Als kind al was kunsthistoricus Geert Vandamme gefascineerd door John Flanders, van wie hij in de jaren zestig en zeventig verhalen las in ' t Kapoentje, de wekelijkse jeugdbijlage in de krant Het Volk. In datzelfde ' tKapoentje verslond hij ook Thomas Pips, een stripverhaal met tekeningen van Buth en - aanvankelijk - scenario's van Jean Ray. 'Pas later kwam ik te weten dat Flanders en Ray één persoon waren. Zo begon mijn fascinatie voor de man', vertelt Vandamme. Het Volk was het dagblad van de christelijke arbeidersbeweging. De redactie en de drukkerij waren toen gevestigd in de Forelstraat in Gent. Het hele oeuvre van John Flanders ademt Gent, al neemt hij meer dan eens een loopje met de werkelijkheid en laat hij bijvoorbeeld een straat uitkomen op een weg die op geen kaart te vinden is. 'Zijn stukjes over het Gent van weleer zijn geen historisch betrouwbare documenten maar juweeltjes, een mengeling van waarheid en verdichtsel', zegt Vandamme. 'Hij weefde vergeten volksliedjes door zijn teksten en praatte over volkstypes die, naar ik sterk vermoed, op een paar uitzonderingen na alleen in zijn verbeelding hebben bestaan.'
...

Als kind al was kunsthistoricus Geert Vandamme gefascineerd door John Flanders, van wie hij in de jaren zestig en zeventig verhalen las in ' t Kapoentje, de wekelijkse jeugdbijlage in de krant Het Volk. In datzelfde ' tKapoentje verslond hij ook Thomas Pips, een stripverhaal met tekeningen van Buth en - aanvankelijk - scenario's van Jean Ray. 'Pas later kwam ik te weten dat Flanders en Ray één persoon waren. Zo begon mijn fascinatie voor de man', vertelt Vandamme. Het Volk was het dagblad van de christelijke arbeidersbeweging. De redactie en de drukkerij waren toen gevestigd in de Forelstraat in Gent. Het hele oeuvre van John Flanders ademt Gent, al neemt hij meer dan eens een loopje met de werkelijkheid en laat hij bijvoorbeeld een straat uitkomen op een weg die op geen kaart te vinden is. 'Zijn stukjes over het Gent van weleer zijn geen historisch betrouwbare documenten maar juweeltjes, een mengeling van waarheid en verdichtsel', zegt Vandamme. 'Hij weefde vergeten volksliedjes door zijn teksten en praatte over volkstypes die, naar ik sterk vermoed, op een paar uitzonderingen na alleen in zijn verbeelding hebben bestaan.' Werkelijkheid en verbeelding gaan voortdurend in elkaar over, niet alleen in het oeuvre maar ook in het lange leven van John Flanders, nom de plume van Raymond De Kremer (1887-1964). Zelfs een Flandersfan als Vandamme had soms moeite om Wahrheit und Dichtung van elkaar te onderscheiden. Het heeft hem jaren gekost om de levensloop van De Kremer te reconstrueren. De Kremer schreef in het Frans en het Nederlands, voor kinderen, jongeren en volwassenen. Hij was de auteur van de ingewikkelde, magisch-realistische roman Malpertuis, maar ook van honderden verhalen met een veel eenvoudiger plot. De Kremer kwam uit een socialistisch nest, maar maakte in Vlaanderen vooral furore bij katholieke uitgeverijen. Hij was een workaholic en een halve alcoholist. Een eenzaat en een womanizer, die jarenlang gescheiden leefde van zijn wettelijke vrouw en op z'n vierenzestigste, in 1951, plots een kerkelijk huwelijk met haar afsloot - dat in 1954 alweer strandde, één jaar voor haar dood. Hij was een gul man voor zijn vrienden en een nijdige kwelgeest voor de rest van de mensheid. Hij bleef nagenoeg zijn hele leven in België, maar deed zich graag voor als een reiziger van de vijf continenten en de zeven wereldzeeën. Ondanks zijn rijkgeschakeerde leven dikte Raymond De Kremer de werkelijkheid graag aan. Op de receptie na een herdenking van Felix Timmermans in de jaren vijftig ontmoette hij diens zoon Gommaar. Timmermans junior: 'Binnen de kortste keren tutoyeerden wij elkaar en liet hij alle remmen los. Het glas wijn dat mij ingeschonken werd, nam hij in beslag onder het voorwendsel dat hij leed aan een ernstige vorm van malaria, die enkel door alcohol onderdrukt kon worden.' De Kremer vertelde aan Gommaar dat 'zijn vader nog op de graanschepen langs Kaap Hoorn had gevaren', en wijdde uit over zijn eigen avonturen ter zee en te land, waarbij hij zelfs een moord bekende 'op een vermoedelijke handelaar in meisjes voor de prostitutiebuurten in Panama!' Het werd een fantastische avond voor de twee. En soort trekt soort aan. In de nadagen van zijn leven leerde De Kremer de Franse schrijver Claude Seignolle kennen, ook een auteur van fantastische boeken, en net zo'n caractériel als hij. 'We hadden een welbepaald aanknopingspunt', zei Seignolle later: 'Hamburg, Sankt Pauli, waar Jean Ray, zo vertelde hij tenminste, mensenvlees gegeten had en waar ik sporen had ontdekt van de weerwolven van de SS.' Naar aanleiding van die fantaseerdrift spraken zijn fans van de 'Ray-aliteit' of 'rayaliteit'. Biograaf Geert Vandamme neemt dat begrip over: 'Naast de realiteit staat de rayaliteit: de door Raymond De Kremer/John Flanders/Jean Ray omgevormde banale realiteit tot een 'rayaliteit' met mythische, zo niet mythomane proporties.' Vandaar ook de titel van de vuistdikke biografie: Soms overtreft de werkelijkheid de fantasie. Dat gold in de eerste plaats voor zijn letterkundige productie, die een breed gamma aan genres bestreek. Er zijn 584 Franstalige en 968 Nederlandstalige literaire titels bekend van Raymond De Kremer, 1552 'stuks' in totaal. En dat zonder ongeveer 4800 andere teksten in rekening te brengen: reportages, gedichten, kronieken, film- en boekbesprekingen, enzovoort. Na de Eerste Wereldoorlog begon Raymond De Kremer naam te maken als auteur van goedlopende Franstalige volksrevues in Gent. Hij leerde er de actrice Nina Balta kennen, in het echte leven Virginie Bal. Ze werd zijn levenspartner en echtgenote. Onder de nom de plume Jean Ray schreef hij in die periode een hele reeks Franse detectiveromans rond het personage Harry Dickson, een 'Amerikaanse Sherlock Holmes'. Zijn roman Malpertuis (1943) werd wereldwijd erkend als een klassieker in het magisch-realistisch genre. Harry Kümel verfilmde hem in 1971, met de legendarische Orson Welles in de hoofdrol. Ook de rest van de internationale cast mocht gezien worden, van de Frans-Roemeense Sylvie Vartan tot 'onze' Dora Van der Groen. Tussendoor was De Kremer ook journalist, in het Nederlands én het Frans. De Franse taal hoorde volgens hem net zo goed bij Vlaanderen als het Nederlands. De belangrijke Franse uitgeverij Marabout verdiende schoon geld aan de vlot verkopende paperbacks van verhalen als Les contes du whisky (1925) en Les derniers contes de Canterbury (1944). Zijn meest pikante verhalen verkocht hij aan een Amerikaanse uitgever. Ze verschenen in de reeks Weird Tales, ditmaal onder het pseudoniem John Flanders. Vandamme: 'Wellicht omdat Jean (van Jean Ray, nvdr) in het Engels een vrouwelijke voornaam is.' In Vlaanderen werd John Flanders wereldberoemd met zijn meer dan honderd Vlaamse Filmkens (later: Vlaamse Filmpjes). Dat waren dunne boekjes die de katholieke uitgeverij Goede Pers vanuit de norbertijnenabdij van Averbode losliet op de Vlaamse jeugd, als antwoord op de populaire Kinderbibliotheek van de liberale volksschrijver Abraham Hans. John Flanders was ook auteur van spannende, griezelige jeugdboeken als Spoken op de ruwe heide of Het Zwarte Eiland, verhalen waarin de dood meereist en levendige beschrijvingen van psychische terreur en fysieke martelingen voorkomen. Hendrik Conscience leerde zijn volk lezen, John Flanders maakte het bang. Al in de vroege jaren twintig noemde de Franse krant Le Figaro hem ' le Edgar Alan Poe belge'.Geert Vandamme: 'Hij schreef voor de jeugd, maar niet voor brave hendriken. In zijn verhalen zocht hij de grens op van wat kon. Hij beschreef lijfstraffen, bloedvergieten en lijken tot in de details. Bij het herlezen van sommige Vlaamse Filmkens of jeugdromans dacht ik: moest een kleine van twaalf jaar dat nu echt onder ogen krijgen? In bepaalde verhalen, zeker die uit de jaren dertig, ging hij ook erotiek niet uit de weg. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat weer, niet alleen in Vlaanderen maar in heel het Westen. In de literatuur en de film ging het er opnieuw kuiser en moraliserend aan toe. Pater Daniël De Kesel, de uitgever van de Vlaamse Filmpjes in Averbode, vroeg het hem uitdrukkelijk: "Ik zou graag hebben dat je in je verhalen een beetje meer heiligen zou opnemen, en wat kruisen." Raymond De Kremer deed dat zonder morren. Als je die teksten nu herleest, zie je dat die heiligen vaak erbij geflanst zijn: zonder die pseudoreligieuze passages lezen de verhalen net zo vlot. Hij schreef dus ook à la tête du client.' De Kremer maakte ook talloze scenario's voor strips. Dat begon al in de late jaren dertig, toen hij als 'John F.' de scenario's leverde voor de stripverhalen over de Britse detective Edmund Bell. Die werden getekend door zijn jeugdvriend Frits Van den Berghe (1883-1939), een van de belangrijkste expressionistische schilders van de Latemse school. Daarmee stond dit duo aan de wieg van het Vlaamse stripverhaal. Hij schreef ook voor het striptijdschrift Tintin/Kuifje van Hergé. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de Kremer bevriend met Henri Vernes, de auteur van de reeks avonturenromans en strips Bob Morane, en met Gray Croucher, de tekenaar van de kinderstrip Rikske en Fikskse in Zonnekind. Aan zijn boezemvriend, de Gentse tekenaar Buth, pseudoniem van Leo De Budt, leverde hij de eerste scenario's van de bekende stripreeks Thomas Pips. Hij werkte ook samen met Rik Clément, de geestelijke vader van De daverende daden van Dees Dubbel en Cesar. Biograaf Vandamme stootte zelfs op scenario's voor Pollopof, een van de minder bekende reeksen van Marc Sleen. Al die auteurs zaten, net als John Flanders, bij katholieke bladen en uitgeverijen als De Nieuwe Gids, Het Vrije Volksblad of Het Volk. De verhalen, geschreven of getekend, zijn volks van inhoud, haastig uitgelijnd en slordig afgewerkt: er moest in een waanzinnig tempo kopij geleverd worden. Dat gold ook voor Raymond De Kremer. Vandamme citeert pater De Kesel: 'Op donderdag zei ik: "John, zaterdag moet ik een Vlaams Filmke van u hebben", en de zaterdag ging ik naar hem toe en er waren 32 getypte bladzijden gereed met een nieuw verhaal.' Geert Vandamme: 'Het moest altijd snel gaan, maar het plezier om te vertellen of te tekenen primeerde op de kwaliteit van het afgewerkte product. Dat zag je er soms ook aan: o nee, dacht je weleens als lezer, weer een Vlaams Filmke met twee weesjongetjes en een boze stiefvader? Zelfs op zijn meesterwerk Malpertuis valt een en ander aan te merken: zo is de structuur van het tweede deel eerder zwak. Het kortverhaal kreeg altijd voorrang op de lijvige roman, want dat leverde sneller geld op. Een roman vergt tijd. Die had hij niet.' Vanaf het einde van de jaren vijftig begon De Kremer zijn werk ook te recycleren. Wie kon het in pre-internettijden merken dat hij een verhaal uit de late jaren dertig summier had herwerkt? Op die manier bleef Raymond De Keyser haast tot zijn dood vrij actief. En zeggen dat deze bijzondere man een telg was van een van de belangrijkste politieke families van België. Zijn moeder, Marie Thérèse Anseele, was een zus van Edward Anseele (1856-1838), de historische voorman van het Gentse socialisme. Anseele stond aan de wieg van Vooruit, zowel van de magnifieke 'feestzaal' als van de gelijknamige krant. Socialisten van die tijd zagen Gent als hun 'Rode Jerusalem', zoals de vroeggestorven historicus Guy Van Schoenbeek beschreef in zijn magnifieke boek Novecento in Gent: de wortels van de sociaaldemocratie in Vlaanderen. Ook al heet hij De Kremer, Raymond hoort echt bij de clan Anseele. De zoon van Edward Anseele, die ook Edward heette en zelf minister was tot in de jaren zeventig, is zijn volle neef. Vandamme: 'Ooit was Raymond De Kremer erg close met de familie Anseele. Hij werd geboren in een huis in de Ham in Gent: daar woonde ook Anseele sr. In de jaren twintig kocht hij met zijn vrouw een nieuwe woning in een huizenblok in de Baudelostraat. Daar woont dan, niet toevallig, ook weer Edward Anseele: alle woningen zijn immers gebouwd door de socialistische woningmaatschappij Gentsche Bouwwerken. Aan die hechte band kwam een einde in 1927, toen Raymond De Kremer werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van niet minder dan 78 maanden. Samen met wisselagent August Van den Bogaerde had hij een systeem opgezet om Gentenaars die er warmpjes bij zaten, financieel op te lichten. Vandamme: 'Vermoedelijk begon de fraude al kort na de Eerste Wereldoorlog. Zijn levensstijl was uitbundig. Hij smeet echt met geld. Getuigen verklaarden dat hij zijn medewerkers trakteerde op peperdure cadeaus zoals fototoestellen, en dat in de jaren twintig! Waar kwamen die centen vandaan? Toch niet van zijn royalty's? De totale omvang van de wisselfraude werd uiteindelijk vastgesteld op het voor die tijd onwaarschijnlijk hoge bedrag van 1,5 miljoen frank. Verder schatte het gerecht de waarde van de in beslag genomen meubels van het wisselkantoor van den Bogaerde op vijfhonderdduizend frank. Met dat bedrag kun je vandaag nog altijd een kantoor behoorlijk inrichten.' Het proces en daarna de gevangenschap in De Nieuwe Wandeling betekende de breuk met de familie Anseele. Geert Vandamme: 'Wellicht had men tot dan een oogje dichtgeknepen. Tot zijn veroordeling hoorde Raymond De Kremer tot de belangrijkste socialistische familie van Gent. Zijn strapatsen als schrijver voor liberale of katholieke publicaties werden hem vergeven. Vandaag zouden sommigen zeggen: de familie Anseele zag in hem een 'zatte nonkel', of beter: een aparte, artistieke neef. Hij was de kunstenaar van de familie. Zolang hij netjes samenbleef met zijn vrouw en zijn dochtertje was er niets aan de hand, zeker niet toen hij succes begon te krijgen in Parijs. Dat straalde ook af op de familie.' Ook al zou De Kremer in 1929 na een derde van zijn straf vrijkomen, toch is Vandamme formeel: 'Dat proces heeft hem gekraakt.' Zijn naam was besmeurd, de contacten met Parijs verliepen stroef. De Kremer had afgedaan bij zijn oude vrienden. De socialisten kenden hem niet meer. De Gentse gegoede liberalen daarentegen herinnerden zich zijn naam maar al te goed. Vandamme: 'Nog tot ver na de oorlog kreeg Rik Clément brieven van mensen die geld verloren hadden aan de wisselfraude: "U weet toch wel wie uw medewerker John Flanders in werkelijkheid is?" Dat proces was echt een cesuur in zijn leven en zijn carrière. Zonder het vangnet van de familie Anseele had hij geen andere keuze dan voluit broodschrijver te worden.' De Kremer zocht nieuwe uitgevers en betere vrienden, en vond ze bij de politieke tegenstrevers van zijn familie: de katholieke zuil, voorop dus uitgeverij Het Volk in Gent, daarnaast bij de talloze katholieke bladen die uitgeverij Altiora-De Goede Pers uitgaf in de abdij van Averbode. Pater Daniël De Kesel werd zelfs een van zijn beste vrienden. Hij kwam regelmatig bij De Kremer op bezoek in Gent, in burgerkledij, en samen zetten ze dan graag een stapje in de wereld. Toch zou De Kremer zijn gram halen tegenover de familie Anseele. Hij deed dat in zijn roman Malpertuis (1943). Het verhaal speelt zich af in een immens, somber huis, Malpertuis genaamd. Uiteindelijk blijkt dat het gaat om een voorgeborgte van de onderwereld, waarin de gevallen goden van de Olympus gevangengehouden worden in mensengedaante. Geert Vandamme is formeel: Malpertuis is het fictionele beeld van... de Vooruit, het immense socialistische huis in Gent. En de gevallen goden van de Olympus zijn de leden van de familie Anseele. Vandamme: 'De Anseeles waren destijds niet te spreken over Malpertuis. Zij begrepen heel goed dat hun neef hen in hun hemd had gezet.' Hoe dan ook, Raymond De Kremer leidde na de Tweede Wereldoorlog nog een goedgevuld leven. Hij maakte in de vroege jaren zestig zelfs een revival van zijn werk mee. Tv-makers zochten de oude man op om over zijn leven en werk te vertellen. Vandamme: 'Op zijn 75e hield hij de regie nog altijd zelf in handen: hij koos in welk profiel hij gefilmd werd, hoe men hem belichtte, hij wist ook wat hij zou zeggen, hij bepaalde dus welk beeld van zijn eigen leven werd getoond.'Toen hij op 17 september 1964 stierf, had hij zijn eigen grafschrift klaar: 'Ci-gît / Jean Ray / Homme sinistre / Qui ne fut rien / Pas même ministre'. Zijn dochter ging niet in op die laatste macabere grap. Na de dood van Raymond De Kremer lijken ook John Flanders en Jean Rey te zijn gestorven, zeker in Vlaanderen. Wikipedia is een goede graadmeter. De wereldwijde internetencyclopedie heeft geen Nederlandstalige pagina over zijn voornaamste werk Malpertuis - toch niet over het boek, wel over de film. Zo'n pagina bestaat wel in het Frans, het Engels, het Duits en het Tsjechisch. Vandaar ook dat deze biografie is uitgegeven bij een bescheiden uitgeverij in Gent, en niet bij een van de bekende literaire uitgeefhuizen in Vlaanderen. Vandamme: 'Vlaamse uitgevers zijn niet geïnteresseerd in Jean Ray of John Flanders. De Vriendenkring Jean Ray - John Flanders heeft dertig Vlaamse en Nederlandse uitgeverijen aangeschreven om zijn werk opnieuw uit te geven, zonder resultaat. En dat terwijl de Franse uitgeverij Alma beslist heeft zijn Franstalige werk opnieuw uit te geven in een nieuwe reeks van twaalf boekdelen. Bij uitgeverij Espace Nord verschijnen ze vanaf volgend jaar in paperback. In Frankrijk is er dus nog altijd belangstelling voor 'Jean Ray'. De universiteit van Valenciennes heeft al contact opgenomen om deze biografie in het Frans te vertalen. Zijn werk is dus nog altijd leesbaar in het Frans. Waarom dan niet in het Nederlands?' Maar waarom zouden wij Raymond De Kremer nog moeten lezen, meer dan een halve eeuw na zijn dood? Geert Vandamme: 'Hij was een meester in het creëren van sfeer en het oproepen van spanning. Van weinig schrijvers gaat zo'n vertelkracht uit als van Jean Ray/John Flanders. Ook al schreef hij een deel van zijn werk in het Frans, Raymond De Kremer, alias Jean Rey, alias John Flanders, is een van de grootste vertellers die Vlaanderen ooit heeft gekend.'