...

Sinds 2000 is de keuze van het CPNB twee keer op een vrouw gevallen (Anna Enquist in 2002 en Esther Gerritsen vorig jaar), een quotum waarvoor zelfs een middelgroot kruideniersbedrijf zich zou schamen.Met Koch werd bovendien voor een witte man gekozen, eveneens een regel waarvan sinds 2000 slechts twee keer werd afgeweken (Salman Rushdie in 2001 en Kader Abdolah in 2011). Met de verkiezingsuitslag nog vers in het geheugen hoeft het misschien niet te verbazen dat mensen van kleur ook uit de belangrijkste instituties van literair Nederland worden buitengesloten, maar toch: je zou juist van een cultureel-politieke instelling als het CPNB meer gevoeligheid voor diversiteit verwachten.Daarmee is de kous van de keuze wat mij betreft nog niet af. Want als er dan zo nodig wéér een witte man gekozen moet worden, waarom dan uitgerekend één die iedereen al kent? Het mogen schrijven van een Boekenweekgeschenk zou veel kunnen betekenen voor auteurs als Marc Kregting, Daniël Rovers of Peter Smink - om maar eens drie witte mannen te noemen wier werk niet de aandacht krijgt die het verdient. Geldt hier de marktlogica en krijgt het CPNB alleen lezers naar de boekhandel met goedverkopende auteurs? Misschien, maar de logica van de markt wil ook dat mensen zich aangetrokken voelen tot dat wat ze nog niet in huis hebben. En hé, het is een geschenk. Zet dat niet sowieso de marktlogica op zijn kop? Dan mag er toch ook wel een keer voor een auteur gekozen worden die nog niet op de bestsellerlijst staat. Nu is de vraag natuurlijk: worden de bezwaren tegen de keuze voor Koch gecompenseerd door een Boekenweekgeschenk dat ons ergens heen brengt waar we nog nooit zijn geweest, of het ons vertrouwde in een volledig nieuw licht plaatst, of ons - een vaak onderschat vermogen van literatuur - troost biedt in deze droevige tijd? Om maar met de eerste vraag te beginnen: nee. Het boek speelt zich af op de plek waar veel te veel Nederlandse romans zich afspelen, namelijk in Amsterdam. Er worden boeken gekocht bij de American Book Center op het Spui en men drinkt borrels in een café bij de Kalverstraat. Ook het sociale milieu doet akelig vertrouwd aan: veel geld, veel vrije tijd, feestjes, etentjes, kindertjes en zuipen. Mensen zonder geld bestaan in deze wereld niet, mannen hebben seks met vrouwen en vrouwen met mannen en grenzen zijn iets uit 'een ver achter ons liggende tijd'. Er wordt vakantie gevierd in Barcelona en Aiguablava maar toerisme, dat is écht getver. Glaasje Vedett, iemand? Het verhaal wordt verteld vanuit de eerste persoon en die persoon is, u voelde het al aankomen, een witte man. Een echte man, dat spreekt voor zich, en dus worden we getrakteerd op van die misogyne terzijdes die ons uit de laaglandse letteren ook al zo vertrouwd zijn: Het waren allebei verkoopsters met typische verkoopstersgezichten: op zich best aantrekkelijk, maar met iets te veel make-up, ontevreden gezichten die bij het afschminken al door de mand zouden vallen en waarnaast je in elk geval nooit wakker zou willen worden. Typerend is dat dit soort misogynie gepaard gaat met stellingen als deze: Geweld gebruiken tegen je eigen vrouw, dat doe je gewoon niet, althans niet in onze cultuur. Het geeft aan hoe gewoon het in Nederland is om er een positief zelfbeeld op na te houden, juist waar het de positie van vrouwen betreft, zonder op de misogyne realiteit te reflecteren. Want, let wel, geweld tegen vrouwen, ook waar het 'eigen vrouwen' betreft, is in onze cultuur behoorlijk normaal. Uit een onderzoek van de EU uit 2014 (PDF) bleek dat 41% van de Nederlandse vrouwen ooit slachtoffer is geworden van fysiek geweld. In 22% van de gevallen was de dader een partner of ex-partner van het slachtoffer. Desalniettemin gaat ons collectieve bewustzijn ervan uit dat geweld tegen vrouwen iets is wat anderen doen - moslims, met name.Nou kun je met heel veel goede wil Makkelijk leven wel lezen als een kritiek op dit soort tegenstrijdigheden. Dat zit zo: het vertellende hoofdpersonage, Tom Sanders, is rijk geworden met een zelfhulpboek waarin hij uitlegt dat je er het beste aan doet de dingen op hun beloop te laten en jezelf daarbij vooral geweldig te vinden. Als Toms schoondochter Hanna onverwacht op zijn feestje verschijnt en uitlegt dat haar gezwollen kaak toe te schrijven is aan zijn zoon Stefan, bedenkt hij dat hij zijn zoon daarop moet aanspreken. Geheel in lijn met zijn boek stelt Tom een confrontatie echter steeds weer uit, om uiteindelijk te besluiten om het maar helemaal niet te doen. In plaats daarvan stelt hij zich ten doel om van Hanna een gelukkig iemand te maken, in de overtuiging dat Stefan dan wel zal ophouden haar te mishandelen. Die gesprekken leiden tot niets, behalve dat Tom op zijn schoondochter verliefd wordt, iets wat zij veel eerder doorheeft dan hijzelf. Hanna vertelt Stefan van de situatie en stelt hem er ook van op de hoogte dat ze Tom over haar mishandeling in vertrouwen heeft genomen, waarop zoonlief Tom het licht uit zijn ogen slaat. Toms vrouw vertrekt vervolgens hoofdschuddend voor onbepaalde tijd naar Canada, waar hun andere zoon woont. Tom zelf staat op de laatste pagina in de spiegel naar zijn stifttanden en verzakte linkeroog te kijken en is nog steeds bezig om alles met zijn zelfhulpclichés recht te praten.Om kort te gaan: Tom is een negatieve figuur, die Koch in al zijn stompzinnigheid en cynisme ontmaskert. In plaats van zelfvoldaan in de spiegel te kijken, moeten we onrecht bestrijden, ook, wat heet, júist als de mensen van wie we houden daar verantwoordelijk voor zijn! Maar eerlijk gezegd geloof ik daar helemaal niets van. Allereerst omdat Tom de hele tijd aan het woord is en alle stompzinnigheden en cynismen ondanks de ontmaskering wel allemaal wel mooi de revue passeren, inclusief de hierboven geciteerde misogyne passages. Tom spreekt bovendien met veel dedain over zijn mishandelde schoondochter, die haar kinderen geen suiker laat eten, nooit naar McDonald's laat gaan en ze verbiedt om met felle kleuren te tekenen. Steeds weer vraagt hij zich af hoe Hanna zijn zoon zo ver heeft kunnen krijgen dat hij haar geweld aandoet. Een perspectief waarin Hanna's leed geëvoceerd kan worden, ontbreekt node. Dat roept toch wel de vraag op of het niet Tom Sanders, maar vooral Herman Koch is die zich geen moer om haar lot bekommert. Überhaupt is het de vraag of de ontmaskering van Tom niet veel cynischer is dan het cynisme van de door hem gepropageerde levenshouding. De ontmaskering heeft de vorm van een klucht: we verlaten Tom schuddend van het lachen, gerustgesteld door de gedachte dat hij zijn ellende volledig aan zichzelf heeft te wijten - wat een sukkel! Ja, wat verwacht je van zo'n zelfhulpboekenschrijver? Allemaal zelfingenomen oplichters, ik zeg het je! Maar ondertussen wekt het boek geen enkele verontrusting over de vanzelfsprekendheid waarmee geweld tegen vrouwen onbesproken blijft, laat staan dat het iets zinnigs weet te melden over de maatschappelijke context van dit taboe. Integendeel: Koch gebruikt geweld tegen vrouwen om zijn lollige pointe over de ignorantie van zijn hoofdpersoon te maken.Natuurlijk, de oorspronkelijke klucht was ook vaak gewelddadig en maakte duidelijk dat mensen zich meestal overspeliger, dommer en blasfemischer gedragen dan ze voorgaven en zelf wilden weten. Maar dan hebben we het wel over een tijd waarin mensen strenge zeden door strenge instituties kregen opgelegd. Een luchtige ontmaskering bood toen een korte bevrijding, een moment van lucht in benauwde engten. Die engten zijn echter al lang geleden opengebroken. Bevrijding in onze tijd is het moment waarop je ergens in kunt geloven, of zelfs maar: ergens naar kunt verlangen - naar wonen in een stad waarin niet de vastgoedontwikkelaars maar de bewoners de dienst uitmaken, bijvoorbeeld, of naar een krant die weigert seksueel intimiderende columns te publiceren, of naar een humaan vluchtelingenbeleid.Ik blijf het zeggen: literatuur en in bredere zin kunst is bij uitstek de plaats om zo'n verlangen te laten ontluiken. Maar het gros van de laaglandse literatoren - machtsaffirmatief en afgestompt als ze zijn - kiest ervoor met een vermoeid gebaar te laten zien dat elke politieke ambitie, elke hoop op verandering, ja zelfs communicatie uiteindelijk een ijdele illusie is. Waar het allemaal om draait, zijn seks, macht en dom toeval.Koch is geen uitzondering. Op de keper beschouwd is hij de zoveelste epigoon van W.F. Hermans. Maar waar Hermans met zijn nihilisme nog - zoals Merijn Oudenampsen een paar jaar geleden liet zien - tegen een morele orde ageerde die tot aan de jaren zestig nog stevig in het maatschappelijke zadel zat, is het werk van zijn epigonen alleen een doffe echo van het antimoralisme dat onze tijd domineert - een antimoralisme dat de normalisering van uitbuiting, misbruik en geweld alle ruimte biedt.Tot slot. Ik heb nu drie keer een Boekenweekgeschenk negatief besproken. Dat kan de indruk wekken van scoringsdrift of van automatisme, of allebei. Daarom lijkt het me goed om mijn intenties eens te expliciteren. Het zit zo: ik maak me hele grote zorgen over de maatschappelijke en culturele ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar en ik zie dat de literatuur grosso modo niet de kritische, reflecterende of zelfs maar empathische rol speelt die zo hard nodig is om die ontwikkelingen tegen te gaan. Integendeel, de literaire mainstream dreigt in zelfgenoegzaamheid en onvermogen weg te kwijnen en te verworden tot entertainment. Juist in de Boekenweek, als literatuur zo nadrukkelijk aandacht in de media krijgt, zou die mainstream opengebroken moeten worden en zichtbaar moeten worden hoe bevrijdend, lucide en troostrijk literatuur kan zijn. Met andere woorden: het is tijd voor Boekenweekgeschenken van Marja Brouwers, Astrid Roemer en Sana Valiulina. Noot: bij mijn interpretatie van Makkelijk leven heb ik me laten inspireren door de Lezeres des Vaderlands. In een reactie op de bekendmaking van de keuze voor Koch als auteur van het Boekenweekgeschenk stelde zij op Twitter: 'Herman Koch: 'n oeuvre vol woedende mannelijke kleinburgers kan niets anders doen dan de kleinburgerlijkheid bij de ánder ontmaskeren. Feest.' Gijsbert Pols