'Ik voel me, net voor het zalig zwart, eindelijk aangeraakt.' Zo eindigt u Volt. Dat boek was, na Vloed en Val, het sluitstuk van wat u 'de trilogie van het kwaad' noemt. Monster begint waar Volt eindigt: in de dood.
...

'Ik voel me, net voor het zalig zwart, eindelijk aangeraakt.' Zo eindigt u Volt. Dat boek was, na Vloed en Val, het sluitstuk van wat u 'de trilogie van het kwaad' noemt. Monster begint waar Volt eindigt: in de dood. Roderik Six: Dat is juist. Er is geen directe link tussen Volt en Monster, maar de dood duikt als thema vaak op in mijn boeken. Een eerste versie van Monster schreef ik voor mijn debuutroman Vloed (2012). Sindsdien lag het verhaal in een soort kluis. Tot de pandemie uitbrak. Toen lanceerde ik met onder meer Fleur Pierets, Ilja Leonard Pfeijffer, Charlotte Van den Broeck en Melissa Giardina het digitale literaire tijdschrift Viralen. Daarin publiceerde ik een fragment uit Monster. Prompt belde uitgeverij Prometheus. 'Heb je meer?' vroegen ze. Jazeker. Hoe diende dit verhaal zich aan? Six: Ik werd overmand door een sterk beeld. Als je in een relatie zit waarin alles goed gaat, dan is de eerste en grootste angst: wat als ik die liefde kwijtraak? De relatie kan op de klippen lopen. Of, veel erger, de dood kan die relatie kapot splijten. Ik trachtte me voor te stellen hoe dat voelt. 'Vandaag is mijn vrouw overleden. Of misschien gisteren. Ik weet het niet meer. Ik ben dronken. Véronique is dood.' Zo begint Monster. Ik beschrijf hoe de man - eerst naakt en ongewassen, dan in een legerbroek en hoody - rouwt. Zijn geliefde stierf bij een auto-ongeval. Het enige wat hij wil, is haar terughalen. Dat kan niet. Als lezer heb je veel sympathie en ga je mee in zijn verdriet. Tot hij een gruwelijke beslissing neemt. Hoeveel begrip blijf je opbrengen voor zijn daden? Waar komt uw fascinatie voor het monsterlijke in de mens vandaan? Six: Uit welke omstandigheden is de mens geschapen die tot vreselijke daden in staat is? Die vraag boeit me. In Vloed, bijvoorbeeld, was dat een ontwrichtende klimaatverandering. Monster is eigenlijk een liefdesroman. De kans bestaat, in elk leven, dat je plots, gedwongen door de omstandigheden, iets vreselijks doet. Schrijven, alle kunst, is een poging om de angst en het onheil te bezweren. Therapeutisch is dat niet, maar het is wél een reiken naar de kern van wat angst, onzekerheid of pijn is. In 2013 stierf een van uw beste vrienden: schrijver Thomas Blondeau. U schreef voor hem De boekendokter, gebaseerd op zijn project tijdens de Boekenbeurs waarin hij een boek voor elk (levens)probleem 'voorschreef'. Aan wie zou de dokter Monster aanraden? Six: Aan iedereen die ooit een geliefde verloor of verdronk in rouw. Het kan zo zalvend zijn om woorden te lezen die jouw verhaal lijken te vertellen. Alle kunst is medicijn. Die woorden vormen in Monster strakkere zinnen dan in de trilogie. Six: Klopt, ik zette een Engelse sleutel op de taal. De zinnen zijn zo uitgebeend als de man is. Zijn hoofd is een samengeperste cocon van turbulente emoties en ideeën. In zo'n hoofd is er geen ruimte voor bloemrijke zinnen.