Ik had enkele maanden geleden het korte verhaal Was ik maar Jamal gepubliceerd, met in de hoofdrol een Vlaamse geschiedenisleraar die een boek had geschreven dat hij aan de straatstenen niet kwijtraakte. Hij vond er niets beters op dan het onder de schuilnaam Jamal Kabonero naar De Bezige Bij op te sturen, waar ze dolenthousiast waren.

Het korte verhaal stak een beetje de draak met het Nederlandse literaire wereldje, waar ze de laatste jaren nogal een boon hebben voor de schrijver met het allochtone surplus. Je moet maar Murat of Abdelkader heten en ze staan met vijf in de rij om onder trompetgeschal je nog niet helemaal op punt staande debuutroman te publiceren.

Nu wist ik wel dat ze het in Nederland de laatste jaren niet graag meer hebben dat je de draak steekt met dingen, maar dat het er zó erg gesteld was had ik niet zien aankomen. Een voornaam journalist van de Volkskrant riep, nadat ik er voor Knack een stukje over had geschreven, uit dat hij het 'zeer kwalijk' vond dat ik de benaming 'Turk' had gebruikt, ook al ging het over een Turk.

Mag een Turk geen 'Turk' meer genoemd worden? In Nederland zijn ze nu officieel knettergek.

Het is natuurlijk veel denigrerender tegenover de Turken dat je het gebruik van het woord 'Turk' afkeurt, dan dat je het woord 'Turk' gewoon gebruikt, zei mijn vrouw daarover. Het getuigt ook van een grote vreemdheid als je achter je Amsterdamse schrijftafeltje zo de morele lakens aan de volkeren der wereld zit uit te delen. Allicht noemen de Turken zichzélf nog altijd 'Turken', en niet eens zonder fierheid. Stel je voor dat een Turks journalist morgen oproept om het woord 'Belg' niet meer te gebruiken als het over de Belgen gaat - dat volk van kinderlokkers en sjacheraars. Je zou vast zeggen: ga vissen, Turk.

Mijn vrouw heeft van die extra mooie dagen.

Pottwal Publishers
© Pottwal Publishers

Die Nederlanders waren toch veel toffer toen ze nog bollen Edammer afwogen in plaats van delicate woordjes, zei ik, mij verkneukelend in wat er zal gebeuren als deze week mijn nieuwe roman verschijnt, Ik heb aids van Johnny Diamond. Een nevenpersonage in dat boek heet Gele Ali en is een Turk uit de oude doos -- het is te zeggen: hij doet hard zijn best om aan te leunen bij de moderne tijden, maar in het diepst van zijn gedachten is hij streng godsdienstig. Dat wil, zoals men zich wel kan voorstellen, al eens conflicteren, vooral omdat Gele Ali net als het hoofdpersonage Barry King worstelt met een knoert van een midlifecrisis.

Gele Ali is ook heimelijk homofiel, wat allicht volgens de potloden van de Volkskrant, Grote Smurf hebbe hun ziel, 'latent variabel georiënteerd' zou moeten heten.

Ik had enkele maanden geleden het korte verhaal Was ik maar Jamal gepubliceerd, met in de hoofdrol een Vlaamse geschiedenisleraar die een boek had geschreven dat hij aan de straatstenen niet kwijtraakte. Hij vond er niets beters op dan het onder de schuilnaam Jamal Kabonero naar De Bezige Bij op te sturen, waar ze dolenthousiast waren. Het korte verhaal stak een beetje de draak met het Nederlandse literaire wereldje, waar ze de laatste jaren nogal een boon hebben voor de schrijver met het allochtone surplus. Je moet maar Murat of Abdelkader heten en ze staan met vijf in de rij om onder trompetgeschal je nog niet helemaal op punt staande debuutroman te publiceren. Nu wist ik wel dat ze het in Nederland de laatste jaren niet graag meer hebben dat je de draak steekt met dingen, maar dat het er zó erg gesteld was had ik niet zien aankomen. Een voornaam journalist van de Volkskrant riep, nadat ik er voor Knack een stukje over had geschreven, uit dat hij het 'zeer kwalijk' vond dat ik de benaming 'Turk' had gebruikt, ook al ging het over een Turk.Het is natuurlijk veel denigrerender tegenover de Turken dat je het gebruik van het woord 'Turk' afkeurt, dan dat je het woord 'Turk' gewoon gebruikt, zei mijn vrouw daarover. Het getuigt ook van een grote vreemdheid als je achter je Amsterdamse schrijftafeltje zo de morele lakens aan de volkeren der wereld zit uit te delen. Allicht noemen de Turken zichzélf nog altijd 'Turken', en niet eens zonder fierheid. Stel je voor dat een Turks journalist morgen oproept om het woord 'Belg' niet meer te gebruiken als het over de Belgen gaat - dat volk van kinderlokkers en sjacheraars. Je zou vast zeggen: ga vissen, Turk. Mijn vrouw heeft van die extra mooie dagen. Die Nederlanders waren toch veel toffer toen ze nog bollen Edammer afwogen in plaats van delicate woordjes, zei ik, mij verkneukelend in wat er zal gebeuren als deze week mijn nieuwe roman verschijnt, Ik heb aids van Johnny Diamond. Een nevenpersonage in dat boek heet Gele Ali en is een Turk uit de oude doos -- het is te zeggen: hij doet hard zijn best om aan te leunen bij de moderne tijden, maar in het diepst van zijn gedachten is hij streng godsdienstig. Dat wil, zoals men zich wel kan voorstellen, al eens conflicteren, vooral omdat Gele Ali net als het hoofdpersonage Barry King worstelt met een knoert van een midlifecrisis. Gele Ali is ook heimelijk homofiel, wat allicht volgens de potloden van de Volkskrant, Grote Smurf hebbe hun ziel, 'latent variabel georiënteerd' zou moeten heten.