed voor de Knack Hercule Poirotprijs 2022.

Viermaal is scheepsrecht. Na drie nominaties heeft Anne-Laure Van Neer eindelijk de Hercule Poirotprijs te pakken. Een historische nog wel: het is de vijfentwintigste keer dat Knack zijn award uitreikt voor beste Vlaamse misdaadroman. Van Neers parcours wijkt af van het gebruikelijke thrillertraject. Ze begon niet met in bloed gedrenkt mysterie, maar met… chicklit.

Anne-Laure Van Neer: Mijn echte debuut was Justine, in 2015, en ik werd meteen genomineerd voor de Poirot. Maar daarvoor had ik al een chicklitroman uitgegeven in eigen beheer. Ik had helemaal niets met zeemzoete romantiek, maar wél met de humor die eigen is aan chicklit. Die heb ik meegenomen naar het thrillergenre, dat me veel beter ligt. Mijn boeken zijn een mix van misdaad en humor. Luchtig van toon, geschreven in een simpele, directe taal.

Ik wil moeilijke thema’s op een luchtige, humoristische toon brengen.

Ik serveer geen champagne met oesters, maar bloemkool met worst. Maar dat belet niet dat ik er altijd een maatschappelijk thema in verweef. Voor mij is dat een must. Ik zal geen boek schrijven over een uitgebluste speurder die aan de vooravond van zijn pensioen de zoveelste seriemoordenaar probeert te klissen.

Dat thema is euthanasie. Uw hoofdpersonage is een discrete maar erg doortastende strijdster voor het recht op waardig sterven. Dat recht geldt in wzc Den Groenen Hof ook voor wie niet meer wilsbekwaam is – tenminste als hij of zij lid is van Joséphines geheime genootschap, de Thanatosclub. Hoe bent u bij dat onderwerp uitgekomen?

Van Neer: Jaren geleden las ik een bericht over een koppel tachtigplussers dat hand in hand van het dak van een appartementsgebouw was gesprongen, uit wanhoop omdat ze uit hun flat moesten. ‘Waarom kunnen mensen in zulke omstandigheden niet geholpen worden om op een waardige manier afscheid te nemen van het leven?’ vroeg ik me af.

Euthanasie kan voor wie terminaal ziek is of ondraaglijk lijdt. Maar wat met oude mensen die vinden dat hun leven voltooid is?

Ja, België heeft een euthanasiewetgeving, maar er zijn nog veel beperkingen. Wie te lang wacht en alzheimer krijgt, heeft geen andere optie dan de rit uitzitten. Euthanasie kan alleen voor wie terminaal ziek is of ondraaglijk lijdt, uitzonderlijk ook wanneer het om psychisch lijden gaat. Maar wat met oude mensen die niet aan die criteria voldoen, maar wel vinden dat hun leven voltooid is? Die hebben ook in België geen recht op een menswaardig einde.

Probeert u een boodschap over te brengen?

Van Neer: Ik hoop inderdaad dat de lezer door de laag kolder en spanning heen kijkt en nadenkt over euthanasie. Ik wil moeilijke thema’s op een luchtige, humoristische toon brengen.

U schetst geen fraai beeld van het leven in een woonzorgcentrum. De ultieme nachtmerrie van Joséphine en haar vrienden is eindigen op de gesloten afdeling waar dementerende residenten als planten worden behandeld, als ze al niet in bed of op een stoel worden gefixeerd. Is dat als karikatuur bedoeld?

Van Neer: Uiteraard. Ik wil de werknemers in de zorg niet schofferen. Ik werk in de zorgsector, dus ik wéét hoe hard er gewerkt wordt in woonzorgcentra. Veel ouderen zijn er gelukkig, al was het maar omdat ze er zich niet eenzaam voelen. Maar als schrijver van spannende boeken kijk je vooral naar de plot, en daarin kwam die gesloten afdeling goed van pas. Maar helemaal verzonnen is het nu ook weer niet. Als puber ging ik weleens op bezoek bij een groottante in de alzheimerafdeling van het rusthuis. Het gebeurde meermaals dat ik haar vastgebonden op haar stoel of in bed aantrof.

Ouderen zijn heel dankbare protagonisten. Hun je-m’en-foutisme vind ik erg inspirerend.

In al uw thrillers spelen kranige ouderen de hoofdrol. Waarom?

Van Neer: Omdat ze heel dankbare protagonisten zijn. Praten met oudere mensen is altijd een verrijking omdat ze zo veel hebben meegemaakt: liefde, verlies, crisissituaties, soms zelfs oorlogen. Ze zijn niet snel onder de indruk en trekken zich niets aan van wat de buitenwereld van hen denkt. Dat je-m’en-foutisme vind ik erg inspirerend.

Ze zijn als het ware punkers met rimpels.

Van Neer:(lacht) Zo kun je het omschrijven. Als schrijver kun je ouderen heerlijk direct en brutaal uit de hoek laten komen.

U was de enige vrouw onder de zes genomineerden. Maakt dat de bekroning extra bijzonder?

Van Neer: Ik heb er gemengde gevoelens bij. Hebben ze me niet als excuustruus bekroond, vraagt een stemmetje in mijn hoofd. Die twijfels zullen pas verdwijnen als ook mijn toekomstige boeken worden genomineerd. Zoals die van Toni Coppers en Jan Van der Cruysse, gewezen laureaten die ook na hun bekroning vaak de shortlist haalden.

Het genre van de thriller is rijk en divers. Zijn er auteurs naar wie u opkijkt of bij wie u inspiratie vindt?

Van Neer: Ik denk in de eerste plaats aan Stephen King. Niet al zijn boeken zijn even sterk, maar wat een reeks meesterwerken heeft die man al geschreven. In Vlaanderen zie ik weinig voorbeelden, toch niet wat de komische thriller betreft. Een uitzondering is Rudy Soetewey. Zijn Bericht van de overkant is een geweldig boek. Ik heb ooit een workshop bij hem gevolgd. Rudy is een erg genereuze collega die altijd klaarstaat met advies en tips. Ik heb veel van hem opgestoken.

Uw boeken worden vaker met films vergeleken dan met werk van collega’s. Quentin Tarantino en de Coen Brothers worden vaak genoemd, cineasten met veel gevoel voor humor en duizelingwekkende plotwendingen. Net zoals u springen ze kwistig om met de techniek van de deus ex machina. Een vleiende vergelijking?

Van Neer: Ik ben een grote fan van hun werk. Ik kan erg genieten van Tarantino, die alle remmen loslaat. En net zoals de Coen Brothers probeer ik tegelijkertijd schrijnend en grappig uit de hoek te komen. En ja, ik ben niet vies van spectaculaire plotwendingen. Sommigen vinden dat een afknapper, maar ik schrijf voor lezers die tussen de lijnen lezen en de tweede laag snappen.

JOSEPHINE

Een nieuwe heup zou welkom zijn, maar dat belet Joséphine niet om als een Lara Croft op leeftijd de show te stelen in woonzorgcentrum Den Groenen Hof. Als tuinier en kok is ze de drijvende kracht achter de Thanatosclub, een geheim genootschap waarvan de leden elkaar bijstand tot in de kist hebben gezworen. Muffins met belladonnabesjes of soep van oleanderbladeren: aan levensverkortende recepten heeft Joséphine geen gebrek. De bittere smaak neemt men er graag bij. Alles beter dan uitdoven als een kaars op de gesloten afdeling voor alzheimerpatiënten. Alles gaat goed, tot de overspelige directeur het onzalige besluit neemt de kruidentuin aan een nieuwbouw op te offeren. Het resultaat is een hilarische thriller, in de traditie van Quentin Tarantino en de Coen Brothers – mits u bereid bent tot enige suspension of disbelief.

ANNE-LAURE VAN NEER

1975: geboren in Antwerpen

Studie gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool Brussel)

Werkt jarenlang in de toeristische sector

2015: debuteert als misdaadauteur. Haar eerste drie romans worden genomineerd voor de Knack Hercule Poirotprijs

2022: wint met Joséphine de 25e Knack Hercule Poirotprijs

Partner Content