Opinie

Bart Maddens (KU Leuven)

‘CD&V dreigt trainer Coens te ontslaan nog voor er één match is gespeeld’

Bart Maddens (KU Leuven) Politicoloog aan de KULeuven

‘Sinds de zesde staatshervorming is België een verkiezingsarme en daardoor ook een uiterst schrale democratie geworden’, schrijft politoloog Bart Maddens (KU Leuven).

Partijvoorzitters worden vaak vergeleken met voetbaltrainers. Als ze er niet in slagen om hun ploeg te laten winnen, dan worden ze vervangen. Met winnen wordt dan bedoeld: goed scoren bij verkiezingen. Bij CD&V is er echter iets vreemds aan de hand. De trainer dreigt te worden ontslagen nog voor er één match is gespeeld. CD&V kan in de toekomst kijken en weet nu al dat Joachim Coens over twee jaar de verkiezingen zal verliezen. Hij wordt als het ware preventief de laan uit gestuurd.

Dat klopt natuurlijk niet helemaal. Coens staat onder druk omdat hij er niet in slaagt om de peilingen te winnen. Met andere woorden, de peiling is tegenwoordig het equivalent van de voetbalmatch in de politiek. Politici en commentatoren nemen steeds meer voor waar aan wat peilingen voorspellen. ‘Een CD&V die op 11 procent staat in de peilingen, is nooit goed bezig’, verklaarde staatssecretaris Sammy Mahdi recent in De Tijd.

Maar peilingen slaan de bal vaak mis, zo blijkt bij elke verkiezing opnieuw. CD&V is nog maar goed voor 15,3%, aldus een peiling in juni 2018. Drie maanden later haalde de partij 19,8% bij de provincieraadsverkiezingen. CD&V is goed voor 17,1%, bleek uit de laatste peiling vóór de verkiezingen van 2019. Het werden er uiteindelijk slechts 14,4.

Ons probleem is dat er veel te weinig peilingen zijn: slechts een viertal per jaar. In Nederland waren er sinds begin dit jaar al zeven peilingen, bij ons één enkele. In Frankrijk waren er in die periode zo maar liefst 186 peilingen. Welgeteld één daarvan voorspelde dat Marine Le Pen de verkiezingen zou winnen, namelijk met 50,5%. Dat week evenwel zó manifest af van het gemiddelde resultaat van de andere peilingen, dat er amper aandacht aan werd besteed. Het was een uitschieter, een outlier in het jargon, een toevallige meetfout. Misschien was er een structureel methodologisch probleem bij dat peilingbureau.

CDu0026V-trainer Coens dreigt te worden ontslagen nog voor er één match is gespeeld.

Bart Maddens, politoloog KU Leuven.

Dat is niet zo erg als het peilingen regent. Maar bij ons druppelt het peilingen. Wie weet is het bedrijf dat hier die schaarse peilingen uitvoert er net zo een dat de bal methodologisch mis slaat. Wie weet wordt de huidige score voor CD&V systematisch sterk onderschat. Dat zouden we kunnen weten door te vergelijken met het resultaat van een heleboel andere peilingen, die uiteenlopende methoden gebruiken. Alleen zijn die er niet.

Peilingen mogen dan al onbetrouwbaar zijn, ze fungeren wel meer en meer als Ersatz-verkiezingen. De fundamentele oorzaak daarvan is natuurlijk het ontbreken van echte verkiezingen in België. Zonder zesde staatshervorming (die de legislatuur van de Kamer verlengde van vier naar vijf jaar) zaten we nu in volle verkiezingscampagne. Dan waren er normaalgezien federale verkiezingen geweest in het voorjaar van 2018, en binnenkort opnieuw. Joachim Coens zou momenteel voor zijn grote test staan als CD&V-voorzitter. Niemand zou nu spreken over zijn vertrek. Dat zou pas het geval zijn na een tegenvallend resultaat. Dan zou CD&V allicht tegen eind dit jaar een nieuwe trainer in stelling brengen voor de volgende twee matchen, in 2024.

Sinds de zesde staatshervorming is België een verkiezingsarme en daardoor ook een uiterst schrale democratie geworden. Geen wonder dat we zo gefascineerd naar Frankrijk kijken. De Fransen hadden in 2020 lokale verkiezingen en in 2021 regionale verkiezingen. Dit jaar zijn er zowel presidentsverkiezingen als parlementsverkiezingen. Dat alles telkens in twee ronden. De meeste Fransen mogen in die periode zo maar liefst acht keer gaan stemmen. De Belgische kiezers daarentegen zitten tussen 2019 en 2024 vijf jaar lang met hun vingers te draaien. En na 2024 volgen alweer vijf schrale verkiezingsloze jaren.

In België worden politici het liefst zo weinig mogelijk lastig gevallen door de kiezers. Want die hebben de vervelende gewoonte om verkeerde keuzes te maken. Daarom moeten alle verkiezingen op één dag worden georganiseerd, met een zo lang mogelijke periode daartussen. Dat is beter voor de stabiliteit van het land, zegt men.

Inmiddels worden de perverse effecten daarvan steeds duidelijker. Er is de ongezonde fixatie op de sporadische en daardoor onbetrouwbare peilingen. Verkiezingskoorts wordt vervangen door peilingkoorts. Daardoor leidt de lange verkiezingsloze periode ook niet tot een doortastender en stabieler beleid. Het samenvallen van de federale en regionale verkiezingen bemoeilijkt en vertraagt de regeringsvorming op beide niveaus.

Maar vooral, de ‘moeder van alle verkiezingen’ om de vijf jaar wordt te veel een alles-of-niets zaak voor de partijen. Als ze slecht scoren, dan moeten ze een eeuwigheid wachten om dit weer goed te maken. Die ene verkiezingsdag om de vijf jaar wordt een immens hoge berg, die een heel lange schaduw vooruitwerpt en al meteen na de verkiezingen opdoemt aan de politieke einder.

Ik had liever in die parallelle werkelijkheid geleefd zonder zesde staatshervorming. Een werkelijkheid waarin we nog een maand verwijderd zijn van de Kamerverkiezingen. Een werkelijkheid waarin we heel binnenkort zullen weten hoe Joachim Coens het er écht van af brengt als CD&V-trainer.

Partner Content