Hele generaties jongens hebben in hun kinderjaren 'indiaan' gespeeld. Een paar stokken en een groot beddenlaken als wigwam, gekleurde strepen in het gezicht, wat veren rond het hoofd, een houten tomahawk in de ene hand en een plastic geweer in de andere. En de 'indiaan' stond er. In het midden van de eindeloze prairies van het Wilde Westen, zo groot als een achtertuin. Zeer waarschijnlijk heette hij Winnetou en was hij het opperhoofd van de Apaches. En voor de generatie die vanaf de jaren zestig indiaan begon te spelen, zag Winnetou er ongetwijfeld uit als Pierre Brice. En zijn blanke (lees: witte) bloedbroeder Old Shatterhand had heel waarschijnlijk de trekken van Lex Barker. Het zijn de twee acteurs die de hoofdrollen vertolkten in de (West-)Duitse Winnetou-verfilmingen die tussen 1962 en 1969 in Kroatië werden gedraaid. Die films hebben er in elk geval voor gezorgd dat ik er lange tijd van overtuigd was dat het Duits een niet eens zo moeilijk te begrijpen indianentaal was.
...

Hele generaties jongens hebben in hun kinderjaren 'indiaan' gespeeld. Een paar stokken en een groot beddenlaken als wigwam, gekleurde strepen in het gezicht, wat veren rond het hoofd, een houten tomahawk in de ene hand en een plastic geweer in de andere. En de 'indiaan' stond er. In het midden van de eindeloze prairies van het Wilde Westen, zo groot als een achtertuin. Zeer waarschijnlijk heette hij Winnetou en was hij het opperhoofd van de Apaches. En voor de generatie die vanaf de jaren zestig indiaan begon te spelen, zag Winnetou er ongetwijfeld uit als Pierre Brice. En zijn blanke (lees: witte) bloedbroeder Old Shatterhand had heel waarschijnlijk de trekken van Lex Barker. Het zijn de twee acteurs die de hoofdrollen vertolkten in de (West-)Duitse Winnetou-verfilmingen die tussen 1962 en 1969 in Kroatië werden gedraaid. Die films hebben er in elk geval voor gezorgd dat ik er lange tijd van overtuigd was dat het Duits een niet eens zo moeilijk te begrijpen indianentaal was. Nu was dat, achteraf gezien, niet eens zo'n absurde gedachte. De literaire vader van Winnetou én een van de grote verbeelders van het Wilde Westen was immers de Duitse schrijver Karl May (1842-1912). En hij was niet de enige Duitser die een speciale band voelde met de Noord-Amerikaanse stammen. De fascinatie voor indianen speelt sinds het begin van de achttiende eeuw en tot op de dag van vandaag een opmerkelijke rol in de Duitse cultuur, kunst en folklore. De vele honderdduizenden Duitsers die in de negentiende eeuw naar Amerika emigreerden, hebben daar ongetwijfeld een rol in gespeeld. Er is zelfs een speciale term voor die fascinatie bedacht: 'Indianthusiasm'. De Winnetou- verhalen die May in 1893 publiceerde, behoren tot de hoogtepunten van dat enthousiasme. Ze hebben een beslissende invloed gehad op de Germaanse verbeelding van Amerika (minder op de Romaanse en zeker niet op de Angelsaksische). May schreef zijn Wild West-verhalen in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Op het ogenblik dat hij door ziektes en oorlogen bijna verdwenen was, ontstond een geïdealiseerd beeld van de indiaan. De Wild West Shows die tussen 1870 en 1920 als vaudevilles door Amerika en Europa reisden - en waarvan die van William 'Buffalo Bill' Cody de bekendste zijn - speelden een belangrijke rol in de romantische verbeelding van een primitieve, pre-industriële, natuurlijke wereld die nog niet 'onttoverd' was door de moderne techniek en wetenschap. Daarnaast heeft in Duitsland de eeuwenoude rivaliteit met Frankrijk, bakermat van de verlichtingsideeën, ongetwijfeld een cruciale rol gespeeld in het zoeken naar een alternatieve identiteit, waarbij cultuur ( Kultur) en beschaving ( Zivilisation) tegenover elkaar stonden. 'Cultuur' stond voor de Duitsers voor het voortzetten van een authentieke traditie (en werd daardoor paradoxaal synoniem van 'natuur'), terwijl 'beschaving' stond voor een proces van vervreemding (van de natuur, van de traditionele waarden, van de religie) dat de moderniteit met zich mee bracht. Veel Duitsers van de negentiende eeuw zagen zichzelf als nazaten van de Germaanse stammen die zich hadden verzet tegen de Romeinse kolonisatie. Het feit dat Duitsland tot zijn eenmaking in 1871 in tientallen kleine stadstaten opgedeeld was, versterkte dat idee van een tribale identiteit. De fascinatie voor het Wilde Westen had te maken met een kritiek op de moderniteit en een back to the roots-beweging, die zijn expressie vond in de figuur van de 'nobele indiaan'. Karl Mays Winnetou is daar de ultieme gestalte van. In vergelijking met grootmachten als Frankrijk en Engeland had Duitsland op het einde van de negentiende eeuw slechts een klein koloniaal imperium. Het is mogelijk om in het 'Indianthusiasm' een soort van compensatie of ersatz te zien voor echte koloniale macht. De Duitsers begonnen zichzelf te zien als zielsverwanten van de indianen. Met zijn verhalen over het Wilde Westen bood May zijn lezerspubliek een exotische en onderhoudende vluchtroute uit de moderne, steeds complexer en onzekerder wordende maatschappij. Het Amerika dat hij beschrijft is herkenbaar Duits en romantisch: er wordt Duits bier gedronken in de saloons, er worden Duitse kranten gelezen... Dat was ongetwijfeld een van de redenen van Mays succes in Duitsland: hij bevolkte het onbekende met het bekende. De grote vijanden van de twee helden zijn in de eerste plaats de Yankees: brutaal, ongemanierd, gecorrumpeerd en alleen op zoek naar materieel gewin. Daartegenover plaatst May het christelijke en conservatieve humanisme van Old Shatterhand en later ook van Winnetou. Tegelijkertijd is Mays werk ook een verdediging van andere werelden en volkeren en een waarschuwing aan Europa om zich niet te superieur te vinden. Het is geen evidente en misschien zelfs een moedige keuze van de uitgever om op dit ogenblik een vertaling van Winnetou uit te brengen en aan te kondigen als een klassieker van de Duitse literatuur uit de negentiende eeuw. Karl May heeft op het eerste gezicht immers alles tegen om ernstig genomen te worden. Zijn boeken worden vaak nog steeds eenzijdig geassocieerd met jeugdliteratuur en populaire cultuur. De wereld die hij oproept, is een mannenwereld waarin vrouwen slechts een marginale en ondergeschikte rol spelen. Liefde en huiselijkheid leiden de man af van zijn plicht (al heeft de Duitse schrijver Arno Schmidt al in de jaren zestig duidelijk gemaakt dat achter de bloedbroederschap tussen Winnetou en Old Shatterhand ook een homo-erotische gevoeligheid schuilgaat). Je kunt May daarenboven zonder veel moeite van culturele toe-eigening beschuldigen: zonder persoonlijke ervaring en zonder kennis uit de eerste hand verbeeldde hij zich ogenschijnlijk probleemloos 'de anderen'. Pas tegen het einde van zijn leven, in 1908, bezocht May de Verenigde Staten, maar enkel de oostkust. Naar de prairies waar zijn Winnetouverhalen spelen, reisde hij niet. Uit angst om de kloof te constateren tussen zijn verbeelding en de werkelijkheid? Winnetou wordt vaak en terecht een 'appelindiaan' genoemd: rood van buiten en wit van binnen. Naast het avontuur gaat het in Mays verhalen principieel om een kerstening van de indianen en van de andere gecorrumpeerde bewoners van het Wilde Westen. Winnetou incarneerde voor May het beste en het nobelste van de witte Europese wereld, meer dan de 'withuiden' - een term die de vertalers introduceren - zelf deden. May: 'Het is mijn bedoeling om mijn lezers naar God te voeren en hen te begeesteren voor al het goede, edele, schone en verhevene.' Het zijn echter allemaal geen argumenten om nu bezig te zijn met May. Wat spreekt er dan wel voor hem? Zijn inleiding bij Winnetou is een klaagzang over het verdwijnen van de indiaan: 'Ja, hij is een zieke man geworden, een stervende man, en wij staan vol medelijden aan zijn miserabele legerstede om hem de ogen te sluiten. (...) Deze stervende liet zich niet assimileren omdat hij karakter had, moest hij daarom dood, kunnen we hem niet redden?' Het klinkt allemaal pathetisch, maar Mays weeklacht is oprecht. Zo betreurt hij ook het verdwijnen van de bizon en de wilde mustangs. Met andere woorden, het verdwijnen van een leefwereld en een natuur die niet pasten in het schema van de vooruitgang. Op dat punt heeft May niets aan actualiteit ingeboet. Karl May beweert in diezelfde inleiding Winnetou te hebben gekend, en hij identificeert zich met de ik-verteller van zijn Wild West-verhalen, de Duitse emigrant die de naam Old Shatterhand krijgt. Die oersterke allesweter en alleskunner is een superwezen. May zal zich meer dan eens laten fotograferen als Old Shatterhand, met aangepaste kledij en op maat gemaakt geweer. De identificatie gaat zover dat May beweert dat zijn reisverhalen de directe neerslag zijn van zijn eigen ervaringen. Aan bezoekers toont hij zelfs lichamelijke wonden opgelopen tijdens zijn vele avonturen. May is een compulsief leugenaar en een pathologisch narcist genoemd. Veel heeft te maken met gebeurtenissen uit zijn kinderjaren waarvoor dat gedrag wellicht een compensatie is. De biografie van Karl May hoeft in avontuur en drama niet onder te doen voor zijn verhalen. Hij wordt in 1842 geboren uit een arme weversfamilie. Van de veertien kinderen van het gezin sterven er negen. Wellicht door een gebrek aan vitaminen krijgt de driejarige Karl een oogontsteking en is zelfs een tijdlang volledig blind. Gedurende die periode wordt hij verzorgd door zijn grootmoeder, die hem sprookjes vertelt. Dat zich moeten afsluiten voor de werkelijkheid en het alternatieve leven in de verbeelding is van groot belang voor het begrijpen van Mays persoonlijkheid en schrijverschap. May zelf schrijft aan zijn blindheid een dieper inzicht in de menselijke ziel toe. Een andere belangrijke invloed is zijn vader, die hem dwingt hele boeken over te schrijven. May wordt onderwijzer. Maar dan loopt het plots snel fout. Na een betwiste diefstal van een horloge krijgt hij zes weken celstraf én een levenslang beroepsverbod als onderwijzer. Dat is een harde klap en May begint last te krijgen van ernstige psychische storingen. Hij treedt op bij muziek- en voordrachtavonden en maakt een tijdlang deel uit van een theatergroep. May noemt zichzelf in die tijd niet 'geestesziek' maar 'zielsziek'. Hij begint zich voor te doen als dokter, militair en docent, en steelt en bedriegt. Na een gevangenisstraf vervalt hij, wellicht ook wegens de dood van zijn sprookjesgrootmoeder, in hetzelfde gedrag. Wanneer hij begin 1870 wordt opgepakt, doet hij zich voor als Albin Wadenbach, een plantagebezitter op het eiland Martinique. Hij komt in een tuchthuis terecht, waar hij kan werken in de bibliotheek. Dat is zijn geluk. Hij begint veel te lezen en te schrijven. Hij heeft zijn roeping gevonden. Na zijn vrijlating waagt hij zich als schrijver aan verschillende genres, maar specialiseert zich al snel en succesvol in reisverhalen. Naast het Wilde Westen spelen die avonturen zich af in het Ottomaanse Rijk. Ook met betrekking tot die reisverhalen zal May beweren dat hijzelf schuilgaat achter zijn held Kara Ben Nemsi. Aan journalisten vertelt May dat hij tientallen talen spreekt en schrijft, waaronder niet alleen de belangrijkste Europese talen, maar ook Roemeens, Arabisch, Koerdisch, Farsi, Turks, Maleis, Swahili en verschillende Noord- Amerikaanse Indianentalen. Wat niet overdreven is, is dat hij een onwaarschijnlijk veelschrijver is. Door de alfabetisering groeit het potentiële aantal lezers spectaculair. Uitgevers willen voortdurend nieuwe verhalen. In 1889 alleen al zou May maar liefst 3770 manuscriptpagina's geschreven hebben. In 1896, op het toppunt van zijn roem en zelfvertrouwen, installeert hij zich in zijn Villa Shatterhand te Radebeul, overvloedig gemeubileerd met zogenaamde souvenirs van zijn vele reizen. Hij wordt een soort van instituut in Duitsland, geeft talrijke lezingen en ontvangt prinsen en andere hoogwaardigheidsbekleders. Een ingrijpend keerpunt is de lange reis die hij in 1899 naar de Oriënt maakt, de wereld van Kara Ben Nemsi. May is zwaar onder de indruk van de negatieve impact van het kolonialisme en het imperialisme. Die confrontatie brengt een fundamentele verandering in zijn leven en schrijven te weeg. Mays rijpe periode als schrijver begint. Hij gaat zijn werk tot dan toe als een soort van voorstudie beschouwen voor het echte werk dat moet gaan komen en dat een grote filosofische en spirituele inslag krijgt. Hij gaat meer literair en allegorisch schrijven. Het gaat hem nu niet langer om het vertellen van spannende avonturen maar om het beantwoorden van 'mensheidsvragen' en 'mensheidsraadsels'. Hij pleit voor wereldvrede, religieuze tolerantie en dialoog tussen de volkeren. Bij het grote publiek blijft hij echter de schrijver van de Winnetou-verhalen. Vanaf 1900 wordt in Duitsland vanuit bepaalde kringen een ware hetze tegen May opgestart. Hij wordt beschuldigd van plagiaat, zijn criminele verleden wordt publiek gemaakt en zijn identificatie met Old Shatterhand ontmaskerd. Scheldpartijen in de pers en rechtszaken met zijn vroegere uitgever Münchmeyer verzieken zijn laatste levensjaren. Een week voor zijn dood in maart 1912 geeft May in Wenen een druk bijgewoonde filosofische voordracht die bekend staat als zijn 'vredesrede'. Aanwezig was Bertha von Suttner, de eerste vrouwelijke Nobelprijs voor de Vrede. Maar ook Adolf Hitler zou op die bewuste dag in maart in het publiek gezeten hebben. Voor Hitler was Winnetou de perfecte legercommandant. In 1940 schreef Klaus Mann dat Het Derde Rijk de uiteindelijke triomf van Karl May was, de verschrikkelijke verwerkelijking van diens dromen. Het klinkt vergezocht, maar Mann stond zeker niet alleen met zijn analyse. In een intelligent maar zeer scherp artikel uit 1963 heeft de Nederlandse schrijver Godfried Bomans het over 'de mystiek van de Grote Man' en over een onvolwassen dwepen met heroïek, vervoering en exaltatie dat hij als het gevaarlijke deel van de Duitse ziel beschouwt. Dat herkent Bomans in Mays superhelden zoals Old Shatterhand, mannelijke figuren die volledig los staan van hun sociale omgeving én van vrouwen - Bomans maakt daar een cruciaal punt van - zonder angst, ijzersterk en efficiënt gewelddadig indien nodig. Bomans besluit dan ook meedogenloos: 'Het geurt hier ook niet meer naar de prairie. Het ruikt hier naar gas.' Je hoeft gelukkig niet zo extreem te gaan om in te zien dat de erfenis van May beladen is. Met zijn tweehonderd miljoen verkochte boeken in meer dan dertig talen is hij met lengtes voorsprong de meest succesvolle Duitse auteur ooit. In Mays tijd gingen de Duitsers naar de Wild West Shows van Buffalo Bill. Nu bezoeken ze het museum in Mays villa, gaan op Winnetou-zomerkamp of nemen deel aan re-enactments van alledaagse en rituele praktijken van de indianen. Voeg daar nog de heruitgaven, de stripverhalen, de theateropvoeringen, de verfilmingen, de websites, het academisch onderzoek en de productie van allerlei parafernalia aan toe en de contouren van een heuse Karl May-industrie worden zichtbaar. Ondanks zijn pleidooi voor meer intercultureel begrip en voor wereldvrede in een epoque die daar helemaal niet mee bezig was, integendeel zelfs, is en blijft May ook een kind van zijn tijd. De voor de hand liggende en soms al te makkelijke verwijten van seksisme, racisme en exotisme mogen ons echter niet blind maken voor de frisheid, de humor en de epische adem van zijn verhalen. Velen zullen deze Winnetou - de eerste volledige literaire vertaling in het Nederlands - ongetwijfeld lezen met nostalgische herkenning. Mays werk is even ambigu als het hele Duitse 'Indianthusiasm'. Ook hier liggen de verwijten van politiek niet correcte toe-eigening voor het oprapen. Daartegenover staat dat bepaalde specialisten van de indiaanse culturen toegeven dat dit soort re-enactments vaak een historische correctheid en kennis bevatten die niet meer bij de inheemse volkeren zelf aanwezig is. Ze bewaren met andere woorden iets wat er anders niet meer zou zijn. Dat doet ook Karl May met het verlangen indiaan te worden. May houdt die ontsnappingsroute open. Hij heeft dat in elk geval een eeuw lang gedaan in de verbeelding van miljoenen jongens. Niemand minder dan Franz Kafka verwoordde dat verlangen in een van zijn kortste verhalen - één enkele zin - als volgt: 'Als je toch eens een indiaan was, meteen op je hoede, en op het hollende paard, scheef in de lucht, altijd weer trilde over de trillende grond, tot je de sporen vergat, want er waren geen sporen, tot je de teugels wegsmeet, want er waren geen teugels en nauwelijks het land voor je als glad gemaaide heide zag, al zonder paardennek en zonder paardenhoofd.' Dat verlangen verdwijnt wellicht nooit. Maar het is goed mogelijk dat het inmiddels Harry Potter heet en dat het paard een vliegende bezem is.