Nooit eerder gaf ze een interview. Al dertig jaar schrijft Nicole Van Bael (55) mee aan de romans die worden uitgebracht onder de naam Elvis Peeters, maar het is haar partner Jos Verlooy (61) die de media altijd te woord gestaan heeft. Omdat zij daar nooit zin in had, en liever uit de schijnwerpers bleef. Dat is veranderd. Noodgedwongen eigenlijk, door toedoen van de #MeToo-beweging. 'Sinds twee jaar krijgt Elvis geregeld vragen over mijn afwezigheid tijdens interviews', vertelt ze. 'Journalisten vroegen zich af of ik een onderdrukte vrouw aan de haard was die hem hoogstens wat assisteerde tijdens het schrijven. Niet leuk. Dus dacht ik: laat ik dan maar meedoen, en zelf duidelijk zeggen dat het altijd mijn eigen keuze is geweest om in de luwte te blijven. Alles wat ik te zeggen heb, staat in onze romans. Maar blijkbaar is dat niet voldoende. Ik zal het dus nog eens duidelijk zeggen: ik ben geen onderdrukte vrouw.'
...

Nooit eerder gaf ze een interview. Al dertig jaar schrijft Nicole Van Bael (55) mee aan de romans die worden uitgebracht onder de naam Elvis Peeters, maar het is haar partner Jos Verlooy (61) die de media altijd te woord gestaan heeft. Omdat zij daar nooit zin in had, en liever uit de schijnwerpers bleef. Dat is veranderd. Noodgedwongen eigenlijk, door toedoen van de #MeToo-beweging. 'Sinds twee jaar krijgt Elvis geregeld vragen over mijn afwezigheid tijdens interviews', vertelt ze. 'Journalisten vroegen zich af of ik een onderdrukte vrouw aan de haard was die hem hoogstens wat assisteerde tijdens het schrijven. Niet leuk. Dus dacht ik: laat ik dan maar meedoen, en zelf duidelijk zeggen dat het altijd mijn eigen keuze is geweest om in de luwte te blijven. Alles wat ik te zeggen heb, staat in onze romans. Maar blijkbaar is dat niet voldoende. Ik zal het dus nog eens duidelijk zeggen: ik ben geen onderdrukte vrouw.' Peeters (die naam gebruiken ze liever dan Verlooy) en Van Bael leerden elkaar kennen tijdens de antirakettenbetogingen begin jaren tachtig, en hebben sindsdien altijd samen geschreven. Eerst ging het om persberichten voor de milieubeweging of voor Vredesactie, waar ze tot vandaag bij betrokken zijn. Daarna volgden een toneelstuk en verhalen. Naamsbekendheid verwierf het duo 'Elvis Peeters' in 2005 met hun vluchtelingenroman De ontelbaren, die de shortlist van de Libris Literatuurprijs haalde. Vier jaar later volgde Wij, een rauw verhaal over de scabreuze experimenten van enkele jongeren die zonder moreel besef in het leven staan. Het boek werd bestempeld als 'schandaalroman' en voorzien van een sticker op de kaft met de boodschap 'Waarschuwing: expliciete roman'. Later volgden nog Dinsdag, Jacht en Brood. En nu is er De Ommelanden. Een jonge fotografe uit de stad trekt naar een snikheet, achtergesteld gebied ergens in Europa om er de dood te fotograferen. Als ze er door autopech niet meer wegraakt, zien we hoe de jonge vrouw zelf begint te worstelen met al dan niet vergaan. En hoe de relatie tussen haar en de bewoners geleidelijk verandert. Peeters en Van Bael voltooiden De Ommelanden in de hete zomer van 2018. Dat blijkt. De broeierigheid druipt van de pagina's, en er heerst een zinderende, onderhuidse sfeer. Terwijl de fotografe in de ik-persoon vertelt, kijken de bewoners naar haar vanuit de wij-vorm. En dan is er nog een opperlaag, zoals de schrijvers het noemen. 'Dat is de ideologie die aan het woord is. Een gezaghebbende stem die een paar keer tussenbeide komt in het boek. Een instantie die mijlenver afstaat van het dagelijkse leven, maar wel veel macht blijkt te hebben.' Het basisidee voor de roman, de kloof tussen stad en platteland, ontstond enkele jaren geleden, vertellen ze. Elvis Peeters (Jos Verlooy dus): We hebben de berichtgeving over de Griekse crisis nauwgezet gevolgd, soms met verbijstering. We lazen hoe Griekenland na de bankencrisis is behandeld, en wat er later ook in Spanje en Portugal is gebeurd. In sommige delen van die landen, vooral in de kleine dorpen, moesten mensen zelf een grijze economie creëren, omdat de bedrijven wegtrokken, de fabrieken sloten en de pensioenen niet meer betaald werden. In diezelfde periode werd er bericht over steden die zaken voor elkaar kregen waar grotere overheidsstructuren niet in slaagden, bijvoorbeeld op het vlak van mobiliteit, milieunormen of voedseldistributie. Die tegenstelling tussen de achterlanden en de steden fascineerde ons. In De Ommelanden probeert men in de stad de perfecte tomaat te kweken met behulp van hydro- en potgrondcultuur, de juiste temperatuur en nabootsing van dag en nacht. In de buitengebieden wordt een zaadje in de grond gestoken, en voor de rest hangt het van zon en water af. Het lijkt soms alsof er in jullie boek een beetje wordt gegniffeld met de cultuur die in de stad heerst. Nicole Van Bael: Ik spreek me daar niet over uit. Maar ik kan het weleens raar vinden als men wel de Latijnse naam van een heel specifieke aardappelsoort kent maar niet weet hoe je pootgoed in de grond moet steken. Daar zit voor mij de kloof: het wegdeemsteren van de basiskennis over hoe voedsel wordt gekweekt. Peeters: Ik ben de zoon van een witloofkweker, ik weet dus dat witloof op hydrocultuur een groen randje heeft, terwijl er aan witloof uit volle grond een geel randje zit. Het is gewoon niet hetzelfde. Maar we vellen er geen waardeoordeel over. Van Bael: Neem nu Marie. Zij is de zus van de fotografe en woont in een woontoren in de stad. Op een gegeven moment krijgt ze de behoefte om groenten te gaan kweken in een van de daktuintjes. Het is een bezigheid voor haar, zoals je zou gaan balletdansen of Portugees leren. In de ommelanden is er geen keuze. Als je daar geen groenten kweekt, heb je geen eten. Dat is het verschil. De eerste zin van De Ommelanden luidt: 'Wat is dat, een mens?' Van Bael: De kloof tussen arm en rijk, het klimaat, het identitaire debat, de ontmenselijking die aan de gang is in het vluchtelingendebat, dat gaat allemaal om de vraag: wie hoort bij welke groep? Peeters: In De Ommelanden worden gradaties gemaakt in mens-zijn. Dat is wat in onze samenleving sluipt. Van de Filipijnse president Rodrigo Duterte, die vindt dat je drugsdealers mag afschieten als konijnen, tot mensen in Vlaanderen die beweren dat armoede een keuze is die je aan jezelf te wijten hebt en zich afvragen of de samenleving daarin moet bijspringen. Er worden waarden toegekend aan mensen. En dus kun je je afvragen: wie is de mens die wij nog kunnen tolereren en willen helpen? Aan welke voorwaarden moet die voldoen? Nog zo'n voorbeeld: rokers die geen beroep meer zouden mogen doen op de sociale zekerheid, als ze ziek worden door hun rookgedrag. Moeten we niet eerder onze pijlen richten op de structuren erachter? Op de tabaksindustrie en de multinationals? Wat is de volgende stap? Mensen die ziek worden van de luchtvervuiling en toch een auto hebben ook uitsluiten van de sociale zekerheid? Jullie schuwen de grote thema's niet in jullie romans, zoals migratie of klimaat. Peeters: Het zou raar zijn als onze betrokkenheid niet in ons werk zou sluipen. We willen lezers niet de les spellen, we proberen hun enkel een spiegel voor te houden. Van Bael: Het is fijn om een opiniestuk te schrijven over de Klimaatmars nadat we daar zelf naartoe zijn gegaan, maar dat gaat dan over wat ons bezighoudt als mens. In de literatuur word ik nergens door gestuurd. Maar soms staan we zelf wel te kijken van de raakvlakken tussen onze romans en de actualiteit. Toen De Ommelanden net af was, stonden de gele hesjes op in Frankrijk. We dachten: hé, dit is ons boek. Peeters: We waren toen toevallig in Normandië, en we hebben vanaf de eerste rij gezien hoe het sociaal protest op het platteland begonnen is. Van Bael: 'Wij willen ook een schoner klimaat,' zeiden de mensen, 'maar men vergeet hoe lastig het hier nu al voor ons is. Wij kunnen die extra brandstof- en milieubelastingen niet betalen.' Peeters: Ik denk dat ze in Parijs of andere grote steden werkelijk geen idéé hebben van hoe het er in de buitengebieden aan toe gaat. Jullie schrijven al meer dan dertig jaar samen. Hoe doe je dat? Schrijven is ook jezelf uitdrukken, maar hoe kun je jezelf uitdrukken met z'n tweeën? Van Bael: Het belangrijkste voor ons is dat we allebei zeker weten dat we beter zijn als we samenwerken. Wat we alleen maken, is nooit zo goed als wat we met z'n tweeën doen. Dat wil niet zeggen dat met z'n tweeën schrijven altijd even gemakkelijk is. Ik kan bijvoorbeeld veel moeilijker met kritiek om dan Elvis. Peeters: Ik geef mijn kritiek ook veel omfloerster dan jij. (lacht) Jij zegt gewoon: het trekt op niks. Grappig dat u Elvis tegen hem zegt. Doet u dat thuis ook? Van Bael:(lacht) Nee. Maar hier gaat het om de publieke figuur. Hoewel, ik moet flink mijn best doen om het vol te houden, merk ik. Als jullie werkelijk alles met z'n tweeën schrijven en herschrijven, dan moet dat soms toch tot dagenlange discussie leiden over een alinea, een zin, een woord zelfs? Van Bael: Natuurlijk. Dat gebeurt ook geregeld. Peeters: We kunnen niet meer anders, denk ik. Op literair vlak zijn we vergroeid met elkaar. Alleen schrijven moet toch erg eenzaam zijn? Wij kunnen elkaar tenminste opzwepen. Of troosten.