Fijngevoeligheid is niet bepaald de grootste kwaliteit van thrillerschrijvers. De historische ontwikkeling heeft het avontuur (Alexandre Dumas, Eugène Sue, Arthur Conan Doyle - een rare uitzondering bij ons is Jan Van der Cruysse)) en het raadsel (Edgar Allan Poe, Agatha Christie, G.K. Chesterton) vrijwel geheel ingeruild voor de duistere krochten van de menselijke geest. De misdaadschrijver kruipt wat graag in de verknipte hersenkronkels van de seriemoordenaar, de perverse driften van de seksuele delinquent, het onstelpbare geweld van de verschoppeling of de maffioso.
...