Ik heb deze week niet echt een columnonderwerp, excuses. Normaal begin ik dan de avond voor de deadline als een razende gek alle interviews met BV's in weekendkranten te lezen, net als alle columns die ik anders ongeïnteresseerd oversla, in de hoop ergens in een krantenhoekje iets te vinden wat allerdringentst tegengesproken moet worden. Daar heb ik deze week helaas de tijd niet voor. Net voor het begin van de tweede lockdown ben ik met drie andere mensen een boekenclub begonnen, en dus moet ik nu elke vier of vijf weken een sprintje trekken ...

Ik heb deze week niet echt een columnonderwerp, excuses. Normaal begin ik dan de avond voor de deadline als een razende gek alle interviews met BV's in weekendkranten te lezen, net als alle columns die ik anders ongeïnteresseerd oversla, in de hoop ergens in een krantenhoekje iets te vinden wat allerdringentst tegengesproken moet worden. Daar heb ik deze week helaas de tijd niet voor. Net voor het begin van de tweede lockdown ben ik met drie andere mensen een boekenclub begonnen, en dus moet ik nu elke vier of vijf weken een sprintje trekken om mijn boek op tijd uit te krijgen. Ik weet dat ik het hier overdreven vaak over de geneugten van de lockdown heb, maar ook die boekenclub is een groot succes, en zeker een aanrader. Praten over literatuur lukt uitstekend tijdens een wandeling, en zo hebt u eindelijk nog eens iets te vertellen tegen vrienden in wier leven al maandenlang even weinig gebeurt als in het uwe. We zijn wel een beetje wokerig, natuurlijk: we lazen tot nu toe enkel vrouwen (vier) en homo's (twee). Dat staat nergens in marmer gebeiteld, maar mijn herhaaldelijke pogingen om samen Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers te lezen vielen in ieder geval plat. Tegen zondag moet ik Shuggie Bain, de Booker-winnaar van Douglas Stuart zien uit te lezen, over een homoseksuele jongen die opgroeit met zijn aan alcohol verslaafde moeder in het Glasgow van de jaren tachtig. Het is exact wat u denkt dat het is: ouderwets sociaal drama, een genre dat in Vlaanderen helaas nauwelijks nog bestaat. Zo'n club zorgt er ook voor dat iemand boeken leest die hij anders laat liggen. In mijn geval, bijvoorbeeld, De jaren van Annie Ernaux en De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld. De grootste ontdekking tot nu toe was Tove Ditlevsen, ook een hype die ik aan mij voorbij had laten gaan. Haar biografische Kopenhagentrilogie is nochtans ontzettend goed. Even geleden stond er nog een saai pamflet in De Standaard der Letteren over het gebrek aan vrouwen in de literatuur. Die boekenbijlage is, zeker sinds haar vernieuwing, nochtans zelf een powerhouse voor vrouwen in de letteren, en vrouwelijke debutanten krijgen overal al langer makkelijker aandacht dan hun mannelijke concullega's. Een andere steen des aanstoots was de canon: ook daar staan te weinig vrouwen in. Daar kan ik wel wat historische redenen voor verzinnen, maar zou het werkelijk zijn dat vrouwen nog steeds worden weggemoffeld achter het gordijn van de literatuurgeschiedenis? De enthousiaste, wereldwijde herontdekking van Ditlevsen toonde vorig jaar vooral de honger naar zulke romans. Geef ons vrouwen en we zullen met veel plezier hun boeken lezen. Homo's mogen ook.