Nootmuskaat was eeuwenlang alleen te vinden op de Banda-eilanden, die behoren tot de Indonesische eilandengroep de Molukken. De Nederlanders slaagden erin om met de Vereenigde Oost-Indische Compagnie vanaf het midden van de 17de eeuw het monopolie op de handel in muskaatnoot in handen te krijgen. Dat ging gepaard met veel bloedvergieten, zo blijkt uit de geschiedenis die Willem Oosterbeek over de specerij heeft geschreven. Het leverde Nederland wel jaarlijks een fortuin op: nootmuskaat gaf winsten tot 1400 procent.
...

Nootmuskaat was eeuwenlang alleen te vinden op de Banda-eilanden, die behoren tot de Indonesische eilandengroep de Molukken. De Nederlanders slaagden erin om met de Vereenigde Oost-Indische Compagnie vanaf het midden van de 17de eeuw het monopolie op de handel in muskaatnoot in handen te krijgen. Dat ging gepaard met veel bloedvergieten, zo blijkt uit de geschiedenis die Willem Oosterbeek over de specerij heeft geschreven. Het leverde Nederland wel jaarlijks een fortuin op: nootmuskaat gaf winsten tot 1400 procent. Na voor het eerst te zijn opgedoken in de 10de eeuw, bij Arabische artsen die de specerij gebruikten als medicijn, vond nootmuskaat zijn weg naar de landen rond de Middellandse Zee en zo naar de rest van Europa. In de 14de eeuw was nootmuskaat goed gekend in onze contreien. Ook hier werd het ingezet als medicijn tegen zowat alles, en meer en meer ook om eten een speciale smaak te geven. Bovendien kon nootmuskaat voedsel beschermen tegen bederf en gold het als een afrodisiacum. Nootmuskaat was zowat het enige eetbare dat op de Banda-eilanden groeide, maar dat was voor Nederland, Portugal en Engeland meer dan voldoende om er onderling bloedige veldslagen voor te leveren. Daarbij werd de plaatselijke bevolking niet ontzien, de oorspronkelijke inwoners werden door de Hollanders met duizenden tegelijk afgeslacht. Je mag gerust spreken van een genocide. Nieuwe arbeidskrachten werden daarna van elders in de archipel aangevoerd. Een paar eeuwen leverden de Banda-eilanden het nootmuskaat exclusief aan de Nederlanders. Pas in de 19de eeuw kwam de klad erin. Het eiland werd getroffen door een vloedgolf, een serie aardbevingen en een grote brand. En in die tijd werd de muskaatboom ook meer en meer in andere streken geteeld. Banda verkommerde tot een vergeten eilandengroep waar weinig te beleven valt. Oosterbeek puurt uit dat alles een spannend, onderbouwd verhaal. Meteen krijg je ook een mooie geschiedenis van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie. Vandaag ligt het centrum van de nootmuskaatproductie in Sulawesi, op Java, en aan de andere kant van de wereld, in Grenada. Vooral voedselbedrijven als Heinz, Nestlé en Unilever zijn grote afnemers. Zij verwerken nootmuskaat in vlees, soep, bakkerijproducten, snoep, saus enzovoort. Nederlandse bedrijven spelen nog altijd een belangrijke rol als leverancier, al is de Belgische groothandelaar JHB de exclusieve leverancier van nootmuskaat uit Grenada. Oosterbeek weet, ten slotte, te vertellen dat nootmuskaat 'bij excessief gebruik' een hallucinerende werking heeft. Hij heeft het over nootmuskaatparty's die hippies op het einde van de jaren 60 in de Verenigde Staten hielden: 'Van twee of drie lepels nootmuskaatpoeder kon je aardig stoned raken.'