Niet dat Luuk van Middelaar zijn klassieken niet kent - verre van - maar het is een citaat van Miles Davis dat het meeste blijft hangen. 'I'll play it first and tell you what it is later', haalt Van Middelaar de jazzlegende al aan in de inleiding. Daarmee probeert hij het beeld van de Europese Unie enigszins bij te stellen. De Europese leiders stortten zich de voorbije jaren niet in crisis na crisis om daarna in blinde paniek op zoek te gaan naar een oplossing. Nee, ze improviseerden elegant en ritmisch als de beste jazzmuzikanten. Applaus hebben ze er nog niet voor gekregen, en enkele lede...

Niet dat Luuk van Middelaar zijn klassieken niet kent - verre van - maar het is een citaat van Miles Davis dat het meeste blijft hangen. 'I'll play it first and tell you what it is later', haalt Van Middelaar de jazzlegende al aan in de inleiding. Daarmee probeert hij het beeld van de Europese Unie enigszins bij te stellen. De Europese leiders stortten zich de voorbije jaren niet in crisis na crisis om daarna in blinde paniek op zoek te gaan naar een oplossing. Nee, ze improviseerden elegant en ritmisch als de beste jazzmuzikanten. Applaus hebben ze er nog niet voor gekregen, en enkele leden hebben het podium intussen verlaten, maar alle doemscenario's ten spijt, speelt het orkestje nog altijd door. Waarom de Unie plots aan het improviseren ging, is de kernboodschap van De nieuwe politiek van Europa. Van Middelaar, een historicus en filosoof die vóór zijn opdracht als speechschrijver voor de eerste Europese president al indruk maakte met De passage naar Europa (2009) en Politicide (1999), zag de Unie vanop de eerste rij veranderen. Van oudsher opgetuigd om aan 'regelpolitiek' te doen, moesten Europese politici zich de voorbije tien jaar inlaten met 'gebeurtenissenpolitiek'. Of anders: terwijl de Unie enkel bedoeld was om regels en reglementen uit te vaardigen, moet zij sinds kort ook reageren op onvoorziene gebeurtenissen en rampen. De eurocrisis, de annexatie van de Krim door Vladimir Poetin en de vluchtelingencrisis zijn de meest acute voorbeelden. Dat zij daarbij ook haar 'geopolitieke onschuld' verloor, met onder meer de 'kwestieuze' Turkijedeal, lijkt Van Middelaar een goeie zaak te vinden. Hij maakt zich meer zorgen wanneer de oude regelpolitiek gebeurtenissen in haar greep probeert te houden, zoals wanneer de Europese Commissie de vluchtelingencrisis dacht op te lossen door 160.000 vluchtelingen netjes te verdelen over alle lidstaten. Zo'n technocratisch besluit mist alle gevoel voor politiek, de reacties van enkele staatshoofden waren navenant. Luuk van Middelaar blijft een van de beste commentatoren in Brussel. In tegenstelling tot zijn collega's die zich ook tot een groot publiek wenden, heeft hij niet de kwalijke gewoonte om er telkens het abc van de EU bij te sleuren. Van Middelaar heeft net oog voor wat er recent is veranderd en bijgebouwd aan de Europese constructie. Messianistische visioenen of onheilspellende doembeelden zitten hem daarbij niet in de weg. Doorheen De nieuwe politiek van Europa verdedigt Van Middelaar weliswaar de Europese Raad - waarvoor hij onder Van Rompuy werkzaam was - als hét nieuwe machtscentrum van de Unie. Maar verder heeft hij geen kant-en-klare oplossingen waarnaar hij krampachtig opbouwt. Die bedaardheid, zonder aan scherpte in te boeten, is welgekomen na wat voor iedereen die de Unie van ver of dichtbij volgt, uitputtende jaren waren.