De doeken zijn afkomstig uit de privécollectie van de auteur, zelf groot liefhebber van de moderne en hedendaagse kunst.

De tentoonstelling kreeg de titel "Tonnerre de Brest" (in het Nederlands "Duizend bommen en granaten"), een krachtige vloek uit de lange lijst van scheldwoorden van kapitein Haddock, maar eigenlijk is het een uitdrukking die Hergé heeft overgenomen van zijn vriend Marcel Stal, een kunsthandelaar en bekend galeriehouder op de Louizalaan in Brussel.

Tijdens de jaren zestig ontmoette de geestelijke vader van Kuifje kunstliefhebbers en kunstcritici, zoals Pierre Sterckx, een vriend die hem introduceert in een collectief van amateurs en opkopers van moderne kunsten. Hergé koopt voor de Studio Hergé en zijn privé-woning een aantal doeken van onder meer Lucio Fontana, Serge Poliakoff, Jean-Pierre Raynaud, Roy Lichtenstein, Pierre Alechinsky, Frank Stella, Andy Warhol, Ian Dibbets, Sonia Delaunay en Tom Wesselmann.

Hergé museum
© Hergé museum

Thematiek van de moderne kunst

"Terwijl zijn privéleven een puinhoop is (...) volgt hij schilderlessen bij de abstracte kunstenaar Louis Van Lint en gedurende twee jaar (1962 en 1963) maakt hij doeken met composities volgens de stijl van Joan Miro, Paul Klee, Serge Poliakoff en Jean Dewasne", vertelt Viviane Vandeninden, persverantwoordelijke van het Hergé museum.

"Een avontuur dat geen vervolg zal kennen maar waaraan nog wel herinnerd wordt in de zeldzame potloodschetsen van Kuifje en de Alfa-kunst (1977-1978-1979), de laatste episode van de avonturen van Kuifje, dat postuum in embryonale vorm werd uitgegeven (1986)" vervolgt ze. In Kuifje en de Alfa-kunst grijpt Hergé terug naar de thematiek van de moderne kunst, met de kunstgalerijen, de verkopers, maar ook de vervalsers. (Belga)

De doeken zijn afkomstig uit de privécollectie van de auteur, zelf groot liefhebber van de moderne en hedendaagse kunst.De tentoonstelling kreeg de titel "Tonnerre de Brest" (in het Nederlands "Duizend bommen en granaten"), een krachtige vloek uit de lange lijst van scheldwoorden van kapitein Haddock, maar eigenlijk is het een uitdrukking die Hergé heeft overgenomen van zijn vriend Marcel Stal, een kunsthandelaar en bekend galeriehouder op de Louizalaan in Brussel. Tijdens de jaren zestig ontmoette de geestelijke vader van Kuifje kunstliefhebbers en kunstcritici, zoals Pierre Sterckx, een vriend die hem introduceert in een collectief van amateurs en opkopers van moderne kunsten. Hergé koopt voor de Studio Hergé en zijn privé-woning een aantal doeken van onder meer Lucio Fontana, Serge Poliakoff, Jean-Pierre Raynaud, Roy Lichtenstein, Pierre Alechinsky, Frank Stella, Andy Warhol, Ian Dibbets, Sonia Delaunay en Tom Wesselmann. Thematiek van de moderne kunst "Terwijl zijn privéleven een puinhoop is (...) volgt hij schilderlessen bij de abstracte kunstenaar Louis Van Lint en gedurende twee jaar (1962 en 1963) maakt hij doeken met composities volgens de stijl van Joan Miro, Paul Klee, Serge Poliakoff en Jean Dewasne", vertelt Viviane Vandeninden, persverantwoordelijke van het Hergé museum. "Een avontuur dat geen vervolg zal kennen maar waaraan nog wel herinnerd wordt in de zeldzame potloodschetsen van Kuifje en de Alfa-kunst (1977-1978-1979), de laatste episode van de avonturen van Kuifje, dat postuum in embryonale vorm werd uitgegeven (1986)" vervolgt ze. In Kuifje en de Alfa-kunst grijpt Hergé terug naar de thematiek van de moderne kunst, met de kunstgalerijen, de verkopers, maar ook de vervalsers. (Belga)