Wij zouden er knettergek van worden, maar Ernst-Jan Pfauth deed het: twee jaar lang zelfhulpboeken uitpluizen en erover schrijven voor De Correspondent, het onlineplatform waarvoor hij werkt als uitgever. Pfauth leerde een hoop bij over opruimen, to-dolijstjes en productiviteit, maar kwam ook tot de vaststelling dat hij al die tips even snel weer vergat. Ze maakten hem ook al niet gelukkiger, maar duwden hem alleen maar verder in de ratrace, waarin iedereen zich almaar wil verbeteren, niet noodzakelijk om zelf voldoening te vinden maar om de ander te overtroeven.
...

Wij zouden er knettergek van worden, maar Ernst-Jan Pfauth deed het: twee jaar lang zelfhulpboeken uitpluizen en erover schrijven voor De Correspondent, het onlineplatform waarvoor hij werkt als uitgever. Pfauth leerde een hoop bij over opruimen, to-dolijstjes en productiviteit, maar kwam ook tot de vaststelling dat hij al die tips even snel weer vergat. Ze maakten hem ook al niet gelukkiger, maar duwden hem alleen maar verder in de ratrace, waarin iedereen zich almaar wil verbeteren, niet noodzakelijk om zelf voldoening te vinden maar om de ander te overtroeven. Dat inzicht zet Pfauth uiteen in het eerste deel van Dankboek, wat ironisch genoeg ook een soort zelfhulpboek is maar dan van de meer genuanceerde soort. Hij presenteert vier pijlers om aan de dagelijkse janboel te ontsnappen: alles zien als een oefening, je leren richten op anderen, dankbaar leren zijn, en ruimte maken voor rust en concentratie. Vooral tijdens de lectuur van dat laatste hoofdstuk word je teruggeflitst naar de tv-serie Het Eiland. Echt nieuw zijn de inzichten van Pfauth niet. Dat pretendeert de journalist ook niet, gelukkig. Van naaldje tot draadje - in zijn onderzoekswerk ging hij breed en diep - licht hij een waaier aan concepten uit de psychologie, de filosofie en de exacte wetenschappen toe. Auteur Paul Auster, psychologe Carol Dweck en filosoof Matthieu Ricard gaan broederlijk hand in hand in Pfauths heldere uiteenzettingen. Na goed 50 van de 252 bladzijden is het aan u. Die andere 200 pagina's mag u zelf invullen. Schrijf dagelijks drie dingen op waarvoor u die dag dankbaar mocht zijn. Niet te veel, en geen dwang, want zoals Pfauth aangeeft blijken veel andere zogenaamde dankboeken al snel te verzanden in sleur. Is het ook daarom dat zijn tekst zo summier is? Pfauth werkt niet alleen voor De Correspondent, hij richtte het medium ook op. We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat het behoorlijk eenvoudig is om dit boek te schrijven als je in zo'n positie zit. Hij gaat er bijvoorbeeld vlotjes van uit dat alle werkende mensen op zichzelf gerichte high potentials zijn. Daarnaast zijn veel tips over concentratie op de werkvloer alleen maar haalbaar wanneer de hele dienst of zelfs het hele bedrijf erin meegaat. Eén keer heeft Pfauth het over praten met de overste, maar verder dan dat gaat het niet. Voor een werk dat van de lezer verwacht dat hij zich op anderen richt, bevat het opvallend weinig raad om die anderen te enthousiasmeren. Met Dankboek beoefent Ernst-Jan Pfauth een genre dat door velen zweveriger, ongefundeerder, dwingender, kortom slechter is aangepakt. Critici zullen er wellicht dure-praatjes-op-nog-duurder-papier in zien, waarvan ze de essentie zó voor je op een A4'tje krijgen. Zo ver willen we niet gaan: daarvoor is de achtergrondtekst te goed. Maar of mensen die afknapten op andere dankboeken hiermee wél gebaat zijn?