Vraagt een journalist aan een econoom wat zijn standpunt over vrijhandel is, dan krijgt hij altijd een enthousiaste verdediging te horen. Stelt een student in een universiteitsaula dezelfde vraag, dan zal diezelfde econoom een veel genuanceerder antwoord geven. Is vrijhandel goed voor iedereen? Het hangt er eigenlijk een beetje van af.

Met Straight talk on trade wil Dani Rodrik, zelf econoom aan Harvard, het debat op een eerlijkere manier voeren. Zijn essaybundel schiet vele kanten op en is soms iets te technisch voor een groot publiek, maar er klinkt wel een duidelijke boodschap in door. Rodrik neemt het op voor de natiestaat en haar soevereiniteit. Een mondiale democratie blijft in zijn ogen een verre en zelfs onwenselijke droom.

Waarom keurt een staat wetgeving goed om er vervolgens voor te zorgen dat die in het buitenland kan worden omzeild?

Dat doet hem regelmatig op China terugkomen. De manier waarop het land, in weerwil van wat het Westen voorschreef, zijn eigen keuzes heeft gevolgd en daarmee resultaten heeft geboekt, dwingt respect af.

De eurozone daarentegen is een voorbeeld van hoe het niet moet. De eurolanden hebben behalve hun eigen munt ook de bijbehorende mogelijkheden om aan economisch beleid te doen opgegeven, zonder er veel voor terug te krijgen. Die weeffout is nog altijd niet opgelost. Rodrik zit er dan ook niet mee in dat Donald Trump grote handelsakkoorden als TTIP en TPP - het verzet van Paul Magnette blijft vreemd genoeg onvermeld - naar de prullenmand verwees. De eventuele baten wegen niet op tegen het verlies aan soevereiniteit.

Het belangrijkste thema houdt Dani Rodrik voor zijn voorlaatste essay: wat met de verliezers van de globalisering die Trump mee aan zijn overwinning hebben geholpen? Moeten zij hun mond houden en blij zijn dat het in andere delen van de wereld beter gaat? Of moet de overheid hen royaler compenseren? Rodrik kiest, net als wat Jonathan Holslag in Vlaanderen verdedigt, voor het meest principiële standpunt. Als 'onze' arbeiders uit de markt worden geprijsd omdat in het buitenland collega's voor veel minder geld willen werken onder arbeidsregels die hier nooit zouden worden aanvaard, dan moeten we met zulke bedrijven om te beginnen misschien geen handel drijven. Voor milieuregels geldt hetzelfde. Waarom keurt een staat wetgeving goed om er vervolgens voor te zorgen dat die in het buitenland kan worden omzeild? Het is een helder standpunt. Goed dat het nog eens werd opgeschreven. Maar daar zou het wel eens bij kunnen blijven.

Dani Rodrik, Straight Talk on Trade. Ideas for a Sane World Economy, Princeton University Press, 336 blz., 24,99 euro.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.