CD&V roept Weyts op draagvlak voor centrale toetsen te zoeken

Loes Vandromme © Belga

‘Als we willen dat dit slaagt, moeten we echt op zoek gaan naar draagvlak. Bij de ouders, bij de leerkrachten, bij de hele samenleving.’ Dat zei Loes Vandromme van CD&V donderdag in het Vlaams Parlement bij een debat over de Vlaamse toetsen.

De Vlaamse regering heeft eind januari de conceptnota van Onderwijsminister Ben Weyts (N-VA) over de invoering van centrale toetsen goedgekeurd. Bedoeling van die centrale of Vlaamse toetsen is om te testen of de leerlingen de eindtermen beheersen en of scholen er in slagen om leerwinst te boeken. De toetsen zouden er vanaf het schooljaar 2023-2024 komen, in het vierde leerjaar en zesde leerjaar basisonderwijs en het tweede en zesde jaar van het secundair onderwijs.

De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) uitte al kritiek op de nota. Zo dreigt er volgens de Vlor een ranking te ontstaan tussen de scholen op basis van de testresultaten.

Volgens CD&V ontbreekt er op dit moment draagvlak. ‘We moeten heel helder beginnen communiceren over wat er op tafel ligt, en daarvoor hebben we echt een decretale basis nodig’, zei Vandromme. ‘We moeten ook duidelijk de boodschap brengen dat de scholen architect van het onderwijs blijven en dat die toetsen daarbij kunnen helpen. Het mag geen controlemiddel zijn.’

Open Vld waarschuwde, net als de Vlor, voor het gevaar van rankings. ‘Als je naar een ranking evolueert, verdwijnt het hele idee achter deze toetsen’, zei Jean-Jacques De Gucht. ‘We moeten er over waken dat we dat niet in de hand werken.’

‘De toetsen moeten bijdragen tot goed onderwijs in elke school, geen dynamiek creëren van goede versus slechte scholen’, vond ook Hannelore Goeman van Vooruit.

Ongezonde concurrentie

Om ongezonde concurrentie te vermijden, stelde Johan Danen van Groen voor om af te zien van de centrale toetsen en te gebruiken wat er vandaag al bestaat. ‘Vandaag wordt er al veel getoetst’, zei hij. ‘Wij pleiten ervoor om wat nu al bestaat beter in te zetten in functie van een betere onderwijskwaliteit.’

Volgens Weyts zal er geen sprake zijn van publieke rankings, maar is er wel een grote vraag naar informatie, ook bij de scholen zelf. ‘Waar bent u nu eigenlijk bang van’, vroeg hij. ‘Op systeemniveau willen we weten hoe het zit met de onderwijskwaliteit en ik denk dat de scholen het ook wel willen weten als ze minder of beter scoren dan andere scholen.’

Scholen die achterop blijven, zullen versneld worden doorgelicht door de onderwijsinspectie en krijgen indien nodig een verplicht begeleidingstraject opgelegd. Volgens Weyts is dat legitiem, omdat de grondwettelijk verankerde vrijheid van onderwijs moet worden afgewogen tegen het grondrecht van de leerling op een kwaliteitsvol onderwijs.

De kritiek dat er nog steeds geen decreet is om de toetsen te verankeren, vond Weyts ironisch omdat hij naar eigen zeggen het onderwijsveld en het parlement, op vraag van beide, net wil betrekken bij de uitwerking van een decreet.

Partner Content