Bij iedere schietpartij op een school weten de media Tim Krabbé tegenwoordig blindelings te vinden. Als auteur van 'Wij zijn maar wij zijn niet geschift', een diepgravende analyse van de moordpartij op Columbine High School, geldt hij als specialist. 'Meestal zeg ik nee, omdat er dan nog zo weinig bekend is. Na Newtown (waar Adam Lanza 26 mensen doodde) werd ik ook gebeld of ik dezelfde avond op tv kwam. Daar heb ik geen zin in - kreten roepen als je nog niets weet van de motieven.'

Hetzelfde geldt voor studenten die een scriptie schrijven over geweld. Ook zij weten Krabbé te vinden, ook zij krijgen nul op het rekest. 'Die regelmatige mailtjes onderstrepen dat het boek nog leeft', zegt de schrijver. 'Maar alles wat ik over het onderwerp te zeggen heb staat in mijn boek. Wat moet ik daar aan toevoegen? Als ik er nog iets aan zou moeten toevoegen, was het geen goed boek.'

Desondanks heeft Krabbé de faam van Eric Harris en Dylan Klebold, die op 20 april 1999 15 mensen (inclusief zichzelf) vermoorden op hun eigen Columbine High School, overschat. 'Volgens de laatste reclame van mijn uitgever zijn er 15.000 exemplaren van verkocht. Dat is redelijk, maar niet echt fantastisch. Het is minder dan gehoopt. Kennelijk neemt de klank van de affaire af, ook al blijft het de meest fascinerende schietpartij. Bij Newtown werd er ook weinig over Columbine gepraat.'

De ontvangst van 'Wij zijn maar wij zijn niet geschift' noemt Krabbé goed. En ondanks het radicaal andere beeld dat hij schetst - niet de schreeuwer Klebold was de gek, maar de koele Harris - en de vele nuanceringen die hij aanbrengt, heeft hij geen weerleggingen gelezen.

Aan de andere kant: de geïnteresseerden die zich echt fanatiek met Columbine bezighouden beheersen geen Nederlands. Op het online forum, gewijd aan de schietpartij, is negentig procent van de deelnemers Amerikaans, schat Krabbé. 'Er zijn Nederlandse posters die ongeveer weergeven wat ik beweer - dat de gangbare analyse onzin is. Dat vindt men dan interessant, maar daar blijft het bij omdat niemand het boek zelf kan lezen. Ik voel me daar een roepende in de woestijn.'

Driekwart jaar na publicatie van 'Wij zijn maar wij zijn niet geschift' ziet het er niet naar uit dat daar verandering in komt. Krabbé's uitgever kan geen Amerikaanse uitgeverij interesseren voor het boek. 'Er zijn er zeker twee geweest waar het afketste op het idee: er is al een goed boek over de zaak, wat kan een Nederlander ons daar meer over vertellen? Niemand heeft het boek zelf gelezen. De brief aan Engelstalige uitgevers die ik heb geschreven, heeft ook niet geholpen.'

Het definitieve boek over Columbine dat al zou bestaan, is van Dave Cullen. Volgens Krabbé is dat een 'waardeloos prul': inhoudelijk vol fouten, stilistisch van een Readers Digest-niveau. 'Cullens toon is constant snerend. Zoals alle slechte schrijvers vertelt hij zijn publiek voortdurend wat ze moeten vinden. Gênant dat Amerika zich over zo'n interessante zaak met zo'n boek laat afschepen.'

Vooralsnog geeft Krabbé niet op. 'Het is ook crisistijd. Misschien durven uitgevers zo'n riskant project nu niet aan,' zegt hij. 'Een vertaling van zo'n omvangrijk boek kost iets in de orde van 30.000 euro, ik weet het niet precies. En net zoals wij om begrijpelijke redenen moeite hebben een Amerikaanse uitgever te overtuigen, zal die dezelfde barrières hebben bij het overtuigen van het publiek. Ik kan me hun reserves dus wel voorstellen.'

Zou hij dan desnoods zélf een Amerikaanse vertaling van 'Wij zijn maar wij zijn niet geschift' op de markt willen brengen? 'Ik peins er niet over. Veel te duur. Een boek moet een uitgever hebben, die er ook propaganda voor kan maken, het kan distribueren enzovoorts. Zó werkt het in het boekenvak, al is het misschien anders met e-books. En mijn Nederlandse uitgever zie ik ook niet zo snel zelf een vertaling uitbrengen.'

Maarten Dessing