Niet ledigheid is het oorkussen des duivels, maar onbestemdheid. Zij legt immers de zaadjes voor de zoektocht naar zelfwaardering. En dat gaat niet zonder ambitie, een verschonend woord voor ijdelheid. Dat is het speelterrein van Mefisto, de verleider, de aanhitser van zelfbedrog.

Een hedendaagse, perversere variant op het klassieke Faustthema, is de vreemde misdaadroman Drie van Dror Mishani: een drieluik over evenveel vrouwen die zich ongemakkelijk in hun vel voelen, de zin van hun bestaan zijn kwijtgespeeld, en ijveren om opnieuw te voelen hoe echt te leven. Ze worden daarbij aangezet door het subtiele spel van aantrekken en afstoten door een advocaat (Gil) op de bizarre versiertoer (want hij is netjes getrouwd, twee kinderen, en een schimmige praktijk, vooral met buitenlandse joden) - echo's van Klaus Manns Mefisto (1936) die laat zien hoe belangrijk het gevoel van erbij te horen nette mensen tot collaboratie met de macht aandrijft, zijn niet ver te zoeken. Maar Mishani graaft dieper. De zwakheden van de teleurgestelde mens zijn een broedhaard voor misleiding, die de geduldige, geslepen Gil Chamtsani meesterlijk uitbuit.

Over misdaad en dader bestaat geen misverstand. Het is eerder de gemoedsgesteltenis van Gil én van de bedrogen vrouwen die het onderwerp uitmaken van Mihani's minutieuze karakteranalyses. Kwetsbare vrouwen zijn voor Gil niet meer dan haperende verwarmingsradiatoren die dringend ontlucht moeten worden. Tot ze doodstil zijn, verstikt in hun eigen goedgelovigheid of wensdromen.

De drie vrouwen geven de indruk onderscheiden gevallen te zijn, maar blijken nauwer met elkaar verbonden dan op het eerste gezicht lijkt. Orna, een lerares, gaat uit arren moede op een chatwebsite, nadat ze gescheiden is van haar hippieman (met een Duitse - ook dat nog - vertrokken naar Nepal), en achterblijft met haar jonge zoon Eran, die drie relevante kenmerken heeft. Hij is verhangen aan zijn vader, is in therapie voor een vorm van autisme, en slaat dingen op in zijn geheugen die later in het boek naar de moordenaar zullen leiden.

De Letse Emilia is in Israël tewerkgesteld door een uitzendkantoor, en dreigt nu zwartwerk te moeten zoeken om te mogen blijven. En Ella is een oudere studente van 37 die in een koffieshop haar eindwerk over het getto van Lód? probeert uit te schrijven, en quasi toevallig in het vizier van Gil komt. De locaties voor zijn tactiek zijn gelijklopend: een restaurantje, een afgehuurde hotelkamer, de wijk Givarajim, een flat die niet de indruk geeft ingewoond te zijn, een tripje naar Boekarest of Polen, waar hij 'zakelijke belangen' heeft.

Mishani werkt dit actieterrein uit tegen de kleinzieligheid, verbetenheid, onaandachtzaamheid en dagelijkse kwaaltjes van het moderne Tel Aviv, zijn eigen vaderstad. De mensen leven naast elkaar, misdaad ontstaat door niet te zien wat voor je ogen gebeurt. Drie is in dat opzicht een sociologisch stramien dat mede de sociale ongelijkheden ordent.

De titel verwijst niet alleen naar de slachtoffers, maar ook naar de symbolen van Gil, de zwarte messias. Alle dries leiden naar een parodie op de godsdienst, een mene, tekel, oeparsin uit het Boek Daniël (geteld, gewogen, gedeeld): de vrouwelijke drievuldigheid (de joodse zijn ongelovig, de Letse laat zich tijdelijk inpakken door de Poolse priester die de katholieke zondagmis in Jaffa leidt). Vlak voor hun dood melden ze zich aan op het adres van hun ondergang, 'dan zal ze twee keer kloppen. En nog een keer'. Als laatste wacht Ella tot de buurvrouw weer binnengaat: 'Ondanks de renovatie was de deur dezelfde oude bruine houten deur, waarop nog altijd geen naambordje hing, alleen hetzelfde licht verroeste koperen cijfer 3'.

., GF
. © GF

We zijn dan al in de derde fase, die stilistisch op een waarschuwende, objectiverende manier is uitgeschreven: in de toekomstige tijd. Is het een monologue intérieur waarbij planning en daden, overpeinzing en feiten in elkaar overvloeien? Of is het een hypothetische afloop, aangezien de duivel geen identiteit heeft? Dat laatste kun je aannemen omdat Orna in het eerste deel tevergeefs op internet en de advocatenlijsten de naam van Gil zoekt en natrekt.

Anderzijds slaagt de hoofdinspectrice van politie Orna (Ben-Chamo) er wel in zijn whereabouts na te trekken, alles laat sporen na. Gils aantrekkingskracht bestaat uit geduld, voorkomendheid, suggestieve uitdaging, het opwekken van de wortels der onzekerheid en twijfels bij de vrouwen die uiteindelijk hun afscherming laten zakken. Waarom? 'Nieuwsgierigheid naar wat ik kan doen of niet kan doen. Of nog belangrijker: naar wat ik kan voelen of niet kan voelen'. Curiosity killed the cat.

De vrouwelijke psyche en de mannelijke scrupuleloze manipulatiedrang zijn het echte thema van Mishani. Zelf aanvaardt hij de invloed van Simenon op zijn werk, de banalisering van moord raakt verstrikt in tegenstrijdige gevoelens. De moordenaar weet rationeel dat het een onstuitbare behoefte is, het slachtoffer identificeert zich even gelaten in haar verbazing (niet verbijstering): 'Emilia's ogen zijn open, maar innerlijk sluit ze die. En ineens weet ze alles wat er is gebeurd en ook alles wat zal gebeuren, alsof het een verhaal is dat haar is verteld voor het laatste slapengaan'. Dan stikt ze In de plastic tas over haar hoofd. Wat hier staat is tegelijk de metafysische dimensie die Mishani toevoegt. Het soort helderziendheid, dat ook nauw aansluit bij de dromen of de voorgevoelens van de andere vrouwen. De toekomstige en alwetende kennis komt dan uit Emilia's ziel of aura, zo u wil, en verhaalt wat komen gaat aan 'jullie beiden', Orna en Ella. En wat dus een derde mogelijkheid betekent om het gebruik van de toekomstige tijd in deel 3 te verklaren.

Meer lapidair is de obsessie om andermans bedoelingen in beeld te brengen, de kern van het kwaad bloot te leggen. In een interview met de krant Haaretz (16 mei 2013) geeft Mishani aan wat hem zo aantrekt in het schijnbaar alledaagse, het doodgewone dat Simenon haarfijn ontleedt: 'I think that one of the reasons people are drawn into this work, into the lives of others, is that the characters are messed up in some way. Because of a life crisis'. En daardoor is misdaad onvoorspelbaar en onwetenschappelijk. Gewoon een kink in de kabel. Lucht in de radiator: 'I write about real crimes - crimes that take place in Israel - and I try to write about them not just from the detective's perspective, but also from the criminal's, the victim's and so on. And I discovered it's quite hard to be so close to so much pain for such a long time (the time of writing)' (interview door Laura Câl?ea in het Roemeense bookaholic.ro van 17 juni 2016). Het nagestreefde realisme heeft zijn grenzen: het moet af en toe wel verdwalen in de doolhof van de neuronen.

Misschien is het jammer dat er geen toelichting is bij heel wat joodse feesten en gebruiken, zeker als je een internationaal publiek wil bereiken. In de overigens vlotte vertaling van het boek heb je als leek het raden naar Pesach (het joodse paasfeest heeft niks vandoen met het christelijke, en herdenkt de Uittocht uit Egypte) of Soekot (het Loofhuttenfeest, dat de tocht door de woestijn herdenkt). Zo staan er nog wel ettelijke onvertaalde Hebreeuwse begrippen in. Maar het doet niets af aan deze wonderbaarlijk evenwichtige doorlichting van motieven die het kwaad gestalte geeft. Drie is een fabuleuze thriller, Mishani een ongeëvenaard mensenkenner. En dan druk ik me nog zacht uit.

D.A. Mishani, Drie. Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers-Het Getij 2021, 286 blz. (° Sjalosj. Tel Aviv, Achuzat Bayit 2018).

Niet ledigheid is het oorkussen des duivels, maar onbestemdheid. Zij legt immers de zaadjes voor de zoektocht naar zelfwaardering. En dat gaat niet zonder ambitie, een verschonend woord voor ijdelheid. Dat is het speelterrein van Mefisto, de verleider, de aanhitser van zelfbedrog. Een hedendaagse, perversere variant op het klassieke Faustthema, is de vreemde misdaadroman Drie van Dror Mishani: een drieluik over evenveel vrouwen die zich ongemakkelijk in hun vel voelen, de zin van hun bestaan zijn kwijtgespeeld, en ijveren om opnieuw te voelen hoe echt te leven. Ze worden daarbij aangezet door het subtiele spel van aantrekken en afstoten door een advocaat (Gil) op de bizarre versiertoer (want hij is netjes getrouwd, twee kinderen, en een schimmige praktijk, vooral met buitenlandse joden) - echo's van Klaus Manns Mefisto (1936) die laat zien hoe belangrijk het gevoel van erbij te horen nette mensen tot collaboratie met de macht aandrijft, zijn niet ver te zoeken. Maar Mishani graaft dieper. De zwakheden van de teleurgestelde mens zijn een broedhaard voor misleiding, die de geduldige, geslepen Gil Chamtsani meesterlijk uitbuit.Over misdaad en dader bestaat geen misverstand. Het is eerder de gemoedsgesteltenis van Gil én van de bedrogen vrouwen die het onderwerp uitmaken van Mihani's minutieuze karakteranalyses. Kwetsbare vrouwen zijn voor Gil niet meer dan haperende verwarmingsradiatoren die dringend ontlucht moeten worden. Tot ze doodstil zijn, verstikt in hun eigen goedgelovigheid of wensdromen. De drie vrouwen geven de indruk onderscheiden gevallen te zijn, maar blijken nauwer met elkaar verbonden dan op het eerste gezicht lijkt. Orna, een lerares, gaat uit arren moede op een chatwebsite, nadat ze gescheiden is van haar hippieman (met een Duitse - ook dat nog - vertrokken naar Nepal), en achterblijft met haar jonge zoon Eran, die drie relevante kenmerken heeft. Hij is verhangen aan zijn vader, is in therapie voor een vorm van autisme, en slaat dingen op in zijn geheugen die later in het boek naar de moordenaar zullen leiden. De Letse Emilia is in Israël tewerkgesteld door een uitzendkantoor, en dreigt nu zwartwerk te moeten zoeken om te mogen blijven. En Ella is een oudere studente van 37 die in een koffieshop haar eindwerk over het getto van Lód? probeert uit te schrijven, en quasi toevallig in het vizier van Gil komt. De locaties voor zijn tactiek zijn gelijklopend: een restaurantje, een afgehuurde hotelkamer, de wijk Givarajim, een flat die niet de indruk geeft ingewoond te zijn, een tripje naar Boekarest of Polen, waar hij 'zakelijke belangen' heeft.Mishani werkt dit actieterrein uit tegen de kleinzieligheid, verbetenheid, onaandachtzaamheid en dagelijkse kwaaltjes van het moderne Tel Aviv, zijn eigen vaderstad. De mensen leven naast elkaar, misdaad ontstaat door niet te zien wat voor je ogen gebeurt. Drie is in dat opzicht een sociologisch stramien dat mede de sociale ongelijkheden ordent.De titel verwijst niet alleen naar de slachtoffers, maar ook naar de symbolen van Gil, de zwarte messias. Alle dries leiden naar een parodie op de godsdienst, een mene, tekel, oeparsin uit het Boek Daniël (geteld, gewogen, gedeeld): de vrouwelijke drievuldigheid (de joodse zijn ongelovig, de Letse laat zich tijdelijk inpakken door de Poolse priester die de katholieke zondagmis in Jaffa leidt). Vlak voor hun dood melden ze zich aan op het adres van hun ondergang, 'dan zal ze twee keer kloppen. En nog een keer'. Als laatste wacht Ella tot de buurvrouw weer binnengaat: 'Ondanks de renovatie was de deur dezelfde oude bruine houten deur, waarop nog altijd geen naambordje hing, alleen hetzelfde licht verroeste koperen cijfer 3'. We zijn dan al in de derde fase, die stilistisch op een waarschuwende, objectiverende manier is uitgeschreven: in de toekomstige tijd. Is het een monologue intérieur waarbij planning en daden, overpeinzing en feiten in elkaar overvloeien? Of is het een hypothetische afloop, aangezien de duivel geen identiteit heeft? Dat laatste kun je aannemen omdat Orna in het eerste deel tevergeefs op internet en de advocatenlijsten de naam van Gil zoekt en natrekt. Anderzijds slaagt de hoofdinspectrice van politie Orna (Ben-Chamo) er wel in zijn whereabouts na te trekken, alles laat sporen na. Gils aantrekkingskracht bestaat uit geduld, voorkomendheid, suggestieve uitdaging, het opwekken van de wortels der onzekerheid en twijfels bij de vrouwen die uiteindelijk hun afscherming laten zakken. Waarom? 'Nieuwsgierigheid naar wat ik kan doen of niet kan doen. Of nog belangrijker: naar wat ik kan voelen of niet kan voelen'. Curiosity killed the cat.De vrouwelijke psyche en de mannelijke scrupuleloze manipulatiedrang zijn het echte thema van Mishani. Zelf aanvaardt hij de invloed van Simenon op zijn werk, de banalisering van moord raakt verstrikt in tegenstrijdige gevoelens. De moordenaar weet rationeel dat het een onstuitbare behoefte is, het slachtoffer identificeert zich even gelaten in haar verbazing (niet verbijstering): 'Emilia's ogen zijn open, maar innerlijk sluit ze die. En ineens weet ze alles wat er is gebeurd en ook alles wat zal gebeuren, alsof het een verhaal is dat haar is verteld voor het laatste slapengaan'. Dan stikt ze In de plastic tas over haar hoofd. Wat hier staat is tegelijk de metafysische dimensie die Mishani toevoegt. Het soort helderziendheid, dat ook nauw aansluit bij de dromen of de voorgevoelens van de andere vrouwen. De toekomstige en alwetende kennis komt dan uit Emilia's ziel of aura, zo u wil, en verhaalt wat komen gaat aan 'jullie beiden', Orna en Ella. En wat dus een derde mogelijkheid betekent om het gebruik van de toekomstige tijd in deel 3 te verklaren.Meer lapidair is de obsessie om andermans bedoelingen in beeld te brengen, de kern van het kwaad bloot te leggen. In een interview met de krant Haaretz (16 mei 2013) geeft Mishani aan wat hem zo aantrekt in het schijnbaar alledaagse, het doodgewone dat Simenon haarfijn ontleedt: 'I think that one of the reasons people are drawn into this work, into the lives of others, is that the characters are messed up in some way. Because of a life crisis'. En daardoor is misdaad onvoorspelbaar en onwetenschappelijk. Gewoon een kink in de kabel. Lucht in de radiator: 'I write about real crimes - crimes that take place in Israel - and I try to write about them not just from the detective's perspective, but also from the criminal's, the victim's and so on. And I discovered it's quite hard to be so close to so much pain for such a long time (the time of writing)' (interview door Laura Câl?ea in het Roemeense bookaholic.ro van 17 juni 2016). Het nagestreefde realisme heeft zijn grenzen: het moet af en toe wel verdwalen in de doolhof van de neuronen. Misschien is het jammer dat er geen toelichting is bij heel wat joodse feesten en gebruiken, zeker als je een internationaal publiek wil bereiken. In de overigens vlotte vertaling van het boek heb je als leek het raden naar Pesach (het joodse paasfeest heeft niks vandoen met het christelijke, en herdenkt de Uittocht uit Egypte) of Soekot (het Loofhuttenfeest, dat de tocht door de woestijn herdenkt). Zo staan er nog wel ettelijke onvertaalde Hebreeuwse begrippen in. Maar het doet niets af aan deze wonderbaarlijk evenwichtige doorlichting van motieven die het kwaad gestalte geeft. Drie is een fabuleuze thriller, Mishani een ongeëvenaard mensenkenner. En dan druk ik me nog zacht uit.