De tentoonstelling kan bogen op een opener van formaat: 'The Scroll', het veertig meter lange typoscript van Jack Kerouacs beat-Bijbel 'On the Road' ligt in zijn geheel uitgestald, naast het notitieboek waarin Kerouac zijn herinneringen bewaarde aan de roadtrip -een van de vele - die de inspiratie zou leveren voor 'On The Road'. Gepresenteerd zonder eel franje, laat de expo die indrukwekkende artefacten geheel voor zichzelf spreken.
...

De tentoonstelling kan bogen op een opener van formaat: 'The Scroll', het veertig meter lange typoscript van Jack Kerouacs beat-Bijbel 'On the Road' ligt in zijn geheel uitgestald, naast het notitieboek waarin Kerouac zijn herinneringen bewaarde aan de roadtrip -een van de vele - die de inspiratie zou leveren voor 'On The Road'. Gepresenteerd zonder eel franje, laat de expo die indrukwekkende artefacten geheel voor zichzelf spreken. Voor het overige lijkt het erop dat de samenstellers van de tentoonstelling de geschiedenis van de belangrijkste beat-iconen als bekend veronderstellen. Het ontstaan van die 'generatie', met enkele toevallige ontmoetingen tussen Burroughs, Ginsberg, Keouac en Neil Cassady (die model zal staan voor het persongae Dean Moriarty in 'On the Road') wordt nog heel even aangestipt, maar daarna gaat het in Pompidou richting onverkende velden. Om sfeer te scheppen wordt het Kerouac-luik van de tentoonstelling nog opgekalfaterd met een uitstalkast vol kleren die nog aan de King of Beats hebben toebehoord - inclusief afgedragen basketsloefkes - en gaat de display met het manuscript van 'On The Road' nog vergezeld van zwart-witte achtergrondprojecties van snelwegbeelden, maar het is algauw duidelijk dat het deze expositie niet te doen is om die hele historie nog eensin het lang en het breed te herhalen. De volgende staties van de expositie in Pompidou zijn opvallenderwijs gewijd aan de technologische hulpmiddelen die de beats ter beschikkking hadden: rudimentaire bandopnemers, platendraaiers, fototoestellen, 16-mm-camera's en schrijmachines. Ook 'The Scroll' past in dat plaatje: net het feit dat Kerouac een manier vond om een meterslange rol papier aan zijn typemachine te voeden, zorgde ervoor dat hij de oerversie van zijn magnum opus in één continue stroom kon schrijven, zonder telkens te moeten stoppen om een nieuw vel papier in de machine te draaien. Daarna is het met de boeken wel min of meer afgelopen, enkele pancartes met beat-teksten aan de muren daargelaten. 'The Beat Generation' wil vooral een verkenning zijn van de visuele identiteit van de Beats . Zo komen we Kerouac meteen opnieuw tegen, als scenarist van de experimentele film 'Pull My Daisy' uit 1959. Een mooi staaltje specialistenwerk, gebaseerd op de derde act van Kerouacs obscure toneelstuk 'The Beat Generation', waarin hij -vergeefs-probeerde duidelijk te maken wat het hele 'beat'-gevoel nu eigenlijk betekende. De titel is dan weer geleend van een gedicht dat Kerouac, Cassady en Ginsberg in de jaren '40 bij elkaar improviseerden. Achter de camera: Robert Frank, die als fotograaf in dezelfde periode 'The Americans' maakte, een fotoboek over een roadtrip door de U.S.A., waarvoor Kerouac het voorwoord leverde. Ook de vele, zelden vertoonde, experimentele films van beat-adepten als Bruce Baille, Ron Rice en Ray Wisniewski worden uitgebreid getoond. En heel wat andere figuren uit de Beat Generation die veel minder bekend zijn geworden dan de mythische roergangers van de beweging passeren de revue. Fred Mc Darrah bijvoorbeeld, de officiële fotograaf van het blad 'The Village Voice', die de hele rumoerige epoque van dichtbij meemaakte. Of Wallace Berman. Hij tekent voor een van de mooiste beelden in de tentoonstelling, een indrukwekkend ingetogen naaktportret van zijn echtgenote Shirley, even ongenaakbaar als kwetsbaar liggend op een bootje, met in de verte een berglandschap. Alleen al voor dat beeld zou je naar Parijs sporen. De tentoonstelling is losjes opgedeeld aan de hand van verschillende locaties die van belang zijn in de geschiedenis van de beats : Long Beach, Big Sur, Tanger - waar Burroughs een tijdlang residentie hield - en, noblesse oblige, Parijs, waar enkele beats eind jaren '50 hun tenten opsloegen in het 'Beat Hotel', een uitgeleefd hotelletje in het Quartier Latin. Hier werkte Burroughs zijn roman 'Naked Lunch' af en experimenteerde hij voor het eerst met de cut-upfragmenten die veel van zijn latere werk kenmerkten. In het Beat Hotel ontmoette Burroughs ook voor het eerst Bryon Gisin, een kunstenaar wiens werk zeer prominent aanwezig is in de expositie. Ginsberg zou zijn gedicht 'Kaddisj' grotendeels in Parijs hebben geschreven. Je voelt wel aan dat de samenstellers veel belang hechten aan die Parijse ervaring, misschien een beetje té. Wat komt de knullige reconstructie van een shabby slaapkamer in het hotel anders in de tentoonstelling doen? Of het uitstalraam met Burroughs knutselgerei? Vooral de prominente rol van Allen Ginsberg in de tentoonstelling valt op. De man die met zijn publieke lezing van 'Howl' tekende voor een van de definiërende momenten van de beat-beweging, is er ook de meest bevlogen archivaris van geweest. Foto's uit zijn privéarchief doorspekken de hele tentoonstelling. Ginsberg toont zich een verdienstelijk amateurfotograaf, die Burroughs, Cassady, Kerouac in hun dagelijkse doen en laten vastlegde, lang voordat hun legende gefixeerd was. Ook toen de bekende en minder bekende leden van de oorspronkelijke beat-coterie begonnen uit te zwermen naar alle uithoeken van de planeet, reisde hij hen achterna. En ook Kerouacs laatste bezoek aan Ginsberg wordt vastgelegd. Het is 1964, Kerouac ziet er veel ouder uit dan zijn 44 jaar, gesloopt door de drank en verbitterd is de voorman -tegen-wil en dank- van de Beat Generation zichzelf aan het overleven. Daarbuiten, in een decennium dat net écht op gang is geschud door de moord op Kennedy, neemt een jonge folkzanger genaamd Bob Dylan de fakkel van de beats over. Vele verhalen lopen dus door elkaar in Pompidou: literatuur, film, geschiedenis, kunst en biografie. Zo wordt 'The Beat Generation' een dense, veeleisende tentoonstelling, die van de bezoeker enerzijds heel wat achtergrondkennis veronderstelt, maar hem of haar ook overstelpt met nieuwe namen, beelden en invalshoeken. Even doorbijten soms, niet in het minst omdat de soundtracks van de verschillende simultane filmprojecties voortdurend door elkaar heen schallen, wat na een tijdje behoorlijk vermoeiend werkt. Maar als bedevaart voor echte beat-fanaten is 'The Beat Generation' een niet te missen uitstap. (Michiel Leen)