Het minste wat je van de Antwerpenaar van geboorte en wereldburger kunt zeggen is dat Jan Yoors (aanvankelijk Joors) een burgerlijk bestaan heeft geleid. Tussen zijn geboorte in 1922 en zijn overlijden in 1977 speelde zich een leven af dat men alleen in romans kan terugvinden. Avontuurlijk is zijn leven zeker geweest en onconventioneel bovendien maar er waren wel twee constanten in terug te vinden : zijn kunstenaarschap en zijn liefde voor de zigeuners, de Roms.
...

Het minste wat je van de Antwerpenaar van geboorte en wereldburger kunt zeggen is dat Jan Yoors (aanvankelijk Joors) een burgerlijk bestaan heeft geleid. Tussen zijn geboorte in 1922 en zijn overlijden in 1977 speelde zich een leven af dat men alleen in romans kan terugvinden. Avontuurlijk is zijn leven zeker geweest en onconventioneel bovendien maar er waren wel twee constanten in terug te vinden : zijn kunstenaarschap en zijn liefde voor de zigeuners, de Roms. Die begon al op zijn twaalfde toen hij het ouderhuis uitstapte en ging verbroederen met de nabij neergestreken zigeunerfamilies. Zijn ouders, vader Eugène Joors, glazenier met enige reputatie tussen de twee wereldoorlogen en Magda Peeters, middelmatige dichteres maar des te flamboyanter activiste voor alle soorten Heilige Doelen, waren extreem vrij van geest en brachten hun aanvankelijk enig kind complexloos op. Ze waren dus niet bijzonder bezorgd toen zoon Jan de vriendschap van de Roms zocht en kreeg in zoverre dat zij hem virtueel adopteerden. Zijn hele leven zou hij deze zwervers trouw blijven en er als een amateur-antropoloog over schrijven en ze fotografisch in beeld brengen.Toen op de 10e mei 1940 ook in België de oorlog uitbrak, vluchtte hij verplicht naar Frankrijk waar hij bij de Pyreneeën uitkeek naar een vluchtroute via Spanje. Die weg zou hij pas later afleggen maar, als verzetsman, gebruikte hij die om Belgen, zigeuners en Britse soldaten via Spanje naar Engeland te sluizen. Na vele avonturen in het maquis met opsluitingen in gevangenissen wist hij uiteindelijk zelf naar Engeland uit te wijken waar zijn ouders al van in het begin een onderkomen hadden gevonden. Daar trachtte hij, tevergeefs, een universitaire studie in de antropologie te beginnen ondanks het feit dat hij bij het Belgisch leger was ingelijfd. Maar zijn zigeuners vergat hij niet en hij werd medewerker bij de "Gypsy Lore Society", een organisatie die het leven van de zigeuners bestudeerde. Jan kon met zijn Rom naam "Putzi" heel wat authentieke informatie aan hun tijdschrift leveren maar vernam dan ook hoeveel zigeuners die hij had gekend door de nazi's waren opgepakt en omgebracht in concentratiekampen. Ondertussen bleef hij ook kunstenaar, tekende veel, schilderde af en toe, maakte beelden en fotografeerde verder zoals hij dat voor de oorlog gedaan had als een soort documentatie voor "zijn" zigeunervrienden.Een ander verhaal is zijn huwelijk met Annebert van Wettum uit het Nederlandse Zeist die hij al kende van 1934 tijdens een vakantie. Zij bleven altijd in contact. In 1946 huwden ze en kregen een zoon. Jan was zich gaan toeleggen op het maken van wandtapijten, doorgaans op monumentale formaten, die ze samen weefden in Purley waar ze een onderkomen hadden gevonden. Die tapijtweverij is met vallen en opstaan mettertijd het handelsmerk van Jan Yoors geworden. Zeker nadat het gezinnetje zich in New York had gevestigd. Maar ondertussen was het duo een trio geworden door de komst van Marianne, ook een Nederlandse die al gauw deel ging uitmaken van zowel het gezin als het atelier. Jan zou later in de beste verstandhouding scheiden van Annebert om met Marianne te kunnen trouwen. Deze ménage à trois is blijven bestaan tot Jans' overlijden maar functioneerde ook perfect als wandtapijtenatelier. Mettertijd kreeg Jan succes in de Verenigde Staten en zelfs in een van de vergaderzalen van de Verenigde Naties hangt, achter de voorzitterszetel, een krachtig tapijt van hem. Hun levens waren geslaagd toen bij Jan diabetes werd vastgesteld en hij uiteindelijk z'n twee benen verloor. Hij is er dan tenslotte ook aan bezweken. Maar zijn beide vrouwen hebben lange tijd het werk van hun beminde Jan verdergezet en wie ze in New York bezocht vond hen, zittend aan hun reusachtig weefgetouw, ijverig werkend aan ontwerpen van Jan Yoors.Het is niet eenvoudig om dat tumultueuze leven te vatten in een artikel en zelfs niet in een boek. Nochtans heeft de veelzijdige ex-journaliste Jo Govaerts zich er aan gewaagd. In "Jan Yoors, kunstenaar met een zigeunerhart" trachtte ze dat curriculum te reconstrueren. Het is haar maar matig gelukt omdat ze zo volledig wou te werk gaan. Daardoor krijgen bijvoorbeeld de geschiedenis van zijn ouders een, ons inziens, te ruime aandacht met talloze details die wel een kijk geven op hun tijd en denkwereld, dat op zichzelf interessant is, maar weinig bijdraagt aan het portret van hun zoon. De oorlogsperiode van Jan Yoors is avontuurlijk geweest maar het is niet gemakkelijk om er een rode draad in te vinden. Zijn memoires blijken onbetrouwbaar omdat ze bijwijlen gefantaseerd zijn en de vele briefwisselingen zijn onvolledig. Met dergelijk materiaal was het geen sinecure om een leven te schetsen. Het heeft zijn weerslag op het boek dat een referentiewerk had kunnen worden maar nu te chaotisch is uitgevallen zonder degelijke structuur en met te veel zijsprongen om coherent te zijn. Biografieën schrijven blijkt een kunst apart te zijn die niet elke auteur in de vingers heeft.Desondanks is het verdienstelijk geweest om toch te trachten dit merkwaardige leven opnieuw onder de aandacht te brengen omdat het personage Yoors een figuur geweest is zoals er in dit land maar weinig geweest zijn en vooral omdat hij, als amateurantropoloog zich zijn hele leven de geschiedenis en het lot van de miskende zigeuners heeft gedocumenteerd op een geëngageerde wijze zoals niemand het voor hem heeft gedaan. Bovendien een interessant en nu misschien ondergewaardeerd kunstenaar."Jan Yoors; kunstenaar met een zigeunerhart" uitgegeven bij Houtekiet ISBN 978 90 8924 325 0