Ergens is het begrijpelijk dat politici in tijden waarin staatkundig denkwerk beperkt wordt tot de dagelijkse Twitterrel hun toevlucht zoeken tot literaire fictie om hun ideeënweelde en retorisch talent tentoon te spreiden. Zo schudde meesterpoliticus Pol Van den Driessche ooit een thriller uit zijn losse hand en heeft N-VA-woordvoerder en begenadigd columnist Joachim Pohlmann zowaar al twee romans op de teller staan. Voor wie wat tijd te doden heeft: de vruchten van hun geestesarbeid liggen hoog opgetast bij De Slegte.
...

Ergens is het begrijpelijk dat politici in tijden waarin staatkundig denkwerk beperkt wordt tot de dagelijkse Twitterrel hun toevlucht zoeken tot literaire fictie om hun ideeënweelde en retorisch talent tentoon te spreiden. Zo schudde meesterpoliticus Pol Van den Driessche ooit een thriller uit zijn losse hand en heeft N-VA-woordvoerder en begenadigd columnist Joachim Pohlmann zowaar al twee romans op de teller staan. Voor wie wat tijd te doden heeft: de vruchten van hun geestesarbeid liggen hoog opgetast bij De Slegte. Ook de Nederlandse politicus en stichter van het neoconservatieve Forum voor Democratie Thierry Baudet komt aandraven met een nieuwe roman. Op zich best dapper, want eerder werd zijn literaire debuut, Voorwaardelijke liefde, collectief neergesabeld - recensies bulkten van woorden als 'lachwekkend', 'karikaturaal' en 'stereotyperend'. Daar heeft Baudet niet uit geleerd. In Van elk waarheen bevrijd, een oogbrekende vertaling van een Rilke-vers, krijgen we het kleffe verhaal voorgeschoteld van de bedaagde muziekleraar Philippe Gautier die zijn herfstdagen slijt in Parijs. Een ansichtkaart katapulteert hem terug naar zijn jonge jaren en het pijnlijke levensmoment waarop hij voor een hartverscheurende keuze werd geplaatst: bij zijn vrouw Sylvia blijven of kiezen voor de bekoorlijke studente Davide? Leraar knoopt buitenechtelijke relatie aan met leerling: een groter cliché zul je in de literatuur niet vinden. Zelfs de meest dwarse dilettant loopt daar in een wijde boog omheen, maar niet Baudet. Die zet zijn karikatuur extra vet aan met extatische liefdesverklaringen, traantrekkende jammerklachten en een arsenaal aan uitroeptekens. Maar het zijn vooral de krakkemikkige formuleringen die het verlangen naar een roestig mes oproepen. Wat te denken van 'een schampschot dat nooit écht raakte'? Een pleonasme of een tautologie, daar is de jury nog niet uit, maar dubbelop is het zeker. Baudet heeft ook een voorliefde voor de verbeelding tartende metaforen. Een concurrent van Gautier wordt omschreven als 'een leraar die op de celloafdeling zat als een nijlpaard op een boomstronk'. En de 'seks tussen hen' uit de centrale zin doet elke minnaar twijfelen aan zijn bedprestaties - is de seks een derde partij die onuitgenodigd de slaapkamer binnen komt gebanjerd? Van elk waarheen bevrijd wordt gepresenteerd als een ideeënroman maar daar valt weinig van te merken, of het moet het onverholen racisme van Gautier zijn: 'Slim vestigingsbeleid vergelijkbaar met de Israëlische nederzettingenpolitiek maakte dat je in Parijs nog altijd behoorlijk je weg kon gaan zonder al te veel immigranten tegen te hoeven komen, die zaten in de buitenwijken, koest gehouden met schotelantennes en uitkeringen, en de gendarmerie hield ze tegen als ze naar het centrum wilden komen om te rellen.' Voor dit soort romans is de vlammenwerper uitgevonden en als we nog één ster toekennen dan is dat puur uit dankbaarheid: Baudet toont erbarmen en houdt het na 144 pagina's voor bekeken.