In 2014 publiceerde Reni Eddo-Lodge, een Britse journaliste met Nigeriaanse ouders die in 1989 in Londen werd geboren, een blogpost met de onthutsende titel Why I'm No Longer Talking to White People about Race. Ze was het beu dat blanke gesprekspartners glazig voor zich uit keken als zij over racisme begon, of verontwaardigd reageerden zonder zelfs maar geluisterd te hebben naar wat ze te vertellen had. Die post wist voor veel van haar zwarte lezers de muur van ontkenning te vatten waar zij op botsen, en ging het internet rond. De trouvaille van de titel was origineel genoeg om nu...

In 2014 publiceerde Reni Eddo-Lodge, een Britse journaliste met Nigeriaanse ouders die in 1989 in Londen werd geboren, een blogpost met de onthutsende titel Why I'm No Longer Talking to White People about Race. Ze was het beu dat blanke gesprekspartners glazig voor zich uit keken als zij over racisme begon, of verontwaardigd reageerden zonder zelfs maar geluisterd te hebben naar wat ze te vertellen had. Die post wist voor veel van haar zwarte lezers de muur van ontkenning te vatten waar zij op botsen, en ging het internet rond. De trouvaille van de titel was origineel genoeg om nu ook als boek op te vallen in een markt die de laatste jaren enigszins overspoeld werd met het werk van boze, zwarte auteurs. Je zou kunnen zeggen dat Eddo-Lodge in Engeland overdoet wat de essayist Ta-Nehisi Coates de voorbije jaren met veel succes in de Verenigde Staten deed: een stem geven aan de zwarte en bruine burgers die gebukt gaan onder hun huidskleur. Maar haar woede is zonder de minste twijfel even oprecht, en racisme is zo'n pijnlijk probleem dat het ook niet slecht zou zijn als in Vlaanderen iemand het werk van Coates dunnetjes over zou doen. Pijnlijk voor alle slachtoffers van racisme, maar ook pijnlijk omdat het, inderdaad, voor blanke mensen lastig blijft om over het onderwerp te spreken. Al in het eerste hoofdstuk rakelt Eddo-Lodge de slavernij op: in Engeland passeerden de slavenschepen op weg naar Amerika. Dat zit haar terecht nog altijd heel hoog. Maar wat eraan doen? Moet iedereen zich excuseren? Voor mensen die al moeite hebben met een debat over een aankomende storm als de klimaatopwarming is de geschiedenis van de slavernij een wel heel abstract probleem. Minstens even pijnlijk is de discussie over zogenaamd white privilege. Blanken worden bevoordeeld op het feit dat ze blank zijn; mensen met een andere huidskleur of vreemde naam worden alleen daarom al raar bekeken, lager ingeschat en - om de klassieker te noemen - minder vaak uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Racisme is voor veel blanken een dagelijkse gewoonte waar ze zelf niet bij stilstaan. Reni Eddo-Lodge benadrukt dat ze het dus niet alleen heeft over het rauwe racisme van iemand als Filip Dewinter of de Britse Nick Griffin, die ze voor haar boek uitgebreid interviewde. 'Dit gaat niet over goed en kwaad', schrijft ze zelfs. Ook goede mensen kunnen racistisch zijn, want het hele systeem is rot. Maar als het racisme echt zo diep zit als zij beweert, helpt daar waarschijnlijk zelfs geen praktijktest of andere goedbedoelde maatregel tegen. Zoals Reni Eddo-Lodge over racisme schrijft, lijkt een gesprek nooit een bevredigend resultaat te kunnen opleveren. Het enige wat ze biedt, is woede en verdriet. Daarvan gaan mensen na een tijdje inderdaad wat glazig voor zich uitkijken.