In Dendermonde worden de laatste restanten van Maria Troon weggerestaureerd. De enorme tuin van het historische klooster, tot vijf jaar geleden een park in het hart van de Oost-Vlaamse stad, is volgebouwd met een psychiatrisch ziekenhuis en een woon-zorgcentrum dat Mariatroon heet. Alleen die (weliswaar iets anders gespelde) naam zal blijven herinneren aan een instelling die meer dan een half millennium bepalend was voor het gezicht en de geschiedenis van de stad.
...

In Dendermonde worden de laatste restanten van Maria Troon weggerestaureerd. De enorme tuin van het historische klooster, tot vijf jaar geleden een park in het hart van de Oost-Vlaamse stad, is volgebouwd met een psychiatrisch ziekenhuis en een woon-zorgcentrum dat Mariatroon heet. Alleen die (weliswaar iets anders gespelde) naam zal blijven herinneren aan een instelling die meer dan een half millennium bepalend was voor het gezicht en de geschiedenis van de stad. Germanist Jan Pauwels woont al het grootste deel van zijn leven in Dendermonde. Tot 2008 werkte hij voor de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel, waar hij onderzocht hoe verzamelaars in de negentiende eeuw boekencollecties aanlegden. Nog altijd geniet hij ervan historische archieven te doorploegen, en hij verzamelt zelf ook oude werken - naar eigen zeggen vooral 'kleine spullen', zoals pamfletten en brochures. In 2012 ontdekte hij zo een pamflet uit 1653 over het vijftigjarige kloosterjubileum van de toenmalige abdis van Maria Troon: Odilia Van der Borcht. Hij kon amper geloven wat hij te lezen kreeg: verhalen over hoeren, overspel en losbandig gedrag in het klooster. Om die absurde geschiedenis, die plaatsvond tussen 1604 en 1659, te reconstrueren begon hij aan een queeste. Ze zou vijf jaar duren en uitmonden in de historische roman Gekroonde hoofden. Ondertussen had zijn loopbaan een onverwachte wending gekregen. Pauwels komt uit een gezin van CD&V-militanten, en is sinds zijn 23e actief in de Dendermondse afdeling van de partij. In 2008 kreeg hij telefoon van CD&V-politicus Etienne Schouppe, kersvers staatssecretaris voor Mobiliteit: wilde hij zijn woordvoerder worden? Dezer dagen vervult hij die functie voor Joke Schauvliege. Hij ontkent dat de partij hem gevraagd heeft om de communicatie van de veelgeplaagde Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw te stroomlijnen. 'Ik kende Joke via de lokale CD&V-werking. We hebben samen beslist dat ik voor haar zou werken. Daar is geen partijbons aan te pas gekomen.' Tegelijk leest u dus al jaren - in het Latijn - over losbandige nonnen en kerkjuristen? Jan Pauwels: Inderdaad. Maar het is wel gedocumenteerde geschiedenis, hè. Hoe turbulenter mijn job in de politiek, hoe meer ik op de trein, 's avonds en in het weekend in oude werken lees om mijn zinnen te verzetten. Het gaat natuurlijk om meer dan losbandigheid: het gaat ook om de kleinmenselijkheden en de machtsspelletjes van toen, die relevant zijn voor het leven van nu. Die wilde ik reconstrueren. Als je de historische realiteit rond Maria Troon in een fictieverhaal zou hebben gegoten, zou iedereen het te belachelijk voor woorden gevonden hebben wegens véél te vergezocht. Wat was de kiem van de turbulente periode die u in Gekroonde hoofden beschrijft? Pauwels: Maria Troon was een dubbelklooster van de birgittinessen, de zogenoemde 'gekroonde hoofden': een van de weinige ordes die in hetzelfde gebouw mannen en vrouwen toelieten. Dat was een doorn in het oog van de machtige Gentse bisschop Antoon Triest, een gefortuneerd man die een groot deel van zijn rijkdom in de kerk pompte of aan de armen schonk. De bal ging aan het rollen toen de bisschop, die zelf waarschijnlijk een onbesproken levenswandel had, verhalen ter ore kwamen over het liederlijke leven in Maria Troon. Hij begon een kruistocht tegen de paters en nonnen. Waar Triest geen rekening mee had gehouden: Maria Troon was in Dendermonde bijzonder populair, waardoor de kleine stad weerspannig werd tegenover het grote Gent. Triest kreeg ook te maken met gestook van de jezuïeten, die geen kans lieten liggen om hem het leven moeilijk te maken. En zo werd het klooster de speelbal in een strijd tussen twee machtsblokken in de kerk. Hoeveel machtiger dan nu waren bisschoppen in de zeventiende eeuw? Pauwels: Het verhaal speelt zich af vóór de scheiding tussen kerk en staat: bisschoppen hadden nog veel bezittingen en veel juridische bevoegdheden, onder meer rond het huwelijk. Een groot deel van het maatschappelijk leven werd door hen geregeld. U lijkt in het boek de kant van de rijke Triest tegen de jezuïeten te kiezen. Pauwels: Totaal niet! Ik heb een verhaal zonder 'goeden' en 'slechten' proberen te schrijven, zonder monsters en heiligen. Ik ben geen moralist, ik beschrijf gewoon menselijk gedrag. Waar hebt u uw informatie gehaald? Pauwels: Er bestaan veel historische documenten over het conflict tussen Triest en Maria Troon. In het Aartsbisschoppelijk Archief in Mechelen heb ik bijvoorbeeld boeken met de uitgeschreven verhoren van de betrokken nonnen gevonden. Die waren héél gedetailleerd. In uw boek zitten enkele expliciete seksscènes: stonden die in de verhoren? Pauwels: Nee, daar werd omfloerst naar verwezen: er staat in dat de nonnen 's nachts op de kamer van de paters gingen 'eten en drinken'. De verhoren waren anoniem, maar op basis van details over de leeftijd van de nonnen en de tijd dat ze in het klooster vertoefden, heb ik er namen op kunnen plakken. Ze pasten mooi in het verhaal van de wulpse abdis Maria Spelders, die vooral jonge novices meesleepte in haar seksspelletjes, versus de deugdzame Odilia Van der Borcht, die minder succes had bij de jeugd. U hebt talent voor seksscènes: ze behoren tot de vlotst geschreven stukken in het boek. Pauwels:(lichtjes gegeneerd) Komende van een bioloog beschouw ik dat als een compliment. Uit wat u de nonnen laat zeggen, blijkt dat u geen hoge pet ophebt van theologen. Pauwels: Ik heb in het algemeen geen hoge dunk van theoretische intellectuelen. Ze hebben de neiging om van alles te denken en te schrijven dat in hún wereld klopt - maar daarom is het nog niet correct, laat staan relevant. Om u een voorbeeld te geven: de leer van de jansenisten over het concept genade, die een rol speelt in mijn boek, heeft decennialang geleid tot ellende in de kerk en zelfs tot een opstand tegen de koning van Frankrijk. En dat terwijl bijna niemand begreep waar het eigenlijk over ging. Een van de losbandige mannen in Gekroonde hoofden, een echte intrigant, is een kerkjurist. Onze bekendste kerkjurist, Rik Torfs, promoot uw boek. Pauwels: Professor Torfs kende zelfs soortgelijke juridische gevechten rond andere vrouwenkloosters in de zeventiende eeuw. De kerkjurist in het boek was een pion van de jezuïeten: hij moest het verhaal van Maria Troon manipuleren om Antoon Triest in diskrediet te brengen. Hij bracht daarvoor zowaar tien jaar door in het Vaticaan, waar kerkjuristen zich onledig hielden met het schrijven van dikke boeken over elkaar, boeken waarin de onnozelste details stonden. Was er ook in mannenkloosters sprake van losbandigheid? Pauwels: Dat weten we niet, want de bisschoppen hadden alleen zeggenschap over parochies en vrouwenkloosters. Over mannenkloosters is, als het over losbandigheid gaat, weinig bekend. U laat uitschijnen dat de meisjes die in het klooster terechtkwamen er niet graag waren. Pauwels: Ik denk dat veel jongedames er tegen hun zin verbleven, ja. Ze kwamen dikwijls uit adellijke families, waarvan sommige dochters rijk trouwden en andere het klooster in moesten. Veel novices waren nog geen twintig. Als ze op sleeptouw werden genomen door een wulpse abdis in wie ze een vervangmoeder zagen, kun je je afvragen of ze niet meer slachtoffer waren dan dader. Het spanningsveld tussen dader en slachtoffer, dat vandaag nog altijd speelt in zaken van seksueel misbruik, is een belangrijk thema in Gekroonde hoofden. Er lijken wel meer hints naar het heden in het boek te zitten. Zo hebt u het over illegale mestlozingen in de grachten van het middeleeuwse Dendermonde - terwijl uw minister vandaag worstelt met het Mestactieplan, dat maar niet op kruissnelheid komt. Pauwels: (lachend) Ik ontken de link! Zo'n middeleeuwse stad was 's nachts natuurlijk pikdonker, en dan werden weleens beerkarren illegaal in de stadsgrachten geloosd. Maar ik geef toe: in de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement, waar ik beroepshalve geregeld aanwezig ben, wordt veel gepraat over de link tussen mest en water. Ook de uitspraak 'kanunniken die meer dan hun bazen het werkelijke bestuur van de bisdommen waarnamen' zou over de hedendaagse politiek kunnen gaan. Pauwels: Bij sommige kabinetsmedewerkers heb ik al een licht gevoel van zelfoverschatting ervaren. Bij de bespreking van een belangrijk dossier cultiveren ze weleens mythologieën: over hoe zij het land eigenhandig in een plooi leggen, bijvoorbeeld. Soms hoor je ze onderling bezig over hoe ze hun ministers proberen te sturen. Ik bestempel dat in het boek als 'ironische laatdunkendheid die kenmerkend is voor ondergeschikten'. En topambtenaren? Zij blijven dikwijls veel langer dan een minister op post, en kunnen een dossier zo naar hun hand zetten. Pauwels: In het ideale geval is er in de relatie tussen een minister en zijn of haar topambtenaren een evenwicht. Je hebt mensen met nieuwe ideeën en ruimere mogelijkheden, en je hebt mensen met beperktere mogelijkheden maar een grotere continuïteit. Als de interactie tussen die twee juist zit, krijg je een goed systeem. Hoe zit het met uw minister? Joke Schauvliege wordt als een lichtgewicht beschouwd. Pauwels: Ja, maar door wie? In de politiek heb je altijd supporters en tegenstanders. Zet Joke hier in Dendermonde in een zaal met een paar honderd mensen, en ze krijgt een overdonderend applaus. In kringen van natuurliefhebbers ligt dat wellicht anders. Joke is enorm populair in Oost-Vlaanderen, vooral omdat ze zo authentiek is. Als Knack iets negatiefs over haar schrijft, loopt de mailbox van het kabinet meteen vol met steunbetuigingen. Niet iedereen heeft dezelfde inzichten over de samenleving, hè. Zou een goed milieubeleid dan niet iederéén mee moeten krijgen? Pauwels: Milieu is altijd een omstreden bevoegdheid geweest, ook toen de groenen de bevoegde minister leverden. Tegenwoordig heb je zelfs een tendens om de tegenstellingen te verscherpen tussen mensen met verschillende claims over hoe het buitengebied - het deel van de gemeenten dat buiten de bebouwde kom ligt - eruit moet zien. Is werken voor een minister als Joke Schauvliege niet de ultieme uitdaging voor een woordvoerder? Pauwels: Ik doe mijn werk graag. Nu is het weer kalm, maar elke minister komt af en toe in een storm terecht. Hoe de minister omgaat met kritiek? Stoïcijns. U zult het misschien niet geloven, maar ze komt elke dag goedgehumeurd aan op het kabinet. En maar goed ook. De verkiezingen zullen laten zien of zij en haar ploeg goed werk hebben geleverd. Tot slot: komt er een tweede boek? Pauwels: Jawel. Met dezelfde protagonist, bisschop Triest: hij had nog een conflict met een ander klooster, waar zich wansmakelijke criminele feiten hebben afgespeeld - weer met jezuïeten als onruststokers. Ja, die arme Antoon Triest had zijn handen goed vol.