Non-fictie

Wanneer het over non-fictie gaat, kies ik voor Een geschiedenis van België (Marc Reynebeau) en Het Belgisch Labyrint (Geert Van Istendael). Beide boeken zijn niet meer van de recentste, maar het zijn wel gevulgariseerde standaardwerken die in een bevattelijke taal onze geschiedenis vertellen.

Fictie

Het Verdriet van België (Hugo Claus) en Lijmen / Het Been (Willem Elsschot), twee boeken uit een verschillend tijdvak die samen een mooi, begripsvol en herkenbaar inzicht geven in het wezen van de Vlamingen in de vorige eeuw, de uitdagingen en gebeurtenissen waarmee ze werden geconfronteerd en hoe ze daar vervolgens mee omgingen. Een roman die het veranderende Vlaanderen dan weer treffend schetst, met de toename van de diversiteit tot in de kleinste gemeenten, is voor mij Drarrie in de nacht van Fikry El Azzouzi, al heb ik het gevoel dat de grote Vlaamse roman over het nieuwe Vlaanderen nog moet geschreven worden.

Strips

Zelf vind ik dat je Vlaanderen en zijn inwoners niet kunt begrijpen zonder enkele albums te lezen van onze grote stripauteurs als Willy Vandersteen, Jef Nys, Marc Sleen of Merho. De figuren die daar in opgevoerd worden zijn onvergetelijke uitvergrotingen van typisch Vlaamse prototypes.