Op 31 mei zou u Het stad in mij groots voorstellen in de Bourlaschouwburg. Helaas zijn we nog niet van het coronavirus verlost.
...

Op 31 mei zou u Het stad in mij groots voorstellen in de Bourlaschouwburg. Helaas zijn we nog niet van het coronavirus verlost. Maud Vanhauwaert:Ik broed op een aantal andere boekpresentatievormen. Zo breng ik in Antwerpen de luxeversie aan huis. Ik bel aan, ga aan de overkant van de straat staan en breng - met een megafoon - mijn trouwgedicht. Zal ik een stukje voorlezen? ' Zolang we niet vergeten dat er een moment/was in ons leven waarop we dachten/dit en voor eeuwig, dit heden is een eden/vinden wij ons wel weer in elkaar/en zal ik denken aan wat je ooit onbewaakt/tegen mij zei, je had het in oude psalmen gelezen/aan u gebonden ben ik vrij. ' Dat gedicht past bij het moment waarop ik mijn boek aan de koper geef. Waarin verschilt de luxe-editie van de gewone editie? Vanhauwaert: Die luxe-editie zit in een wit foedraal. Die kleur verwijst naar mijn eerste stadsgedicht. Dat was een performance waarin ik witruimte opeiste tijdens momenten die je sprakeloos maken. Zoals 17 mei 2018, de dag waarop het tweejarige vluchtelingenmeisje Mawda neergeschoten werd tijdens een politieachtervolging. Toen trok ik een wit pak aan en ging met een wit bord de straat op. Als je het boek uit dat foedraal haalt, houd je een 368 pagina's tellende 'kleurbom' vast. De kaften en paginaranden van het boek zijn gekleurd. Even kleurrijk als de stad. Geldt dat ook voor de inhoud? Vanhauwaert: Ja, het is een speels boek waarin ik je uitnodig om de grenzen van de poëzie te verkennen. Poëzie hoeft niet op papier te staan. Dus vind je in dit boek behalve teksten ook foto's en QR-codes voor filmpjes waarin ik, bijvoorbeeld, door de stad wandel met een sandwichbord waarop een gedicht van een Antwerpse dichter staat afgedrukt. Ik wil zo veel mogelijk mensen aansteken met mijn passie voor poëzie. Wat was het mooiste moment tijdens uw stadsdichterschap? Vanhauwaert: De bamboehouten Toren van Babel op den Dam, een multiculturele wijk in het noorden van Antwerpen. Samen met het kunstenaarscollectief Rooftoptiger organiseerden we er ontmoetingen, vierden we vierentwintig uur lang Nieuwjaar. (zwijgt) De toren is vorige maand afgebrand. Het vuur werd aangestoken. Theatraler kon mijn stadsdichterschap niet eindigen. Deze zomer bouwen we op dezelfde plek een 'Babelbühne'. Tijdens de kick-off veilen we de macht, althans de opblaasbare plastic-letterversie ervan. Die installatie was een van de stadsgedichten. Wat volgt? Vanhauwaert: Rust. Vorig jaar is ons dochtertje geboren en zijn we verhuisd. Er wacht een prozaïsch verhaal - ik durf het nog geen roman te noemen - op mijn schrijftafel. Ondertussen smul ik van Piet Gerbrandy's essays over de poëzie in De jacht op het sublieme. Kortom, ik herbron alvorens opnieuw het sublieme achterna te jagen.