Toen Arundhati Roy in 1997 de Booker Prize wegkaapte met haar debuut, De God van Kleine Dingen, ontdekte de wereld de Anglo-Indiase literatuur en zagen velen in haar een golden girl. Ze was stilistisch vernieuwend, intellectueel uitdagend en onwaarschijnlijk mooi. Bovendien leek ze perfect te passen in de Indiase propaganda over het economische wonder, de aankomende middenklasse van 300 miljoen mensen en het IT-vernuft dat de natie zou opstuwen in de vaart der volkeren.
...

Toen Arundhati Roy in 1997 de Booker Prize wegkaapte met haar debuut, De God van Kleine Dingen, ontdekte de wereld de Anglo-Indiase literatuur en zagen velen in haar een golden girl. Ze was stilistisch vernieuwend, intellectueel uitdagend en onwaarschijnlijk mooi. Bovendien leek ze perfect te passen in de Indiase propaganda over het economische wonder, de aankomende middenklasse van 300 miljoen mensen en het IT-vernuft dat de natie zou opstuwen in de vaart der volkeren. Roy was de gedroomde mascotte van India's total make-over, maar ze stapte haast onmiddellijk uit haar rol. Een paar maanden na haar bekroning sprak ze zich tot afschuw van veel landgenoten uit tegen de Indiase nucleaire tests. In 2000 gebruikte ze haar positie als jurylid op het Filmfestival van Cannes om aandacht te vragen voor de honderdduizenden boeren die van hun land werden verjaagd. Ook in de jaren die volgden, bleef Roy in talloze essays inzoomen op India's zwerende wonden. Het ging van de rellen in Gujarat in 2002 (waarbij 2000 moslims met medeweten van de ordediensten werden vermoord door extremistische hindoes en 150.000 anderen in vluchtelingenkampen eindigden), over de onderhand een kwarteeuw durende militaire bezetting van Kasjmir (70.000 burgerdoden) tot de (para)militaire aanvallen op tribale volkeren in centraal-India. Al die kwesties komen nu terug in haar veelgelaagde en meesterlijk geschreven tweede roman, de eerste in twee decennia. Het ministerie van Opperst Geluk speelt zich af in Delhi en fladdert heen en weer tussen twee groepen personages. De eerste roteert rond Anjum, een hijra (traditionele Indiase transgender) die op een verlaten kerkhof Pension Paradijs sticht voor 'gevallen mensen'. De tweede bestaat uit een Kasjmiri vrijheidsstrijder, een journalist, een man die voor de Indiase Inlichtingendienst werkt en een vrouw waar ze alledrie van houden. Het brugje tussen beide werelden is een vondeling, achtergelaten door een vrouwelijke guerrillastrijder die door zes agenten werd verkracht. 'Velen vragen waarom ik het ingewikkeld heb gemaakt', zegt Roy lachend. 'Kijk, ik wilde geen tamme roman schrijven die in drie regels kon worden samengevat. Het ging me om de complexiteit van de Indiase maatschappij en daarin zijn gender, kaste, Kasjmir, hindoefundamentalisme, patriarchaat en militarisme onlosmakelijk met elkaar verbonden. 'Van buitenaf lijkt India een plompe democratie met een chaotische realiteit, maar dat beeld klopt niet. De Indiase maatschappij wordt bepaald door een hiërarchische maas die iedereen op zijn plaats houdt. Er zijn geen 4 maar meer dan 3000 kasten, die ook nog in subcategorieën uiteenvallen. Dat gruwelijke systeem van ongelijkheid is nooit fundamenteel verstoord en ook anno 2017 is slechts 5 procent van de bevolking bereid om buiten zijn kaste te trouwen. Dat zegt toch alles over de mechanismen van structurele onderdrukking en geweld?' Arundhati Roy: Ze verschilt niet wezenlijk van de andere personages, stuk voor stuk zijn het mensen waar een grens doorheen loopt, en die daarmee het systeem ter discussie stellen. Voor Anjum is gender de grens, voor Saddam Hoessein, een kasteloze die zich tot de islam bekeert nadat zijn vader werd gelyncht, is dat religie. Voor Tilo, de dochter van een Syrisch christelijke moeder en een (wellicht vermoorde) onaanraakbare vader, is het de kaste. En voor Musa, de Kasjmiri vrijheidsstrijder, is de grens geografisch van aard. Roy: Zo gaat dat. Maar weet je wat me het meest verontrust? Het feit dat we al lang niet meer weten wat er echt gebeurt. Er worden aan de lopende band verhalen gefabriceerd. Elke keer dat een dorpeling wordt doodgemarteld, heeft het leger het over 'een uitgeschakelde guerrillaleider'. Tegelijk mag je niet luidop zeggen dat Kasjmir zelfbeschikkingsrecht verdient, of je wordt beschuldigd van hoogverraad, zoals mij in 2010 overkwam. Roy: Daar kan ik voorlopig weinig over zeggen. Er is geen boeklancering geweest, het ging bij de laatste voorstelling van een non-fictiewerk in Delhi al goed fout. De hele zaal werd vernield nog voor het event aanving en de schuldigen werden nooit gestraft. Sterker nog, een van hen werd woordvoerder van de BJP. Bovendien maakte een incident eind vorige maand een boekvoorstelling onmogelijk. Op 17 mei publiceerde de site Postcard News het fake news dat ik tijdens een recente reis naar Kasjmir in een interview met het Pakistaanse The Times of Islamabad zei dat 'India zijn doelstellingen in Kasjmir nooit zou bereiken, zelfs niet met een vertienvoudiging van de troepenmacht daar'. Ik ben niet in de regio geweest en sprak niet met het bewuste blad. De BJP-parlementariër en acteur Paresh Rawal las het verzonnen artikel en twitterde dat ze mij 'hoorden vast te binden voor op een tank in Kasjmir'. Dat soort uitspraken is in een land als India voldoende om te worden gelyncht. Roy: Ach, de haat en geweld prekende BJP rukt almaar verder op. Dat succes stoelt enerzijds op de ijver van de miljoenen activisten van de nazistische frontorganisaties RSS en VHP, en anderzijds vloeit het voort uit het decennialange bestuur van de Congrespartij. Officieel mag die partij seculier zijn, in wezen dient ze de belangen van de bovenkaste van hindoes. Vanaf de eerste dag dat India onafhankelijk was, zette ze het leger in tegen de zwakke segmenten van de maatschappij: de inheemsen, de kastelozen, de sikhs, de Kasjmiri, de maoïstische Naxalieten. Gujarat was vanaf midden jaren negentig de kweekvijver van het hindoenationalisme, en sinds Modi in 2014 premier werd, wordt dat model in het hele land doorgedrukt. Overal duiken nu 'koeienburgerwachten' op, die mensen die verdacht worden van het slachten van koeien of het eten van rundvlees ongestraft aftroeven of vermoorden. In 24 van de 29 deelstaten is het slachten ondertussen illegaal, op sommige plaatsen staat er een gevangenisstraf op van tien jaar. Hindu rule, dat is het ordewoord. Sinds november is het verplicht om het Indiase volkslied te spelen voor elke filmvoorstelling in het hele land, waarbij het publiek rechtop moet gaan staan. Op het internationale filmfestival in Kerala werden zes mensen gearresteerd omdat ze dat niet deden en in Goa werd een schrijver in een rolstoel afgetroefd omdat hij was blijven zitten. Roy: Omdat er sinds 9/11 alleen op moslimfundamentalisme wordt gefocust. Bovendien komt het de globale financiële instanties goed uit om India als een democratie voor te stellen, en dus gebeurt dat ook. Roy: Het is juist door 'de Kristallnacht van Gujarat' dat Narendra Modi de premier van India is geworden. Toen het blad Tehelka vijf jaar na de gruwel uitpakte met de getuigenissen van de moordenaars, waaruit Modi's bescherming en aanmoediging duidelijk bleek, vertaalde zich dat in een BJP-overwinning bij de deelstaatverkiezingen. Sommigen zullen inderdaad geschokt zijn door beweringen als 'we hebben geen kind gespaard'. Maar vele anderen zeiden: wat is het probleem? Roy: Precies daarom is het fundamentalisme - islamitisch, hindoeïstisch of christelijk - zo succesvol. Je herschrijft de geschiedenis, rekent af met kennis en verfijning en creëert een intellectuele woestenij. Hoe counter je dat? Zij die haat prediken zijn zo veel zekerder van zichzelf dan de liberale maatschappij, die van nature dissonant en aarzelend is. Als ik naar India kijk, dan geeft de kritische massa van dwarse intellectuelen mij hoop. Maar ze krijgen het hoe langer hoe moeilijker, nu de meeste media eigendom zijn van grote commerciële concerns en Modi het gerecht naar zijn hand heeft gezet. Wat betekent dat er lange celstraffen worden uitgesproken tegen al diegenen die het opnemen voor de maatschappelijke outcasts. Precies daarom is een van de fundamentele vragen in deze roman wat het betekent als je getuige bent van onrecht en niets onderneemt. Met welk recht ga je dan nog praten over onrecht dat jou wordt aangedaan?