Maandag (witte regen) Het nieuwe boek heet 'Een geschiedenis van België voor nieuwsgierige kinderen (en hun ouders)' en is een geschiedenis van België voor nieuwsgierige kinderen (en hun ouders), geschreven door Geert van Istendael en mijzelf. Rond twee uur vanmiddag bezorgde een kale zwarte man een zware kartonnen doos. 'Alstublieft!' zei hij, onwetend omtrent de inhoud - wie weet reikte hij me op eBay gekochte onderdelen van een autobom aan. Hij klonk vrolijk. Ukkel strooide poedersuiker op zijn schedel. Mijn oog, mijn meest bijziende oog, mijn geestesoog zag een rode muts en witte huid achter zijn oren. Ik reisde terug naar mijn jeugd, ik was een jaar of zestien en de leraar Duits schreef een klassiek voorbeeld van de palindroom op het bord: Ein Neger mit Gazelle zagt im Regen nie. Verder achterwaarts reisde ik, naar mijn twaalfde, achtste, vijfde levensjaar - mijn ouders lieten een zoete contrareformatie binnen in mijn wereld, alles werd rood en goud, pianomuziek weerklonk, onder een rookpluim voer de boot de haven binnen die op de tekening van Hendrik Chabot in mijn vaders studeerkamer stond afgebeeld, op het dak danste een paard, een gehandschoende hand klopte op de deur en strooide snoep door de woonkamer... onvergetelijk Sinterklaasfeest! Racistisch, zegt u? Zwarte Piet mocht mij meenemen naar het verre, wrede Spanje, waar niemand die ik kende ooit was geweest, maar Zwarte Piet deed dat niet - op school knipoogde de moraalfilosoof uit Afrika zelfs naar me... Ik tekende de bestelbon af. Ik drukte mijn zwarte broeder de hand, een warme, droge hand, die aanvoelde als leer. Die hele scène van 30 à 60 seconden leek zich af te spelen in een soort aangename vertraging; straks sloften we samen naar binnen toe, waar we ons bij de haard zetten en elkaar cadeautjes gaven. Ook Sinterklaas en Jezus waren er. Mijn drie vrienden kregen een boek. 'Laat me over vroeger vertellen,' fluisterde ik. Maar op dat punt aanbeland werd mijn fantasie weer meegesleurd in de gebruikelijke warreling van atomen; de zwarte man van de pakjesdienst reed weg, ik stond in mijn voordeur met een doos waarin tien voor de helft door mij geschreven geschiedenissen zaten, die niet eens in staat waren voor een ontploffing te zorgen.

Dinsdag (drie voet sneeuw) Ik denk vaak aan Anna, met wie we op zondagavond skypen. De laatste keer wuifde ze met haar kerstrapport vol A's (voor het eerst in haar leven was ze de beste van de klas). 'It's been snowing like crazy!' Ze opende de deuren naar het teras. Achter haar bruine gezicht verrees de besneeuwde achtergrond, een stuk Rocky Mountains, gearceerd door naaldbomen. Ze glimlachte - glimlachen is een van haar grote talenten. Mijn maag kromp in elkaar. Ik stapte het terras op. De avond viel. Ik hield haar vast en wees op het grote gat van de kosmos, dat ons bedroog met zijn goudbespikkelde fluwelen voorhang - 'kijk, schat, daar suist Santa in een baan van sterrenstof tussen de melkwegen door, enkel voor jou, en in die grote doos met de rode strik zit je grote geluk' - en ze drukte zich tegen me aan en fluisterde de naam van mijn functie. Papa. Vader. Maar ik ben haar verwekker niet. Ze is geadopteerd. Ze is een glimlachend mysterie met ogen die neigen naar amandelvormigheid - mischien kwamen de paria's met wie ze als peuter rondreisde uit Nepal.

Woensdag Ooit bleef ze een nacht weg, dertien jaar oud. Ze was na school in Leuven op de trein gestapt naar Aalst. Daar woonde een vriendje, dat ze uit café Facebook kende. Om middernacht zat de politie aan onze keukentafel. Op dat moment lag ze in een Leuvens bed, naast een schoolvriendin, die haar een tekstje dicteerde om aan ons te sturen: 'Laat me maar even. Alles komt goed. Ik heb gewoon wat ruimte nodig.' Zo percoleren de fatale begrippen uit het grote koffiezetapparaat van de psychologie naar de hersens van pubers... Later mocht het vriendje op bezoek komen. Hij was vijftien en een half hoofd groter dan ik. In dat halve hoofd zaten vriendelijkheid en onbegrip. 'Zoveel boeken!' zei hij bij het betreden van de woonkamer. 'O,' zei het liefje dat mijn dochter was, 'boven hebben we er nog veel meer.' Dat zei ze heel nonchalant, Annaatje, mijn dochtertje, dat niet zo graag leest. We aten buiten, onder de appelbomen. Het tafelgesprek bestond voor de helft uit het simpeler formuleren van dezelfde vraag aan het vriendje. Na het eten gingen Anna en hij in het rozenprieel zitten. Wij hebben een rozenprieel... en bij dit enigszins ridicule bouwseltje voegde zich nu de idylle van twee piepjonge mensen. Roze welfde de avondhemel zich boven de geurige boog. Op de nok van het dak zwol de borst van de merel op. Door het gras sloop Anna's broer, die plotseling overeind sprong en 'Ze kussen! Ze kussen!' riep.

Woensdagavond De ruimte die Anna nodig had was het heelal, gezien vanaf een terras in Colorado.

Donderdag Over de psychologisering van de samenleving. Het nieuws rapporteert een zelfmoord. Eerbiedig fluistert de nieuwslezer dat 'mensen die met vragen over zelfmoord zitten' kunnen bellen naar een hulpnummer. Wat een anomalie, nieuws met een therapeutische strekking! Beste lezer, ik presenteer u het Grote Nieuws van Altijd. U brengt de weinige jaren van uw miezerige leven in een tranendal door. Met een beetje pech komt u ter wereld in Somalië, of mogelijk trouwt u per ongeluk met Kristien Hemmerechts, die na uw dood een opvoering van uw gedichten door een toneelgezelschap verbiedt. Of u komt op uw wandeling met de hond de boosaardige trol Johan Sanctorum tegen, die alles zal doen om uw leven te verzuren, uit haat tegen uw bescheiden succes, uit haat tegen de Belgische entiteit, uit haat tegen Joden, uit haat tegen alles wat licht en vrolijk en geestig is. Wat jammer dat het duel als discussiemodel is afgeschaft. U zou hem graag zien creperen in de modder waar de Vlaming volgens hem uit bestaat. Die mensensoort verdient echt wel beter dan zijn karikatuur. De enige therapie bestaat er nu in dat uw hond hem onder het struikgewas achtervolgt tot het onderkruipsel zijn hol weer in vlucht.

Vrijdag Boven mijn pas geopereerde vriend vormden de voorovergebogen priesters in hun witte gewaad een liturgisch baldakijn. Gefladder van mouwen. Toverformules. Zorgelijk mompelden ze 'pneumonia imminens' tegen elkaar. Ze hadden geen baard maar streken erover. Voor zover hij daar na een dubbele overbrugging nog toe bij machte was, schreeuwde mijn vriend: 'Hé, mannen... ik heb Grieks en Latijn gedaan... Zouden jullie zo goed willen zijn tegen mij te zeggen dat er in deze gemartelde borstkas een longontsteking dreigt?' De druïden zwegen ontstemd en vertrokken. Vijf minuten later verscheen er een psycholoog aan het ziekbed.

Zaterdag

Onze spotzieke Engelse vriend Jack aan tafel. Zijn humor is balsem voor de ziel van de schrijver die zijn leven tussen nurkse boeren slijt. Hij vertelt over zijn toegangsexamen voor Cambridge: 30 regels uit 'The Tempest 'in het Latijn en 30 regels uit 'Paradise Lost' in het Grieks vertalen - Latijnse en Griekse verzen welteverstaan. Jack is op dat moment zeventien jaar oud. We schrijven 1983. Niet 1883.

Zondag De affaire Kate Middleton. Ze ligt, ziek, misselijk en zwanger, in een Londens hospitaal. Twee Australische radiomakers doen zich telefonisch voor als leden van de koninklijke familie. Een Indiase verpleegster verbindt hen door. Een paar dagen later pleegt ze zelfmoord. De gepsychologiseerde pers schrijft: 'Mogelijk had de vrouw psychische problemen.' Maar dat arme schepsel is het slachtoffer van de schaamtecultuur die haar heeft voortgebracht. Vervolgens ontkent haar familie dat ze zelfmoord gepleegd kan hebben... nog meer schaamtecultuur dus, want bij zelfmoord verlies je behalve je leven ook je gezicht. Anna is gered uit de armoede en de schaamtecultuur. Ze is geadopteerd door de schuldcultuur. Dat is een groot geluk, dat ik wil uitschreeuwen.

Maandag (witte regen) Het nieuwe boek heet 'Een geschiedenis van België voor nieuwsgierige kinderen (en hun ouders)' en is een geschiedenis van België voor nieuwsgierige kinderen (en hun ouders), geschreven door Geert van Istendael en mijzelf. Rond twee uur vanmiddag bezorgde een kale zwarte man een zware kartonnen doos. 'Alstublieft!' zei hij, onwetend omtrent de inhoud - wie weet reikte hij me op eBay gekochte onderdelen van een autobom aan. Hij klonk vrolijk. Ukkel strooide poedersuiker op zijn schedel. Mijn oog, mijn meest bijziende oog, mijn geestesoog zag een rode muts en witte huid achter zijn oren. Ik reisde terug naar mijn jeugd, ik was een jaar of zestien en de leraar Duits schreef een klassiek voorbeeld van de palindroom op het bord: Ein Neger mit Gazelle zagt im Regen nie. Verder achterwaarts reisde ik, naar mijn twaalfde, achtste, vijfde levensjaar - mijn ouders lieten een zoete contrareformatie binnen in mijn wereld, alles werd rood en goud, pianomuziek weerklonk, onder een rookpluim voer de boot de haven binnen die op de tekening van Hendrik Chabot in mijn vaders studeerkamer stond afgebeeld, op het dak danste een paard, een gehandschoende hand klopte op de deur en strooide snoep door de woonkamer... onvergetelijk Sinterklaasfeest! Racistisch, zegt u? Zwarte Piet mocht mij meenemen naar het verre, wrede Spanje, waar niemand die ik kende ooit was geweest, maar Zwarte Piet deed dat niet - op school knipoogde de moraalfilosoof uit Afrika zelfs naar me... Ik tekende de bestelbon af. Ik drukte mijn zwarte broeder de hand, een warme, droge hand, die aanvoelde als leer. Die hele scène van 30 à 60 seconden leek zich af te spelen in een soort aangename vertraging; straks sloften we samen naar binnen toe, waar we ons bij de haard zetten en elkaar cadeautjes gaven. Ook Sinterklaas en Jezus waren er. Mijn drie vrienden kregen een boek. 'Laat me over vroeger vertellen,' fluisterde ik. Maar op dat punt aanbeland werd mijn fantasie weer meegesleurd in de gebruikelijke warreling van atomen; de zwarte man van de pakjesdienst reed weg, ik stond in mijn voordeur met een doos waarin tien voor de helft door mij geschreven geschiedenissen zaten, die niet eens in staat waren voor een ontploffing te zorgen. Dinsdag (drie voet sneeuw) Ik denk vaak aan Anna, met wie we op zondagavond skypen. De laatste keer wuifde ze met haar kerstrapport vol A's (voor het eerst in haar leven was ze de beste van de klas). 'It's been snowing like crazy!' Ze opende de deuren naar het teras. Achter haar bruine gezicht verrees de besneeuwde achtergrond, een stuk Rocky Mountains, gearceerd door naaldbomen. Ze glimlachte - glimlachen is een van haar grote talenten. Mijn maag kromp in elkaar. Ik stapte het terras op. De avond viel. Ik hield haar vast en wees op het grote gat van de kosmos, dat ons bedroog met zijn goudbespikkelde fluwelen voorhang - 'kijk, schat, daar suist Santa in een baan van sterrenstof tussen de melkwegen door, enkel voor jou, en in die grote doos met de rode strik zit je grote geluk' - en ze drukte zich tegen me aan en fluisterde de naam van mijn functie. Papa. Vader. Maar ik ben haar verwekker niet. Ze is geadopteerd. Ze is een glimlachend mysterie met ogen die neigen naar amandelvormigheid - mischien kwamen de paria's met wie ze als peuter rondreisde uit Nepal. Woensdag Ooit bleef ze een nacht weg, dertien jaar oud. Ze was na school in Leuven op de trein gestapt naar Aalst. Daar woonde een vriendje, dat ze uit café Facebook kende. Om middernacht zat de politie aan onze keukentafel. Op dat moment lag ze in een Leuvens bed, naast een schoolvriendin, die haar een tekstje dicteerde om aan ons te sturen: 'Laat me maar even. Alles komt goed. Ik heb gewoon wat ruimte nodig.' Zo percoleren de fatale begrippen uit het grote koffiezetapparaat van de psychologie naar de hersens van pubers... Later mocht het vriendje op bezoek komen. Hij was vijftien en een half hoofd groter dan ik. In dat halve hoofd zaten vriendelijkheid en onbegrip. 'Zoveel boeken!' zei hij bij het betreden van de woonkamer. 'O,' zei het liefje dat mijn dochter was, 'boven hebben we er nog veel meer.' Dat zei ze heel nonchalant, Annaatje, mijn dochtertje, dat niet zo graag leest. We aten buiten, onder de appelbomen. Het tafelgesprek bestond voor de helft uit het simpeler formuleren van dezelfde vraag aan het vriendje. Na het eten gingen Anna en hij in het rozenprieel zitten. Wij hebben een rozenprieel... en bij dit enigszins ridicule bouwseltje voegde zich nu de idylle van twee piepjonge mensen. Roze welfde de avondhemel zich boven de geurige boog. Op de nok van het dak zwol de borst van de merel op. Door het gras sloop Anna's broer, die plotseling overeind sprong en 'Ze kussen! Ze kussen!' riep. Woensdagavond De ruimte die Anna nodig had was het heelal, gezien vanaf een terras in Colorado. Donderdag Over de psychologisering van de samenleving. Het nieuws rapporteert een zelfmoord. Eerbiedig fluistert de nieuwslezer dat 'mensen die met vragen over zelfmoord zitten' kunnen bellen naar een hulpnummer. Wat een anomalie, nieuws met een therapeutische strekking! Beste lezer, ik presenteer u het Grote Nieuws van Altijd. U brengt de weinige jaren van uw miezerige leven in een tranendal door. Met een beetje pech komt u ter wereld in Somalië, of mogelijk trouwt u per ongeluk met Kristien Hemmerechts, die na uw dood een opvoering van uw gedichten door een toneelgezelschap verbiedt. Of u komt op uw wandeling met de hond de boosaardige trol Johan Sanctorum tegen, die alles zal doen om uw leven te verzuren, uit haat tegen uw bescheiden succes, uit haat tegen de Belgische entiteit, uit haat tegen Joden, uit haat tegen alles wat licht en vrolijk en geestig is. Wat jammer dat het duel als discussiemodel is afgeschaft. U zou hem graag zien creperen in de modder waar de Vlaming volgens hem uit bestaat. Die mensensoort verdient echt wel beter dan zijn karikatuur. De enige therapie bestaat er nu in dat uw hond hem onder het struikgewas achtervolgt tot het onderkruipsel zijn hol weer in vlucht. Vrijdag Boven mijn pas geopereerde vriend vormden de voorovergebogen priesters in hun witte gewaad een liturgisch baldakijn. Gefladder van mouwen. Toverformules. Zorgelijk mompelden ze 'pneumonia imminens' tegen elkaar. Ze hadden geen baard maar streken erover. Voor zover hij daar na een dubbele overbrugging nog toe bij machte was, schreeuwde mijn vriend: 'Hé, mannen... ik heb Grieks en Latijn gedaan... Zouden jullie zo goed willen zijn tegen mij te zeggen dat er in deze gemartelde borstkas een longontsteking dreigt?' De druïden zwegen ontstemd en vertrokken. Vijf minuten later verscheen er een psycholoog aan het ziekbed. Zaterdag Onze spotzieke Engelse vriend Jack aan tafel. Zijn humor is balsem voor de ziel van de schrijver die zijn leven tussen nurkse boeren slijt. Hij vertelt over zijn toegangsexamen voor Cambridge: 30 regels uit 'The Tempest 'in het Latijn en 30 regels uit 'Paradise Lost' in het Grieks vertalen - Latijnse en Griekse verzen welteverstaan. Jack is op dat moment zeventien jaar oud. We schrijven 1983. Niet 1883. Zondag De affaire Kate Middleton. Ze ligt, ziek, misselijk en zwanger, in een Londens hospitaal. Twee Australische radiomakers doen zich telefonisch voor als leden van de koninklijke familie. Een Indiase verpleegster verbindt hen door. Een paar dagen later pleegt ze zelfmoord. De gepsychologiseerde pers schrijft: 'Mogelijk had de vrouw psychische problemen.' Maar dat arme schepsel is het slachtoffer van de schaamtecultuur die haar heeft voortgebracht. Vervolgens ontkent haar familie dat ze zelfmoord gepleegd kan hebben... nog meer schaamtecultuur dus, want bij zelfmoord verlies je behalve je leven ook je gezicht. Anna is gered uit de armoede en de schaamtecultuur. Ze is geadopteerd door de schuldcultuur. Dat is een groot geluk, dat ik wil uitschreeuwen.