Vandaag overleed de Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar op 91-jarige leeftijd, meldde zijn uitgever Querido. Kouwenaar was de prototypische Nederlandse dichter: zeer talig en tamelijk minimalistisch maar buitengewoon helder.

Hij kreeg in zijn rijke carrière alle mogelijke literaire prijzen die een dichter kan hebben: van de VSB-Poëzieprijs (1997) tot de PC Hooft-prijs (1970) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1989). In 2008 maakt hij nog een keuze uit eigen werk nadat in 2002 de bundel 'Totaal witte kamer' nog op heel wat erkenning kon rekenen.

Autonomie van het gedicht

Kouwenaar debuteerde al in 1941 met zijn eerste verzen. In de jaren 1950 kwam hij in contact met de Cobra-beweging en werd hij een van de belangrijkste experimentele dichters van de Vijftigers, met Lucebert als vaandeldrager. Ook daarna schreef Kouwenaar bundel na bundel waarin de autonomie van het gedicht en van de poëtische taal werd bezongen.

Vanaf de jaren 1970 werden zijn verzen toegankelijker en schuwde hij niet langer de buitenliteraire anekdotiek. Het is allicht geen toeval dat zijn uitgever bij het bericht van Kouwenaars overlijden een gedicht meegeeft uit de bundel 'Een geur van verbrande veren' (1992) waarin 'de laatste dagen van de zomer', zoals het gedicht heet, heel herkenbaar aanwezig zijn:

Trager de wespen, schaarser de dazen

groenvliegen grijzer, engelen gene, niets

dat hier hemelt, alles brandt lager


dit zijn de laatste dagen, men schrijft

de laatste stilstand van de zomer, de laatste

vlammen van het jaar, van de jaren

wat er geweest is is er steeds nog even

en wat men helder ziet heeft zwarte randen

men moet zich hier uitschrijven, de tuin

in de tuin insluiten, het geopende boek

het einde besparen, men moet zich verzwijgen

verzwijg hoe de taal langs de lippen invalt

hoe de grond het gedicht overstelpt, geen mond

zal spreken wat hier overwintert -

Frank Hellemans

Vandaag overleed de Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar op 91-jarige leeftijd, meldde zijn uitgever Querido. Kouwenaar was de prototypische Nederlandse dichter: zeer talig en tamelijk minimalistisch maar buitengewoon helder. Hij kreeg in zijn rijke carrière alle mogelijke literaire prijzen die een dichter kan hebben: van de VSB-Poëzieprijs (1997) tot de PC Hooft-prijs (1970) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1989). In 2008 maakt hij nog een keuze uit eigen werk nadat in 2002 de bundel 'Totaal witte kamer' nog op heel wat erkenning kon rekenen.Autonomie van het gedichtKouwenaar debuteerde al in 1941 met zijn eerste verzen. In de jaren 1950 kwam hij in contact met de Cobra-beweging en werd hij een van de belangrijkste experimentele dichters van de Vijftigers, met Lucebert als vaandeldrager. Ook daarna schreef Kouwenaar bundel na bundel waarin de autonomie van het gedicht en van de poëtische taal werd bezongen.Vanaf de jaren 1970 werden zijn verzen toegankelijker en schuwde hij niet langer de buitenliteraire anekdotiek. Het is allicht geen toeval dat zijn uitgever bij het bericht van Kouwenaars overlijden een gedicht meegeeft uit de bundel 'Een geur van verbrande veren' (1992) waarin 'de laatste dagen van de zomer', zoals het gedicht heet, heel herkenbaar aanwezig zijn:Trager de wespen, schaarser de dazen groenvliegen grijzer, engelen gene, niets dat hier hemelt, alles brandt lager dit zijn de laatste dagen, men schrijftde laatste stilstand van de zomer, de laatste vlammen van het jaar, van de jaren wat er geweest is is er steeds nog evenen wat men helder ziet heeft zwarte randen men moet zich hier uitschrijven, de tuin in de tuin insluiten, het geopende boek het einde besparen, men moet zich verzwijgen verzwijg hoe de taal langs de lippen invalt hoe de grond het gedicht overstelpt, geen mond zal spreken wat hier overwintert - Frank Hellemans